De conducteurs koken yoghurtsoep op de grond

Arnon Grunberg reist van Istanbul naar Bagdad en doet verslag van zijn belevenissen. Vandaag eet hij mee met de conducteurs op de trein naar Nusaybin Aflevering 11.

Enkele weken geleden werd de treindienst van de Turkse stad Gaziantep naar Mosul, in Irak, hervat. Helaas gaat de trein maar een keer per week, op donderdag.

Om niet vijf dagen te wachten nam ik de trein naar Nusaybin, een Turks stadje tegen de Syrische grens, halverwege Gaziantep en Mosul.

De treinreis naar Nusaybin duurt twaalf uur en kost zes euro. De trein bestaat uit circa vijfentwintig goederenwagons waaraan twee personenwagons zijn gekoppeld.

Bij vertrek zitten er vijftien man in de trein, onder wie vier conducteurs. In de coupé naast mij zit Suleiman, hij draagt de Turkse variant van de kaffiya op zijn hoofd.

Hij is onderweg naar een begrafenis in Ceylanpinar, acht uur reizen van Gaziantep.

Suleiman zegt: „Ik heb mijn auto verkocht om met mijn vrouw naar Mekka te gaan, daarom reis ik met de trein. Het zijn meestal oude Turken die naar Mekka gaan, maar vooral jonge Indonesiërs. Ik heb zeven dochters en een zoon. Mijn zoon woont Kirgizië, ik heb hem twaalf jaar niet meer gezien. Mijn dochters zijn allemaal getrouwd. Eerst de lagere school, dan de koranschool en dan trouwen, zo gaat dat.”

In een andere coupé zit Yasar. Zijn gebit zou zelfs een hardvochtige man in huilen doen laten uitbarsten, zijn haren zijn wit, alleen een stukje snor heeft de kleur van nicotine. Hij draagt een zwarte muts, die over zijn oren zit. Onder die muts zit een kleine radio tegen het rechter oor gedrukt, Yasar is slechthorend.

Eerst dacht ik dat hij op de grond van zijn coupé aan het bidden was, maar hij is aan het eten. Zijn voedsel heeft hij uitgestald op een krant. Yasar zegt: „Ik heb mijn kinderen opgezocht in Gaziantep. Nu ben ik op weg naar Karkamis, daar woon ik. Ik heb een winkel met metalen dingen. Vroeger handelde ik in noten, maar mijn voorraad is verbrand.”

Uit een zak haalt hij tevoorschijn wat hij in zijn winkel verkoopt: gerecyclede stukken blik.

De avond valt. In de voorste coupé zijn de vier conducteurs op de grond aan het koken op een samowar. Vette, rode soep en yoghurtsoep. Het brood komt uit kranten. Ik krijg een lepel.

Nusaybin nadert. De trein is bijna leeg. Wat soldaten.

Mustafa, een van de conducteurs, zegt: „Vroeger werkte ik op de Taurus Express maar die bestaat niet meer.”

Taurus Express, wij zullen je volgen. Waar jij gaat, zullen wij gaan.

(wordt vervolgd)