Dan maar geen kinderen

De keuze van Bos en Eurlings voor hun gezin doet jonge politici twijfelen.

„Als je je werk goed wilt doen, ben je 24 uur per dag Kamerlid.”

Respectabel. Dapper. Logisch. Zo noemen jonge gemeenteraadsleden het besluit van Wouter Bos (46) en Camiel Eurlings (36) om de politiek te verlaten omwille van hun „privé”.

Waar de ene feminist de scheidend staatslieden uitmaakt voor watjes (Heleen Mees), de ander hen beticht van smoesjes (Cisca Dresselhuys), oogsten de twee bij ministers in spe niets dan lof. Hang naar het gezinsleven is niks om je voor te schamen, zeggen ze. Dat het hier om mannen gaat: soit.

Ook parlementariërs kondigden aan hun geluk buiten de Kamer te zoeken. Johan Remkes en Laetitia Griffith (VVD), Pieter van Geel (CDA), Kees Vendrik (GroenLinks), Bas van der Vlies (SGP) en Staf Depla (PvdA): ze kunnen, mogen of willen niet meer. Voor de jonge generatie, die net is beëdigd in de gemeenteraden en nog droomt van het Binnenhof, is het even slikken.

Het wringt, weet Herriët Brinkman. Ze is 26 jaar, CDA-raadslid in Staphorst en moeder. „Na lang nadenken besloot ik dat ik het wel kon maken. Mijn kinderen zijn pas 1 en 4, die merken het niet als ik ’s avonds weg ben. Maar na het vertrek van Bos en Eurlings ben ik opnieuw gaan twijfelen. Volksvertegenwoordiging is een verantwoordelijke taak. Misschien is dat niet te rijmen met een gezin.”

„Ook wij, jonge politici, dubben over die combinatie en bespreken dat al vroeg met onze partners”, zegt Mohammed Mohandis (24), PvdA-gemeenteraadslid in Gouda en voorzitter van de Jonge Socialisten. „Het politieke vak is doorgeslagen. Het lijkt of de werkdag van een politicus geen einde kent. Ik ken weinig mensen die zo hard werken en daarbij zo weinig verdienen. En dan word je ook nog uitgemaakt voor zakkenvuller.”

Zo hard werken is niet meer van deze tijd, vindt Evelien van Roemburg (25), Amsterdams raadslid voor GroenLinks. „Het is belachelijk dat je als politicus je gezin niet meer kunt zien. Ik dacht dat we die machocultuur van je gek werken hadden afgelegd. Je moet thuis kunnen eten zonder dat het land in elkaar dondert.”

Toch remt deze verontwaardiging haar ambitie allerminst. Secretaris-generaal van de Verenigde Naties wil ze worden. Mogelijk gaat ze via het Binnenhof. Dan maar geen kinderen.

„Je moet er helemaal voor gaan”, zegt ook Lidewij Bergsma (18), die praat als een raspoliticus. Ze is net beëdigd als VVD-raadslid in Tytsjerksteradiel en moet nog eindexamen doen. Daarna wil ze wel minister worden. „Ik ben iemand die voor haar carrière gaat.” Een geliefde heeft ze niet. Ze noemt zich nu te ambitieus om zich te binden. Kinderen? Ze moet er niet aan denken.

Zelfontplooiing staat voor veel jonge raadsleden voorop.

Alleen Pieter van Ojen, 22 en SGP-raadslid in Zeist, rept van het landsbelang. Jarenlang had hij Haagse ambities. Nu twijfelt hij – mede door de bekentenissen van Bos en Eurlings. „Ze hebben me met de neus op de feiten gedrukt. Je moet van begin af aan goed kiezen.” Hij wil kinderen, van zijn Arianne, met wie hij in april trouwt. „En absoluut niet zeventig uur per week werken. Het gezin hoort op de eerste plaats te staan.” Hij meent nu dat hij het land beter kan dienen als leraar theologie. Dat vak kent tenminste regelmatige werktijden.

Ook Rob Jetten (22), D66-lijsttrekker in Nijmegen, worstelt met zijn agenda. Hij moet nog een afstudeerscriptie afronden, heeft zijn hobby’s al afgeschaft. Hij noemt het raadswerk „best slopend”. Maar hij houdt van een beetje beulen – zo is het beestje gebouwd – en schept voorlopig plezier in de politiek. „Dat is voor mijn generatie het belangrijkst.”

Farshad Bashir (22) piept intussen wel anders. Hij zit dik twee jaar in de Tweede Kamer voor de SP en de werkdruk valt hem vies tegen. „Als je je werk goed wilt doen, ben je 24 uur per dag Kamerlid. Je bent nauwelijks thuis, vrienden moet je afhouden, je komt je vriendin weinig tegen. De prijs die je betaalt, is hoog.”

Daarbij is het een ondankbaar beroep, zegt Bashir. „Terwijl je regelmatig tot diep in de nacht vergadert, krijg je hatemail. En denk niet dat kiezers belonen naar gedane arbeid.” Hij wil niet zeuren. „Maar ik wil ook kinderen. Met het oog daarop denk ik niet dat ik zo hard wil blijven werken.”

Hij heeft eens gezegd dat hij het langstzittende Kamerlid ooit wil worden. „Maar ik denk bij nader inzien niet dat dat gezond is. Twee periodes lijkt me genoeg. Daarna wil ik mijn studie natuurkunde afmaken. Als wetenschapper kun je tenminste thuiswerken.” Bashir weet dat dit indruist tegen wat oud-SP-voorman Jan Marijnissen bepleit: lang zitten. Dat dient immers het geheugen van de Kamer.

Prevaleert eigenbelang dan uiteindelijk boven landsbelang? Bashir formuleert het liever anders. „Soms kan het land niet meer vragen dan een mens kan geven.”