Bewoners, Bijenkorf, Bezwaren

De grond is misschien te slap. De palen onder de panden zijn misschien niet stevig genoeg.

Amsterdam is niet gerust.

Het boren van de Noord-Zuidlijn door het centrum van Amsterdam gaat na jaren van discussies, voorbereiding en vertraging „in principe” vandaag beginnen. De woordvoerder van de metrolijn hield gistermiddag nog een slag om de arm. De afgelopen week heeft het boorpersoneel de tunnelboormachine uitgebreid getest. Het is de bedoeling dat de ‘schildbestuurder’ in de loop van vandaag aan een knop draait waarmee het graafwiel gaat draaien en de eerste centimeters grond wegschraapt. De eerste maanden is de kans op schade gering; de grond boven de eerste negentig meter van de tunnel is uit voorzorg bevroren.

De Boor en de Belofte

Nooit meer een metrolijn, was decennialang het devies in Amsterdam. De aanleg van de Oostlijn in de jaren zeventig had door de sloop van tientallen historische panden en daaropvolgende rellen in de Nieuwmarktbuurt de hoofdstad een diep trauma bezorgd. Ondergrondse railverbindingen waren voor bestuurders, ambtenaren en gemeenteraadsleden onbespreekbaar. Maar onder het poolijs van dit taboe lag altijd een plattegrond waarop in de jaren zestig tal van metrolijnen waren getekend. Vervoersambtenaren en andere verkeersdeskundigen bleven dromen van een fijnmazig metronet in Amsterdam.

Rond 1990 kwamen de eerste verhalen over een magische boor, een tunnelboor. In Japan en in Duitsland waren metrolijnen aangelegd zonder dat er ook maar één gebouw voor was gesloopt. Niet door zoals in Nederland een geul te graven en daarin een betonnen kubus te laten zakken (caissonmethode) of er betonnen muren in te bouwen met een deksel erop (wanden-dakmethode). Maar door een lange ‘trein’ met een boorkop als een metalen mol een lange tunnel te laten graven.

Dat moest in Amsterdam ook kunnen, lieten enthousiaste ingenieurs uit Delft weten. Een pleidooi van een verkeerswethouder om de congestie op het tramnet op te lossen met een ondergrondse lijn ketste in 1988 nog af op het metrotaboe. Maar de voortdurend herhaalde uiteenzettingen van de ingenieurs over de boor – op congressen en andere bijeenkomsten – deden de ijskap van het taboe langzaam smelten.

De boor beloofde dat Amsterdam de Noord-Zuidlijn kon aanleggen zonder enige schade aan de historische binnenstad. Geen woning wordt gesloopt, beloofde de toenmalige verkeerswethouder in 1997 daar bovenop. En, beloofde de gemeente, de metro zou elke dag 200.000 reizigers gaan vervoeren.

Gemeenteraadslid Auke Bijlsma (PvdA) – voormalig Nieuwmarktactivist – ging om. Zijn bekering was cruciaal voor de metrolijn. Zonder de boor was de metrolijn er niet gekomen.

De Boor en de Bewoners

De boor heeft de bewoners van de Amsterdamse binnenstad nooit kunnen betoveren. Bij een referendum in 1997 stemde een meerderheid tegen de metro, maar de uitslag was ongeldig door een te lage opkomst van met name Amsterdammers van buiten het centrum. Actiegroepen als De Bovengrondse procedeerden vergeefs tegen de bouwvergunning, ook omdat ze twijfelden aan de veiligheid van de tunnel.

De antimetrosentimenten werden in 2008 weer aangewakkerd door de verzakkingen van monumentale panden aan de Vijzelgracht, die overigens niets te maken hebben met het boren.

Toch haalde de antimetropartij Red Amsterdam bij de raadsverkiezingen maar één zetel, die nu bezet wordt door actrice Nelly Frijda. De ruim 10.000 stemmen kwamen vooral van bewoners langs het tracé, die sinds het begin van de aanleg in april 2003 worden gekweld door opgebroken straten, trillingen en herrie tot ’s avonds laat.

Als de boor straks in de Ferdinand Bolstraat even onder de huizen doorkomt, mogen de bewoners van die huizen op kosten van de gemeente naar een hotel.

De Boor en de Bijenkorf

Net als bewoners hebben ondernemers langs het tracé veel last van de aanleg. Ze ontvangen een schadevergoeding voor hun gedaalde omzet en bij de Vijzelgracht ook voor het herstel van de verzakte panden. Dat kan de pijn nauwelijks verzachten en de vrees voor het vervolg – het boren – niet wegnemen. De deuren van de winkel van Nederlands beroemdste schoenenontwerper, Jan Jansen, klemmen, net als die van de bekendste bakker van Amsterdam, Holtkamp. Een traiteur is zelfs al twee jaar dicht. De klaagzangen van de ondernemers haalden de pers, maar maakten geen indruk op de bestuurders die gewoon doorgingen met het voorbereiden van het boren.

Dat was wel anders met de oproep die warenhuis De Bijenkorf onlangs deed aan de gemeenteraad om het boren uit te stellen. Uit technisch onderzoek was gebleken dat niet alleen de gevel, maar ook de rest van het majestueuze gebouw bij de Dam zou kunnen verzakken. Amsterdam was in rep en roer, want De Bijenkorf is een belangrijke speler in de hoofdstad. Het warenhuis is elke zondag goed voor een lange file in de binnenstad en speelt onder veel meer een sleutelrol bij het opvijzelen van het ‘1012’-gebied rond de Wallen en het Damrak. De rel werd gesust: er zouden misverstanden zijn over de invloedssfeer van de boor. Maar bij het boren zal Amsterdam de hete adem van De Bijenkorf in de nek blijven voelen.

De Boor en De Bazel

Een van de fraaiste monumenten van Amsterdam is het gebouw dat in de volksmond kortweg De Bazel (1926) wordt genoemd. Architect Karel de Bazel, tijdgenoot van Berlage, ontwierp het als hoofdkantoor voor de Nederlandsche Handel-Maatschappij, voorganger van ABN Amro. Tegenwoordig herbergt De Bazel, waarin vooral de met daglicht overgoten hal diepe indruk maakt, het stadsarchief. Precies daarom is De Bazel uitgegroeid tot het symbool van de zorgen van Amsterdammers over hun monumentale gebouwen.

In Keulen stortte vorig jaar het stadsarchief in, door fouten bij de aanleg van de metro. Die ramp had niets te maken met het boren en alles met het bezwijken van betonnen diepwanden. Ongeveer zoals de huizen aan de Vijzelgracht verzakten door lekken in de betonnen diepwanden van het metrostation. Maar toch valt ‘Keulen’ in elke discussie over het boren wel een keer.

De Bazel staat voor alle monumentale gebouwen langs het tracé die iets zouden kunnen merken van de bewegingen in de grond als de boor voorbij komt. De Beurs van Berlage bijvoorbeeld, of Industria en het tegenovergelegen Madame Tussauds. En natuurlijk de Munttoren, waar de boor een scherpe bocht moet maken. Niemand weet hoe de Munt precies is gefundeerd.

De Boor en de Bezwaren

Een speciale enquêtecommissie van de Amsterdamse gemeenteraad deed onder leiding van Maurice Limmen (CDA) onderzoek naar de aanleg van de metrolijn. In het in december verschenen rapport vol vernietigende conclusies stond ook de aanbeveling om nog eens goed te spreken over de risico’s van het boren. Dat is inmiddels gebeurd, in het stadhuis van Amsterdam, door politici, burgers en deskundigen.

Tegen het boren onder de binnenstad bleken tal van bedenkingen te bestaan. De Amsterdamse bodem van veen, klei en zand zou te slap zijn voor een boortunnel. De palen van veel panden zouden niet stevig genoeg zijn. Dan is er nog altijd een kans op een ‘blow out’, het ontsnappen van lucht uit de drukkamer in de boorkop. Als dat gebeurt, valt er grond in de ruimte voor de boorkop, waardoor het maaiveld deels inzakt.

In het algemeen heerste tijdens de discussie een gevoel van angst en zorg onder de Amsterdamse burgers. Van alle partijen in de raad pleitte toen alleen de SP – weer – voor het staken van de aanleg. De SP wordt nu in haar verzet gesteund door Red Amsterdam.

De Boor en Barbara

De Dienst Noord-Zuidlijn is door en door optimistisch over het welslagen van het boren. Het is goed gegaan in Hamburg en Antwerpen, ook steden met een grond die is gemaakt van riviersediment. Het is goed gegaan in Den Haag, Rotterdam en langs de tracés van de HSL en de Betuweroute. Amsterdam krijgt de negende boortunnel in Nederland.

De risico’s zijn zeer klein, denken de boorexperts. De boor ligt zo diep (20 tot 30 meter) dat de ‘zettingen’ zeer klein zijn, maximaal een halve centimeter boven de boor. En deze verzakkingen van hooguit enkele millimeters treden dan vooral op onder het wegdek, want de boor volgt overwegend het stratenpatroon. De grote gebouwen als de Beurs van Berlage en enkele honderden woningen langs het tracé zijn extra verstevigd. Bij de gebouwen die mogelijk toch nog kans lopen iets te verzakken, zijn installaties gebouwd waarmee tijdens het boren een speciemengsel in de grond kan worden gespoten. Dit ‘compensation grouting’ kan verzakkingen opvangen, zo is gebleken.

En als klap op de vuurpijl zijn de tunnelboren vorige week gewijd door een priester. ‘Gravin’ en ‘Noortje’ zijn besprenkeld met wijwater, net als een beeldje van Sint-Barbara, de beschermheilige van de mijnwerkers en tunnelbouwers.

Het beeldje staat in de tunnelschacht en elke dag dat de Duitse boormensen er langs lopen, groeten ze Barbara. Want Barbara moet hen beschermen, 24 uur per dag, 7 dagen per week, jarenlang.