Beroofd in je eigen slaapkamer

Het aantal overvallen op woningen stijgt. De buit is vaak klein, maar de gevolgen voor de slachtoffers zijn groot. Vooral ouderen zijn kwetsbaar. „Een makkelijk doelwit.”

Het is vroeg in de ochtend als een man in een postbode-uniform aanbelt. Argeloos opent de 39-jarige Wendy Smit uit Oudenbosch de deur. Ze verwacht een pakketje te ontvangen, maar in plaats daarvan drukt de man een pistool tegen haar hoofd. Een tweede gewapende man, met bivakmuts, verschijnt en stuurt haar naar de slaapkamer. Daar vullen de dieven hun tassen met haar sieraden, geld en elektronica.

„De overvallers waren nog geen vijf minuten binnen, maar het leek wel uren te duren”, vertelt ze. „Ook toen ik de voordeur hoorde dichtslaan, durfde ik niet uit de slaapkamer te komen.” Minuten later liep ze doodsbang naar beneden, en zocht in elke kamer naar de daders. „Pas toen ik zeker wist dat ze weg waren, durfde ik mijn man en de politie te bellen.”

Overvallen zoals Smit die meemaakte komen steeds vaker voor. In 2009 waren er 841 gewapende woningovervallen, 21 procent meer dan een jaar eerder.

Vooral 55-plussers werden vaker slachtoffer: van 92 tot 195 mensen, een ruime verdubbeling. Korpschef Frans Heeres van de politie Midden- en West-Brabant, namens de Raad van Hoofdcommissarissen lid van de landelijke Taskforce Overvallen, verklaart: „Criminelen denken dat ouderen veel contant geld in huis hebben. Daarnaast zijn fysiek zwakkeren altijd een makkelijk doelwit.”

De forse toename van het aantal woningovervallen komt volgens Heeres doordat misdadigers hun werkveld verleggen: bedrijfspanden en banken zijn steeds beter beveiligd. Woningen zijn makkelijker binnen te dringen. De buit bij woningovervallen is meestal niet groot, soms enkele tientjes in contanten en wat sieraden. „Ik heb zelfs een keer meegemaakt dat een woning voor slechts 15 euro was overvallen”, vertelt de korpschef.

Woningovervallen komen in verhouding het meest voor in de vier grote steden. Vorig jaar ging het om 35 procent. Volgens Heeres gaat het vaak om beginnende criminelen. „Een kind van 16 dat een woningoverval pleegt, is geen uitzondering meer.” En dat brengt extra risico’s met zich mee. „Juist die lage leeftijd en het gebrek aan ervaring maakt ze onberekenbaar.”

Soms weten de overvallers waarvoor ze komen – een goed gevulde kluis, kostbare schilderijen – maar meestal kiezen ze hun slachtoffer willekeurig. In de winterse maanden, van oktober tot februari, komen woningovervallen het meest voor. Heeres: „Omdat de daders in het donker makkelijker kunnen vluchten.”

Slachtoffers kunnen zich nog lang onveilig voelen. Een woordvoerder van Slachtofferhulp Nederland: „Dat gevoel is na een woningoverval vaak nog intenser dan na een straatoverval. Bij een woningoverval wordt ook de privacy van het slachtoffer aangetast.”

Volgens psycholoog Huub Buijssen, gespecialiseerd in traumaverwerking, reageren mannen anders op een woningoverval dan vrouwen: „Vrouwen worden vaak door schuldgevoelens geplaagd, mannen uiten hun angst vaker in boosheid. Die boosheid kan zich ook op de politie richten, omdat het slachtoffer het gevoel heeft dat die hem had moeten beschermen.”

Mede om het aantal woningovervallen terug te dringen, vormden onder meer politie, justitie en gemeenten dit jaar de landelijke Taskforce Overvallen. Onder leiding van de Rotterdamse burgermeester Aboutaleb bundelt die kennis, voor hulp en advies aan politiekorpsen.

Wendy Smit heeft haar eigen manier gevonden om slachtoffers te helpen. Kort na de overval begon ze met de website www.overvallenwatnu.nl, waar slachtoffers met elkaar contact leggen. Bezoekers geven elkaar ook tips om een overval te voorkomen. Inmiddels is de site zo’n achtduizend keer bezocht. „Er was nog geen enkel platform voor lotgenoten. Dat verbaasde me flink”, vertelt Smit. „Nu kan ik als ervaringsdeskundige in ieder geval proberen slachtoffers bij te staan en anderen behoeden voor het gevaar. Dat zie ik na het misdrijf als mijn hoofdtaak.”