Wist de kiezer maar waarop hij stemde

Niemand heeft baat bij het grote aantal politieke partijen in het parlement.

Met een kiesdrempel van ongeveer 5 procent krijgt de kiezer zijn macht weer terug.

De Nederlandse politiek is de afgelopen twintig jaar volkomen versplinterd geraakt. Recente opiniepeilingen laten zien dat geen enkele partij nog boven de dertig zetels uitkomt. Voor een meerderheid in de Tweede Kamer lijkt een coalitie van meer dan drie partijen onafwendbaar.

De versplintering wordt in de hand gewerkt door de lage drempels in ons electorale systeem. Er zijn weinig parlementen in de wereld waar partijen met minder dan 1 procent van de stemmen gekozen worden. Alleen in België en Israël heeft men een vergelijkbaar stelsel en ook daar zijn de problemen met stabiele machtsvorming groot.

Het electoraat hunkert naar politiek leiderschap, maar dat is in ons land nauwelijks te realiseren. Een duidelijke keuze uit twee mogelijke coalities en politieke leiders wordt de kiezer vrijwel nooit voorgelegd.

Hoe meer partijen er aan de verkiezingen meedoen, des te moeilijker het voor de kiezer wordt een strategische stem uit te brengen op het door hem gewenste kabinet. Veel mensen hebben tijdens de laatste verkiezingen op Balkenende gestemd om Bos uit de regering te houden of vice versa. Slechts zeer weinig mensen waren uit op een coalitie van CDA en PvdA. Het feit dat die coalitie er toch kwam, heeft bij veel kiezers het gevoel versterkt dat verkiezingen in Nederland een tombola zijn geworden.

Door de beweeglijkheid van de kiezer wordt het voor regeringspartijen steeds moeilijker om een stevig beleid neer te zetten. Politiek wordt een wel erg hachelijke zaak als je als kabinet weet dat de kiezer voortdurend alle kanten op kan vliegen en dat nog doet ook. De neiging pijnlijke ingrepen uit de weg te gaan en te verzanden in compromissen, wordt dan wel heel groot. Bovendien is het persoonlijke afbrandrisico sterk toegenomen. Het is geen toeval dat politici ineens ontdekken dat zij meer tijd met hun gezin willen doorbrengen.

Het is duidelijk dat we toe moeten naar een systeem waarin het aantal deelnemende partijen drastisch wordt beperkt, en waarin de verkiezingen in essentie gaan om een wedstrijd tussen twee politieke blokken. Welk kabinet er komt, wordt dan door de kiezer bepaald en niet door een langdurig informatieproces in de achterkamer. De kiezer krijgt zijn macht dus weer terug. Hij zal zich minder vrijblijvend opstellen, want zijn stem doet er weer toe. Ook zal het makkelijker worden een stabiele meerderheid in de Kamer te vinden. Het politieke leiderschap waaraan veel mensen behoefte hebben, zal betere kansen krijgen zich te ontwikkelen.

Voor een politiek tweestromenland is het nodig dat het maximum van het aantal partijen op vier à vijf komt te liggen. De meest kansrijke manier om dat doel te bereiken, is de invoering van een kiesdrempel van ongeveer 5 procent. Aantrekkelijk hieraan is dat een grondwetswijziging niet nodig is. De staatscommissie Cals-Donner heeft dat al in 1967 vastgesteld. Veertig jaar na dato is de tijd aangebroken nu eindelijk iets met deze suggestie te doen.

Hans Hoogervorst (VVD) was minister van Financiën en van Volksgezondheid. Sinds 2007 is hij voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten.