Toch kreeg ze levenslang

De zaak-Lucia de B. begon met de dood van een vijf maanden oude baby. Eerdere sterfgevallen werden daarna aan de Haagse verpleegkundige toegeschreven.

Nerveus met haar handen wriemelend kwam Lucia de B. (46) vanmorgen tegen half tien de Arnhemse rechtszaal in. Sinds april 2008 verblijft ze thuis. Voor de nieuwe behandeling van haar zaak moet ze weer plaatsnemen in de beklaagdenbank. Om 12 uur hoort ze hoe de advocaat-generaal vrijspraak eist.

Ruim acht jaar heeft de geruchtmakende rechtszaak tegen de Haagse verpleegkundige De B. geduurd. Ze werd veroordeeld tot levenslang voor zeven moorden en drie pogingen tot moord. Ruim zes jaar bracht zij door in de cel. Als het hof op 14 april tot vrijspraak besluit, wat haast niet anders kan, gaat deze zaak de geschiedenis in als een van de grootste gerechtelijke dwalingen ooit.

Met zachte maar heldere stem geeft De B. in het eerste deel van de zitting antwoord op vragen van de drie rechters, die ingaan op de manier waarop ze acht, negen jaar geleden heeft gehandeld in haar werk. Na haar is toxicoloog J. Meulenbelt aan de beurt, die voor het hof enkele van de veronderstelde moorden en pogingen tot moord onderzocht. „Die alfa’s snappen ook niets van medische zaken”, verzucht toeschouwer Metta de Noo tijdens een schorsing, de verpleeghuisarts die zich jaren heeft ingezet om de veroordeling van De B. ongedaan te maken. „Rechters zouden eerst een bètastudie moeten doen en dan pas rechten.”

De zaak begon met de dood van een vijf maanden oude baby op de afdeling medium care van het Haagse Juliana Kinderziekenhuis. Hoewel de baby aangeboren afwijkingen had en slechte overlevingskansen, kwam het overlijden onverwacht. Een kinderarts sloeg alarm. Binnen een week werd De B., die de baby onder haar hoede had, op non-actief gesteld. Na onderzoek bleken tijdens haar diensten meer baby’s, en ook ouderen, onverwacht te zijn overleden.

Advocaat-generaal Rijkers noemt het ter zitting „opmerkelijk” dat incidenten die aanvankelijk niemand verdacht had gevonden, later wel als verdacht werden aangemerkt, en vervolgens werden toegeschreven aan De B.

Na onderzoek door toxicologen achtte het OM bewezen dat De B. de baby had vergiftigd met een te hoge dosis van het hartmedicijn digoxine. Ter zitting vandaag zegt toxicoloog Meulenbelt nogmaals dat dit niet klopt: de digoxine die in het lichaam van de vijf maanden baby is gevonden kan „absoluut niet” hebben bijgedragen aan haar overlijden.

Toch veroordeelde het Haagse hof De B. tot levenslang. Het bewijs voor twee ‘moorden’ werd gebruikt als ‘schakelbewijs’: Als De B. deze patiënten had gedood, zou ze ook wel verantwoordelijk zijn voor de rest. Een grote rol speelde ook een aantekening in De B.’s dagboek op de dag dat een oudere patiënt was overleden. Ze noteerde dat ze die dag „weer had toegegeven” aan haar „compulsie”. Volgens OM en rechtbank ging het daarbij om de drang tot doden. Zelf hield zij vol dat het ging om het leggen van tarotkaarten.

Ondanks het omstreden bewijs bleef het vonnis in stand. In elk geval nog tot 14 april.