Studenten in Haïti wachten op colleges

Sinds de aardbeving wordt in Port-au-Prince nauwelijks college gegeven. Toch blijven studenten hoopvol – anders kom je in Haïti je bed niet meer uit.

Internet lag er drie dagen uit na de aardbeving in Haïti, maar toen het weer functioneerde, opende Lynny Charles (23) meteen zijn Facebook-pagina. Om berichten te sturen naar zijn vrienden en familie buiten Port-au-Prince. Zo kon de informaticastudent vertellen dat hij nog leefde.

„De telefoons werkten nog niet en Facebook is een handige manier voor ons om te communiceren”, zegt de tweedejaars.

Sinds de aardbeving van 12 januari heeft Charles geen college meer kunnen volgen, net als alle andere studenten in Port-au-Prince. In de hoofdstad bevinden zich de meeste hogere opleidingen, in totaal ongeveer twintig. Bijna alle universiteits- en faculteitsgebouwen zijn beschadigd.

Op het moment van de aardbeving was het druk in de faculteit van Charles, de Ecole Supérieure D’Infotronique d’Haiti. De avondstudenten, in de collegebanken van 16.00 tot 20.00 uur, waren net begonnen.

Maar het gebouw was niet bestand tegen de bevende aarde en stortte volledig in. Veel docenten en studenten kwamen om. Volgens het officiële cijfer heeft de aardbeving 222.570 doden gekost. Charles had geluk dat hij op dat moment geen les had.

Hoe nu verder, is de grote vraag voor veel Haïtiaanse studenten. Ze zijn jong en barsten van de toekomstplannen, maar hun land ligt in puin. Hoe lang gaat het duren voordat de universiteiten en faculteiten weer normaal functioneren? Zullen er straks wel banen zijn?

De 21-jarige Vanessa Dorvil, student accountancy, is optimistisch over de toekomst. Je moet wel, zegt Dorvil. Zonder optimisme kom je je bed niet uit in Haïti. Maar ze zegt ook: „Toekomstplannen zijn voor ons relatief. Je studeert hier vooral om een baan te krijgen.”

Niemand zal dus snel geschiedenis studeren in Haïti, ook al is dat je lievelingsvak. Zeker de zwarte studenten niet. Omdat zij vaak uit de lagere inkomensklassen komen, kunnen zij zich geen studie met weinig carrièreperspectief veroorloven. Het is een kleine minderheid van blanken en mulatten die in Haïti de economie domineert.

Een goede studie doe je in Haïti bovendien naast een particuliere opleiding, „want die zijn goed, terwijl de openbare scholen minder zijn”, zegt Dorvil. De particuliere opleiding drukt wel als een zware last op het huishoudbudget. Collegegeld kan zomaar 100 dollar (73 euro) per maand bedragen, een fors bedrag in een land waar het minimumloon niet meer dan 60 dollar is.

In Dorvils geval was een accountancystudie eigenlijk nooit haalbaar geweest. Haar vader is werkloos, terwijl haar moeder koffie en brood verkoopt om het gezin in leven te houden. Het is een vriend van de familie die voor haar studie betaalt. Zij zegt: „Ik had liever kinderarts willen worden, maar dat is een lange studie. Mijn ouders willen dat ik een goedbetaalde baan vind, zodat ik kan bijdragen aan het inkomen.”

Studenten worden in hun studiekeuzes dus vooral gedreven door praktische overwegingen. Zo heeft Pierre Davidson – die eigenlijk oogspecialist wilde worden – eerst onderzocht in welke sectoren de meeste banen te vinden zouden zijn. Dus koos hij voor informatica. Hij wil het gebruiken om het land te helpen bij de wederopbouw. Davidson (21) zegt: „Informatietechnologie is belangrijk en het onderwijsniveau van mijn landgenoten is gemiddeld laag. Als ik mensen later kan leren computerprogramma’s te maken, zou dat mooi zijn.”

Het zijn mooie idealen in het arme Haïti. Maar hoe realistisch zijn ze op de korte termijn? Staat de huidige generatie studenten niet eerder een periode van stilstand te wachten? Zijn er verloren jaren op komst omdat het land weer bij nul moet beginnen en de onderwijsinstituten hun docenten en infrastructuur zijn kwijtgeraakt?

Lynny Charles denkt van niet. Toevallig is er net een bijeenkomst geweest met de directeur van zijn opleiding. Als het aan hem ligt, gaan de deuren van het instituut zo snel mogelijk weer open, in een gehuurd gebouw dat niet is beschadigd. Amerikaanse universiteiten hebben beloofd computers op te sturen. Probleem blijft het tekort aan docenten. Leraren zijn niet eenvoudig te vervangen. Charles heeft een oplossing: „De opleiding zal eerst met een paar uur per dag beginnen. Daarna moeten we verder zien.”

Voor de studenten staat vast dat het buitenland zich langdurig moet verbinden aan de wederopbouw van Haïti. Minimaal tien jaar. Anders blijft het land lijden onder oude, slechte gewoontes zoals de corruptie.

Het wordt ook tijd, zo vindt informaticastudent Pierre Davidson, dat de overheid universiteiten opent in andere delen van het land. Jarenlang zijn miljoenen dollars binnengekomen uit het buitenland; waarom zijn die niet gebruikt voor de ontwikkeling van het onderwijs in de provincies?

Davidson: „Daarmee kan je ook de regionale economie stimuleren. Dat heb je als land nodig om te groeien. De aardbeving was triest, maar schept ook nieuwe kansen.”

Kunstschatten verloren: pagina 9