Snikken om jongedamesleed

Als er één boek is dat aansluit bij het thema ‘opgroeien in de letteren’ van de Boekenweek, dan is dat Schoolidyllen van Top Naeff, nu geannoteerd heruitgegeven, na 110 jaar. Vooral voor jongedames.

Een eeuw na het verschijnen van De historie van mejuffrouw Sara Burgerhart (1782) van Betje Wolff en Aagje Deken, het eerste Nederlandse boek met een gewoon meisje in de hoofdrol, raakten ze in zwang: de jongedamesboeken geschreven door meisjes, voor meisjes en over meisjes. En van begin af aan werden ze verguisd en afgedaan als suikerzoet, nuffig, stompzinnig en overdreven jolig. Socialiste en feministe Mathilde Wibaut sprak over een ‘treurig soort boeken’ en criticus J.W. Gerhard vreesde in 1905 het ergste voor ‘de ontwikkeling der jeugdige meisjesziel’. ‘Verderfelijk’ vond hij ze, die jongedamesboeken: „Ze verstompen haar geest.”

Zelfs Schoolidyllen (1900) van Top Naeff moest het ontgelden: het oermeisjesboek dat verantwoordelijk is voor meer dan een eeuw aan tranen en na de laatste herdruk (1992) bijna dreigde te verdwijnen, maar dankzij journaliste Kalien Blonden nieuw leven is ingeblazen: zij koos lovenswaardig voor handhaving van de originele tekst en voorzag die van noten. Op die manier maakt ze het verhaal ook voor genrehaters interessant. Want Jeanne, Jet, Lien, Noes en Maud eten nog altijd te veel ‘taartjes’, wanneer ze al babbelend over baljurken, coiffures, school en jongemannen ‘krans’ houden. En ze houden, zoals het de elite van de 19de-eeuwse standenmaatschappij betaamt, hun stand op door in het Frans te spreken: ‘prend garde pourtant, la servante’ (wees voorzichtig, denk om de dienstmeid). Blonden geeft door haar uitgebreide noten inzicht in een fascinerend stukje sociale geschiedenis.

Maar, hoe cultuurhistorisch interessant Schoolidyllen ook moge zijn, het boek dankt zijn onsterfelijkheid vooral aan de sterfscène van zijn levenslustige heldin Jet van Marle, die verweesd en verwaarloosd door haar liefdeloze oom en tante als slachtoffer van vermoedelijk de tering het leven moet laten, ‘net op haar verjaardag’.

Wie heeft niet zijn tranen de vrije loop gelaten? Wie heeft niet met Karel van Laer gejankt als hij zijn stille liefde in de kist aanschouwt: „als Sneeuwwitje, lag ze, […] met de zonnige glimlach om de halfgeopende lippen…”.

Een eigentijdse ‘savante’ als Aukje Holtrop, biografe van Nynke van Hichtum, de hedendaagse (jeugdboeken)schrijfster Anna Woltz en ook enkele mannen, onder wie wijnschrijver Nicolaas Klei, behoren, bleek tijdens de boekpresentatie afgelopen vrijdag, allemaal tot die grote groep hardcore fans. Zelfs Annie M.G. Schmidt, de opstandigheid zelve, vond Schoolidyllen schitterend. Terwijl zij zich toch ook geërgerd moet hebben aan het onmiskenbare standskarakter en het hersenverwekende ideaal van ‘de jonge dochters uit de gegoede stand’ een volmaakte huisvrouw en echtgenote te willen worden?

Dus waar komen die tranen vandaan? Appelleert Schoolidyllen aan een gevoel van ziek zijn toen je nog klein was, zoals Klei suggereert, van ‘zielig, maar fijn en comfortabel zielig?’ Is Jet – Woltz’ beste boekenvriendin – de schuld van alle hartenleed? Opstandige dappere Jet die zo naar liefde hunkert en – ‘ondragelijk’ vindt Woltz – sterft wanneer er hoop gloort? Of moeten de erbarmelijke gevolgen van het tragische slot worden toegeschreven aan tienersmart? Is het een boek waarmee je bij uitstek veilig kan ‘opgroeien in de letteren’ door te dagdromen over helden en heldinnen die in papieren drama’s en romances verwikkeld raken? Misschien. Zeker is dat Schoolidyllen een opmerkelijke tranentrekker is en blijft.

Top Naeff, Schoolidyllen, met voorwoord en noten van Kalien Blonden en illustraties van Rie Reinderhoff, Gottmer, €14,95. In het voorjaar verschijnt Rebel & Dame van Gé Vaartjes, een biografie van Top Naeff (Querido)