Schaffer verdient Ida Gerhardtprijs niet

Een dichter die niet voldoet aan de criteria van de Ida Gerhardt Poëzieprijs mag die ook niet krijgen, meent Frits Bolkestein.

Op 12 maart is de Ida Gerhardt Poëzieprijs verleend aan Alfred Schaffer voor zijn dichtbundel Kooi (De Bezige Bij, 2008). Deze prijs wordt om het jaar gegeven aan de beste dichtbundel van de afgelopen twee jaren. De Ida Gerhardtprijs is vernoemd naar een van de meest vooraanstaande dichters van de vorige eeuw. Het is daarom begrijpelijk dat het bestuur van de stichting die zich hiermee bezighoudt, criteria heeft vastgesteld waaraan de winnaar of winnares moet voldoen. Die criteria luidden als volgt: „De in aanmerking komende bundel zal worden beoordeeld in de geest van het werk van Ida Gerhardt waarbij de inhoud en de vorm met elkaar in balans zijn.”

Wat is die geest? Gerrit Komrij heeft een keuze uit Ida Gerhardt’s gedichten gemaakt, die gepubliceerd is onder de titel Zeven maal om de aarde te gaan (Atheneum Polak&van Gennep, 2001). In de inleiding schrijft Komrij: „Bij Ida Gerhardt komt het privéleven alleen in gesublimeerde vorm om de hoek kijken”; en „Strakheid en zelftucht zijn kenmerkend voor haar versvormen.”

Voldoet Alfred Schaffer’s bundel ‘Kooi’ aan deze criteria? De bundel bestaat uit 32 gedichten en 12 stukken proza. Doen de prozastukken mee? In deze postmoderne tijd valt niets uit te sluiten maar in de geest van het werk van Ida Gerhardt is het niet. De 32 gedichten hebben alle de vorm van een sonnet, hoewel zonder rijm of metrum. Maar waar gaan zij over? Voor zover er iets van die inhoud valt op te maken, gaat hij over het privéleven waar Ida Gerhardt nu juist terughoudend over was.

Op blz. 35 schrijft Schaffer: „Zeg jij maar wie wij zijn, ik ben even uitgekletst.” Was het maar waar, denkt de kritische lezer. Andere gedichten zijn wel aardig, zoals ‘Telegram’, maar met Ida Gerhardt heeft het weinig te maken.

Een andere genomineerde bundel was die van Eva Cox met haar Een twee drie ten dans. Hij bestaat uit twaalf stukken proza, vier vertalingen en elf gedichten. Achterin de bundel van Eva Cox wordt een uitspraak van jurylid Thomas Vaessens aangehaald. „Afgeronde gehelen moeten (...) ontmaskerd of tenminste gewantrouwd worden.”

Dit lijkt op het Franse deconstructivisme dat in Parijs heeft afgedaan maar in Amsterdam nog in zwang lijkt te zijn, althans bij sommigen. De uitspraak staat natuurlijk haaks op het gedachtengoed van Ida Gerhardt.

De verlening van deze prijs aan Alfred Schaffer is een aanfluiting. Het bestuur van de stichting ‘Ida Gerhardt-prijs’ doet er verstandig aan de volgende keer geen criteria te bepalen. Wat doen die ertoe als een jury zich er niet aan houdt?

Frits Bolkestein stapte uit de jury.

Ida Gerhardtprijs: pagina 9