Reiskoorts, steeds weer

Natuurlijk klinkt reizen te veel als toerisme. Als ‘bagage’ en ‘planning’ en ‘resort’. Als roodverbrande ruggen van transpirerende misnoegden. Als de drang om ruziënde kinderen op Mediterraanse snelwegen achter te laten. Als hordes gedesoriënteerden op zoek naar het minst voor de hand liggende parcours. Als spectaculaire diarree.

Jaja.

Natuurlijk betekent reizen voor velen vluchten van gevaar en afgemaakte familieleden, naar een nieuwe gevangenis in het westen, een tocht van wachtkamer naar wachtkamer; dromend van papieren, een toekomst voor het nageslacht.

Waar.

En voor het milieu is het ook al funest.

Is zo.

Maar mijn god wat hou ik van reizen! Schrijf die verbolgen lezersbrieven maar, ontkennen kan ik niet, excuseren enkel onoprecht. Mijn weg loopt in lussen over het land, via salto mortales boven de wolken. Langs gebalde vriendschappen en extreme weersomstandigheden. En zo is het goed.

Op de laatste dag naast een zeer zuidelijk stuk Stille Oceaan, kocht ik voor het eerst een hoed. Een kleine zwarte, een beetje maffioos, ook erg Mel & Kim. Mensen gapen mij na als ik hem draag, maar alleen bij paspoortcontroles zet ik hem af.

Op Heathrow Airport staat een rots in de branding. Hij draagt een donkerpaars uniform en kalmeert iedereen, alle nationaliteiten. „Where do I have to go? Which gate? My flight is delayed!” schreeuwt de een na de ander hem uitzinnig toe. Hij luistert met zijn hoofd een beetje schuin, legt vaderlijk een hand op schouders en geeft met een zonnig stemgeluid alles verhelderende antwoorden. Vaak knijpt hij ook nog even in die schouders, of deelt hij bemoedigende klapjes uit aan ruggen. Rustig en verlicht zet het volk zijn tocht voort. De man in het donkerpaarse pak wendt zich al glimlachend tot het volgende verloren schaap. Als je goed kijkt, zie je de helden.

Tussen twee continenten door zal ik even in de vlakke landen neerstrijken om, uit gewoonte, als minzame genomineerde aanwezig te zijn bij uitreikingen en diners. Vervolgens zal ik prijsloos en opgelucht mijn vleugels weer uitslaan, richting Rusland.

Lang vreesde ik voor iets zwaars met vlijmscherpe randen dat mij inwendig aan stukken hakken wou. Lang was ik in de waan dat iets mij werd onthouden. Nu blijkt de weg onder mijn voeten, tot bij de horizon, met privileges geplaveid. De blijdschap davert door mijn bloed als malaria.