Politieman bekent moord op Milly Boele

De 26-jarige agent van het politiekorps Rotterdam-Rijnmond die wordt verdacht van de moord op het twaalfjarige meisje Milly Boele uit Dordrecht heeft zijn daad gisteren bekend. Dat heeft de Dordtse hoofdofficier van justitie Paul van de Beek vanochtend verklaard.

Volgens Van de Beek heeft de politieman eerst aan zijn vriendin bekend dat hij Milly heeft vermoord. Op aandringen van zijn vriendin is hij naar het politiebureau gestapt. Daar is hij tot gisteravond elf uur verhoord.

Uit de bekentenis blijkt dat de man het meisje op de avond van de dag van haar verdwijning heeft meegenomen, vermoord en begraven in zijn tuin. Het lichaam van Milly Boele is afgelopen nacht om drie uur geborgen en weggevoerd. Sectie moet uitwijzen of de man het meisje heeft misbruikt. Van de Beek zegt dat de man geen motief heeft gegeven voor de moord.

Politie en justitie zijn er sinds Milly’s vermissing, vorige week, voortdurend van uitgegaan dat Milly zou kunnen zijn vermoord óf ontvoerd. In het laatste telefoongesprek dat Milly met haar moeder voerde, had het meisje gezegd dat ze moest ophangen omdat „een van de buren” voor de deur stond. Daarom heeft de politie de afgelopen week voortdurend buurtonderzoek gehouden.

Van alle mannelijke buurtbewoners is het alibi onderzocht. Ook de verdachte politieman zat in die groep. Hij had geen sluitend alibi. Om die reden had de politie nog een vervolggesprek gepland met de man.

Hoofdofficier Van de Beek zei dat de man vermoedelijk heeft bekend „omdat hij aanvoelde dat hij tegen de lamp zou lopen, door de voortdurende aanwezigheid van politiemensen in de buurt”.

De politie Rotterdam-Rijnmond heeft de verdachte op non-actief gesteld. Vrijdag wordt hij voorgeleid aan de rechter-commissaris. De politie onderzoekt of de man eerder te maken heeft gehad met gedragsstoornissen of psychische problemen.

De verdwijning van Milly kreeg landelijke bekendheid door een grootscheepse zoekactie waarbij het Amber Alert, een alarm voor verdwenen kinderen, werd ingezet. Demissionair minister Hirsch Ballin (Justitie, CDA) sprak zijn medeleven uit met de familie van het meisje. „Dit is een drama dat iedereen doet huiveren. Ik wil graag intens medeleven uitspreken met de familie, de ouders en degenen die het meisje en het gezin hebben gekend en iedereen die met ze meeleeft.” Het politiekorps Rotterdam-Rijnmond liet weten „met verbijstering” kennis te hebben genomen van de aanhouding van de agent. Gisteren kwam het meisje ook in de Tweede Kamer ter sprake. Hirsch Ballin verklaarde dat het Amber Alert vermoedelijk niet snel genoeg is afgegeven: pas een etmaal na de verdwijning.