Oomph

Misschien is het het perspectief van een buitenlander. Maar ik heb het idee dat Amerikanen meer dan Nederlanders genieten van het uitspreken van woorden die zij zelf leuk vinden.

Amerikanen houden bijvoorbeeld erg van het woord ‘oomph’ (spreek uit ‘oemf’). ‘Oomph’ is moeilijk vertaalbaar, maar betekent iets als ‘krachtigheid’ of ‘fut’. Op de radio hoorde ik een commentator zeggen: „The European economy just doesn’t seem to have much oomph at the moment.” Voordat hij ‘oomph’ ging uitspreken, wachtte hij even, en toen sprak hij het woord nadrukkelijk uit. Alsof hij op een grote zachte poef ging zitten en er helemaal in wegzakte. „Wat een fijn woord”, hoorde je hem denken.

Hetzelfde hoor je Amerikanen doen met andere rare woorden die ze toch heel leuk vinden. ‘Pizazz’ bijvoorbeeld (uitspraak: ‘puh-zèèz’), wat iets als ‘flair’ betekent, alleen klinkt flair oneindig veel suffer dan pizazz. Als een Amerikaan ‘pizazz’ zegt, dan zorgt hij ervoor dat hij de tweede lettergreep extra lang uitrekt, waardoor het woord zelf eigenlijk al pizazz krijgt. ‘Ta-daaa!’ kun je erbij roepen, zo enthousiast wordt pizazz gebracht.

Net als in Nederland is het voorvoegsel ‘über’ hier ook erg in. Amerikanen spreken dat uit als ‘oeber’, want die umlaut, daar weten ze geen raad mee. Wel weten ze dat als je ‘über’ gebruikt, je het de aandacht moet geven die het verdient. Über-hip, über-lame (stom), über-yummy (lekker); het kan met elk bijvoeglijk naamwoord, als je er maar flink je ogen bij openspert om het ‘über’ nog meer nadruk te geven.

Natuurlijk zijn er ook woorden die door sommige mensen nog wel als leuk/gek worden gezien, en door anderen allang niet meer. Onlangs hoorde ik iemand verlekkerd het woord ‘ginormous’ uitspreken (een jolige samentrekking van ‘giant’ en ‘enormous’). Hij was er zelf heel erg blij mee, maar om hem heen werd hevig met de oogbollen gedraaid. Ginormous was duidelijk über-lame.