Ongewone wapenrace

Voor de nucleaire ambities van Iran en Noord-Korea heeft de internationale gemeenschap volop aandacht. Het feit dat er ook een conventionele wapenwedloop gaande is, mag zich daarentegen in minder belangstelling verheugen.

Dat Rusland nu onderhandelt met Frankrijk over de koop van vier multifunctionele Mistral-oorlogsschepen, die in de Zwarte Zee kunnen worden ingezet tegen Georgië, is niet onopgemerkt gebleven. Maar de verkoop van bijvoorbeeld een kalasjnikov roept weinig zorg op. Onterecht. Want volgens het Stockholm International Peace Research Institute (Sipri) voltrekt de wedloop zich in instabiele regio’s: Midden-Oosten, Noord-Afrika, Zuid-Azië en Zuid-Amerika.

Het Sipri heeft berekend dat de mondiale wapenhandel in de tweede helft van het afgelopen decennium met bijna een kwart (22 procent) is gegroeid. Dat lijkt mee te vallen. Ware het niet dat 27 procent daarvan aan gevechtsvliegtuigen uitgegeven is en vooral dat de stijging onevenwichtig over de wereld is verdeeld. Met name in Zuidoost-Azië en Latijns-Amerika is de wapenhandel geëxplodeerd.

Deze groei, die soms meer dan 150 procent bedraagt, komt vooral voor rekening van landen die beschikken over olie, gas en andere schaarse grondstoffen en vervolgens van hun rivaliserende buurlanden die zich daartegen beschermen met eigen conventionele wapens.

De wapenconsumptie van Singapore spreekt het meest tot de verbeelding. Deze stadstaat, grenzend aan Maleisië dat tussen 2005 en 2010 maar liefst 722 procent meer uitgaf, heeft in dezelfde periode 146 procent meer aan allerhande wapentuig besteed. Singapore is daarmee toegetreden tot de toptien van wapenimporteurs ter wereld. Het is voor het eerst sinds het einde van de Vietnamoorlog (1975) dat een lidstaat van de Zuidoost-Aziatische gemeenschap (Asean) tot die ranglijst is doorgedrongen.

Op de toptien staan overigens meer opzienbarende landen die in een instabiele regio liggen of armlastig zijn. Zoals het niet lang geleden nog door een burgeroorlog geteisterde Algerije. En Venezuela, waar president Chávez steeds repressiever optreedt. Of het zo ongeveer failliete Griekenland dat zich blijft bewapenen tegen NAVO-bondgenoot Turkije.

Een omgekeerde onevenwichtigheid manifesteert zich bij de verkoop. De exporteurs zijn bijna zonder uitzondering oude industrielanden. Amerika en Rusland zijn de grootste wapenproducenten. Nederland staat ook in de toptien.

Deze abstracte cijfers zeggen niet alles. Zo is de omzet van de Russische staatsmonopolist Rosoboronexport kleiner dan de Amerikaanse concurrenten. Maar omdat zijn wapentuig goedkoper en dus aantrekkelijker voor armere landen is, speelt Rusland een relatief grotere rol in de wapenrace.

Deze conventionele wedloop is niet eenvoudig te stoppen. De economische belangen zijn groot. Er zijn amper gremia die een machtspositie hebben. En de publieke opinie houdt zich gedeisd. Pas als er ergens een smerige (burger)oorlog wordt gevoerd, dringt de waarheid een beetje door.