Oliewinning Shell stijgt voor het eerst in jaren

Shell-topman Voser heeft vertrouwen in de toekomst, bleek gisteren in Londen bij de presentatie van de bedrijfsstrategie. Maar zorgen blijven over hoge kosten en de olieprijs.

Na zes jaar worstelen en ploeteren lijkt energiebedrijf Shell het reserveschandaal eindelijk te boven. De bewezen olie- en gasreserves zijn fors boven het niveau van 2004 uitgestegen. En ook de olie- en gasproductie lijkt zijn dal voorbij. Na zeven achtereenvolgende jaren te zijn gekrompen, gaat de productie de komende jaren weer stijgen.

Bestuursvoorzitter Peter Voser van Shell klonk gisteren in Londen dan ook vol vertrouwen toen hij de strategie voor de komende jaren presenteerde. Maar de uitdaging waarvoor zijn bedrijf staat is en blijft enorm. Shell heeft na het reserveschandaal als geen ander moeten investeren in het vinden en ontwikkelen van nieuwe olie- en gasvelden. Bovendien is het dividend de afgelopen jaren fors verhoogd, om aandeelhouders tevreden te houden. Al die kosten – over 2009 ging het om 32 miljard dollar (23 miljard euro) – zijn niet terugverdiend met de verkoop van olie en gas, zeker niet nadat de olieprijzen na de zomer van 2008 inzakten. Daardoor zijn de schulden vorig jaar opgelopen tot 25 miljard dollar.

Om op kosten te besparen is Voser rigoureus in de organisatie gaan snoeien. Vorig jaar schrapte hij 5.000 banen, eerder dit jaar nog 1.000. Gisteren kondigde hij aan dat er bij Shell voor het eind van 2011 nog eens 1.000 arbeidsplaatsen verdwijnen. Na die operatie houdt Shell 85.000 werknemers over. Verder heeft het bestuur eerder laten weten 15 procent van zijn raffinagecapaciteit te gaan verkopen. Gisteren kwam daar nog iets bovenop. Ook 35 procent van de consumententak wordt in de etalage gezet, waaronder 4.500 van de in totaal 45.000 tankstations.

Shell bouwt zijn sterke positie in raffinage en detailhandel af. De strategie gaat zich beduidend meer richten op de ontginning van olie- en gasvelden, omdat het bedrijf zich daar kan onderscheiden met nieuwe technologie. Met name ten opzichte van staatsbedrijven uit China, Brazilië, Rusland en het Midden-Oosten. Die krijgen steeds meer controle over de resterende olie- en gasreserves in de wereld. Willen bedrijven als Shell, het Amerikaanse ExxonMobil en het Britse BP toegang krijgen tot die reserves zullen ze de staatsbedrijven moeten verleiden tot samenwerking. Dat kan met technologie die niemand anders heeft. Of door te laten zien dat ze reusachtige projecten kunnen uitvoeren.

Dat is waar Shell hard aan werkt. Door alle inspanningen van de afgelopen jaren heeft het bedrijf in 2009 een aantal indrukwekkende projecten in productie genomen, in Rusland en Brazilië. Dit jaar volgt er meer, in Qatar, Canada en de Golf van Mexico. Deze projecten gaan ervoor zorgen dat de olie- en gasproductie – het levensbloed van een energiemaatschappij – de komende jaren weer toeneemt van 3,1 miljoen vaten olie-equivalent per dag nu naar 3,5 miljoen vaten in 2012.

Tegelijkertijd moeten deze projecten het geld opleveren voor de toekomstplannen van Shell. En dat zijn er nogal wat: opstarten van nieuwe grote projecten die tot 2020 voor een verdere groei van de productie zorgen; schulden terugbrengen; dividend verhogen.

Voser liet gisteren zien dat Shell in ieder geval genoeg in de pijplijn heeft. Het bedrijf was in 2009 erg succesvol bij het vinden van nieuwe olie- en gasvelden, bijvoorbeeld in Noord-Amerika en Australië. „Het was het beste jaar voor exploratie in het afgelopen decennium”, zei hij.

Maar daarmee zijn de zorgen voor Voser niet voorbij. Veel van de nieuwe olie- en gasvelden zijn lastig te ontginnen. Ze bevinden zich in het moeilijk bereikbare Arctische gebied, in ultradiepe wateren. Of het gaat om lastig te winnen onconventionele olie, zoals de complexe teerzanden in Canada. Daardoor maakt Shell relatief hoge kosten.

Het concern is dan ook als weinig andere gebaat bij een hoge olieprijs. En die hangt weer sterk af van de wereldeconomie. Als die zich herstelt zal de vraag naar olie en gas naar verwachting ook sterk aantrekken. Dat zou met name Shell goed uitkomen. Maar de vooruitzichten zijn onduidelijk, in sommige opzichten zelfs zorgwekkend. Want er zijn signalen dat de belangrijkste groeimotor van de afgelopen jaren, China, met een zeepbel zit in de vastgoedsector. Als die knapt zou dat slecht nieuws zijn voor de wereldeconomie. Ook voor Shell zou dat een klap zijn.

Vandaar dat Voser constant op zijn hoede zal moeten blijven. Het blijft een balanceeract tussen inkomsten, uitgaven en schulden. Uit voorzorg heeft Shell het dividend over 2010 alvast bevroren. De vraag is hoe aandeelhouders hierop zullen reageren.