Noem mij niet het marathonmeisje

Elma de Vries (26) is een buitenbeentje in het Nederlandse schaatsen.

„Als ik zo goed word als ik zou kunnen zijn, sta ik elk weekend in de topvijf.”

Ze had het voorafgaand aan de wereldbekerfinales al laten weten: ik ben moe, verwacht niet te veel van mij. En dus was het geen verrassing dat Elma de Vries afgelopen weekend in een vol Thialf als laatste eindigde op de 1.500 meter en als veertiende bij de 3.000 meter. Ook van het WK allround, dat komend weekend verreden wordt, heeft de schaatsster geen hoge verwachtingen. „Ik ben te uitgeblust om mooie dingen te laten zien.”

Elma de Vries is een buitenbeentje in de Nederlandse schaatssport. En niet alleen vanwege haar eerlijkheid, die haar zo nu en dan in de problemen brengt. De Vries is een sportieve veelvraat, die zich zowel in het langebaanschaatsen, marathonschaatsen als skeeleren heeft bekwaamd. Ze zit niet in een van de grote ploegen en bungelt er een beetje bij.

„Ik weet nog goed dat ik vorig jaar Annette Gerritsen in de kleedkamer tegenkwam”, vertelt De Vries. „We zaten samen in de DSB-ploeg, totdat Dirk Scheringa in financiële problemen raakte. Zij had als pupil van Jac Orie vrij snel een nieuwe sponsor gevonden, ik was als lid van de marathonploeg nog zoekende. ‘Hé’, zegt zij, wijzend naar mijn sponsorloze zwarte kleding. ‘Jij reed natuurlijk ook voor DSB. Hoe kom jij rond?”

De Vries kan wel lachen om dat soort voorvallen. Ze vloeien tenslotte voort uit haar keuze om zich niet uitsluitend op het langebaanschaatsen te richten. „Ik vind alles leuk om te doen”, zegt de vrouw die in 2006 de alternatieve Elfstedentocht won en een jaar later skeelerkampioen van Europa werd. „Dat ik door al die bezigheden minder bekend ben bij het grote publiek, maakt mij niks uit.”

Dat haar vele talenten niet alleen voordelen opleveren, bleek ook in 2004, toen De Vries als langebaanschaatsster overtraind raakte en enkele maanden uit beeld verdween. „Een moeilijke periode”, zegt de sporter die twee jaar daarvoor nog wereldkampioen bij de junioren werd. „Een tijd lang ben ik van de kaart geweest. Reed ik bij stoplichten gewoon door rood. En op het ijs was ik niet vooruit te branden.”

Hoe heb je die terugval verwerkt?

„Ik heb een paar maanden bij mijn ouders in Haule op de bank gelegen. Totdat ik hoorde dat het EK skeeleren in Nederland zou worden georganiseerd. In die tijd was ik de beste Nederlandse vrouw, dus mocht ik voor mijn gevoel niet ontbreken. In drie maanden tijd heb ik mij voorbereid op het evenement, samen met de nieuwe skeelercoach Desley Hill [die later ook haar schaatscoach werd]. Toen ik vier Europese medailles had gewonnen, kwam ook de honger naar het succes terug.”

Je terugval volgde op je wereldtitel allround bij de junioren. Is er een verband tussen die twee zaken?

„Waarschijnlijk wel. In mijn eerste jaar als senior deed ik het nog heel aardig; ik reed harder dan in al de jaren ervoor. Als 19-jarige ging ik de winter in met het idee dat mijn grote doorbraak aanstaande was. Maar toen de successen uitbleven – ik wist mij dat jaar niet voor de eerste serie wereldbekers te plaatsen – kwam de frustratie. In plaats van te concluderen dat ik door vermoeidheid scherpte miste, ben ik nóg harder gaan trainen. Ik wilde er alles aan doen om de beste te worden. En geen coach die mij een halt toeriep, want ik was tenslotte ‘de grote belofte’.”

Je wilde je omgeving niet teleurstellen.

„Nee, ik wilde mezélf niet teleurstellen.”

Want je legt de lat hoog.

„Ja. Dat is waarschijnlijk een familietrek, want mijn broers [marathonschaatsers Bob en Bart de Vries] hebben dat ook.”

Was je verder gekomen in het langebaanschaatsen als je je tot die sport had beperkt?

Er volgt een diepe zucht. „In tv-commentaren wordt vaak opgemerkt dat ik te veel tijd in het skeeleren en marathonschaatsen steek. ‘Ze doet van alles wat’, is vaak het verwijt. ‘Ze maakt geen keuzes.’ Het lijkt bijna een verklaring voor het feit dat ik ‘niet zo goed rijd’ als langebaanschaatsster. Om eerlijk te zijn vind ik dat soort commentaren naar: ze doen geen recht aan de werkelijkheid. Afgelopen seizoen heb ik maar twee marathons gereden, in een periode dat het langebaanseizoen nog niet was begonnen. Skeeleren doe ik als collega’s zich voorbereiden op het schaatsseizoen. Dus het bijt elkaar niet.”

Toch is het een relevante vraag: had Elma de Vries ook als senior een wereldtitel behaald als zij haar aandacht niet zo had verdeeld?

Veert op. „Het kan nog steeds! Ik ben nog maar 26!”

Mark Tuitert won na een paar moeilijke jaren goud in Vancouver. Heb je eenzelfde scenario voor ogen?

„Ik heb al wat Tuitert-momentjes achter de rug. Zo werd ik vorig jaar verrassend tweede bij de NK allround en derde op de 1.500 meter bij de wereldbeker in Calgary. Als ik echt zo goed word als ik zou kunnen zijn, sta ik elk weekend in de topvijf bij wereldbekers. Door die terugval heeft het alleen tijd nodig. Het is even puzzelen, maar ik kom er wel.”

In Vancouver eindigde je als elfde op de 5.000 meter. Dat moet slikken zijn geweest voor iemand die de lat zo hoog legt voor zichzelf.

„Zeker. Maar misschien wel pijnlijker is wat daarna volgde. Ik wilde die matige prestatie doen vergeten met een sterk optreden tijdens de ploegenachtervolging – een onderdeel waar ik de hele zomer op had getraind. En wat gebeurde er?” De Vries zwijgt en roffelt met haar vingers op tafel. „Ik mocht niet meerijden van Wopke de Vegt [bondscoach].”

Je klinkt boos.

„Ik was wel even boos, ja. Ik heb ze met die 5 kilometer een stok gegeven om mee te slaan. Daardoor konden ze mij makkelijk buiten spel zetten.”

Volgens je coach Desley Hill word je geprikkeld door negatieve ervaringen.

„Als iemand zegt dat ik iets niet kan – of dat nou een commentator, coach of supporter is – ben ik vastbesloten het tegendeel te bewijzen. Voor mezelf én voor de publieke opinie. Zoals die keer dat de NOS-commentator mij een ‘marathonmeisje’ noemde. Vlak daarna won ik brons in Calgary. Overigens kan ik mezelf ook positieve prikkels geven, hoor. Toen ik twee jaar geleden aan het inrijden was voor het NK marathon, riep ik tegen mijn manager dat hij alvast een rood-wit-blauwpak [voor de winnaar] kon bestellen. Won ik vervolgens echt de race. Leuk hè?”