Moeten we de Grieken laten barsten?

Op de achtergrond gebeurt het toch: Europese Unielanden hebben maatregelen klaarliggen voor het geval Griekenland over twee weken geen staatspapier meer verkocht zou krijgen. Met ferme uitspraken vol modern chauvinisme hadden ook Tweede Kamerleden een paar weken geleden nog laten weten dat de Grieken uiteraard hun rotzooi zelf mochten opknappen.

Maar het loopt anders. Behoedzaam, stap-voor-stap heeft de Duitse bondskanselier uiteindelijk anders beslist en de andere 15 eurolanden zullen, indien nodig, volgen.

Ook dat is verstandig. „Als Griekenland instort en de Europese Unie komt niet te hulp, dan zullen we in ernstige mate en langdurig onze internationale geloofwaardigheid verliezen”, zei Olli Rehn, de eurocommissaris voor Monetaire Zaken. En zo is het.

En Nederland zal volgen. De laatste keer dat Nederland Duitsland monetair niet volgde, is alweer ruim een kwart eeuw geleden, maart 1983 om precies te zijn. De Duitse D-mark revalueerde toen en anders dan al sinds jaar en dag gebruikelijk, revalueerde de Nederlandse gulden ietsje minder. Die afwijking heeft de Nederlandse belastingbetaler later vele miljarden gekost aan hogere rentes op staatsobligaties, en het is daarna ook nooit meer gebeurd. Na maart 1983 hield de gulden in feite op te bestaan, al noemden we de munt gulden en niet D-mark.

Over een Europees steunpakket heeft zich de laatste maanden een ouderwets geloofsdispuut afgespeeld. Je had de economisch-technische tegenstanders van Europese hulp. Zij vonden en vinden dat de Europese Unie zoiets eenvoudig niet kan. Daar heb je het Internationaal Monetair Fonds voor.

Interessant hoezeer nu ineens weer het heil van de efficiënte markt wordt bezongen, waarmee Griekenland dient te worden gedisciplineerd.

Een trouwe euroscepticus als Arjo Klamer, hoogleraar culturele economie in Rotterdam, ziet het einde van de euro naderen: „Vroeg of laat botst de eurozone op de onderliggende culturele verschillen”, zei hij in de Volkskrant.

Aan de andere kant zijn er de gelovigen, voor wie een crisis als deze geroepen komt om Europa een volgende stap te laten zetten. De Belgische oud-premier Guy Verhofstadt heeft het over een Europese economische regering die in aantocht zou zijn, met „eurocommissarissen als kernkabinet”.

Angela Merkel en achter haar de intellectuele routinier Wolfgang Schäuble (Financiën) hebben de laatste weken een veel pragmatischer koers gevolgd. Griekenland zomaar te hulp schieten zou onverantwoord zijn geweest (moral hazard, risico’s nemen zonder gevolgen) en indruisen tegen het Verdrag van Maastricht. Dat zou ongetwijfeld problemen hebben opgeleverd voor het Duitse hoogste gerecht, het Hof van Karlsruhe, dat de laatste tijd nauwlettend over de schouder meekijkt. Bovendien is de economische logica verwarrend: het Griekse tekort is de keerzijde van een Duits overschot en Griekenland te hulp komen kan moeilijk zonder in eigen land ook iets te doen aan de geweldige overschotten.

Maar anderzijds zou optreden van het IMF als alternatief niet alleen een beetje sneu zijn voor een eurofiel. Het zou de onafhankelijkheid van de Europese Centrale Bank en daarmee het gezag van deze instelling aantasten. Immers, het IMF, met nu nog Amerika als machtigste partij en straks wellicht ook China, zou zich direct met de eurozone gaan bemoeien. Wat betekent zoiets voor een munt die als alternatief voor de dollar was gedacht en die in de 16 eurolanden alles bij elkaar een groter bruto nationaal product vertegenwoordigt dan de Verenigde Staten?

Een vrij banaal, maar niet onbelangrijk puntje is ook dat bij een Griekse surseance alweer overal banken zouden moeten worden geholpen die Grieks staatspapier op hun balans hebben staan.

Zeker nu de Griekse regering ernst maakt met saneringen, kon een overheid met verantwoordelijkheidsbesef jegens de Europese omgeving dit moeilijk op zijn beloop laten.

Minister Schäuble had dit al in een vroeg stadium laten doorschemeren. Bild had er overigens aanvankelijk op gereageerd zoals ongeveer het Nederlandse parlement: ‘schande’ in chocoladeletters.

Meer, enfin, verantwoordelijke bestuurders kunnen verder springen dan de chocoladeletters dik zijn. En zo geschiedt nu op de achtergrond.

Nu zullen de eurosceptici zeggen dat het uitstel van executie is, immers het volk volgt niet, het heeft niets met Europa, niets met de euro. Het wil gewoon vrij zijn en zichzelf. En politici die wat willen betekenen, volgen het volk.

Maar er is ook een andere werkelijkheid, grotendeels buiten het zicht van de Nederlandse openbaarheid waar we elke dag live overschakelen naar Den Haag. EU-president Van Rompuy sprak er in Brugge over: „De nieuwe economische macht van opkomende landen kristalliseert zich uit in politieke macht. (…) Om zulke veranderingen het hoofd te bieden, moeten de leden van de Unie sterk zijn en verenigd.”

Deze Belg ziet, anders dan zijn landgenoot Verhofstadt, niet de Europese Commissie maar de Europese Raad als een embryonale vorm van een gouvernement économique. Niet een neutrale Europese instantie dus, maar gewoon een samenspel van een onderlinge strijd tussen Europese staten. Met voorop Duitsland en op gepaste afstand Frankrijk en de Britten aan de zijlijn.

Een munt is geen ideaal, maar een voertuig van gemak en van macht tegenover de buitenwereld, tegenover China en Amerika. Althans als de munt werkt. Een adequaat monetair bestuur is een kwestie van gezag.

Volhouden dat de euro geen toekomst heeft, omdat de mensen het niet willen, biedt een al te magere vorm van bestuurlijk gezag. Griekenland laten barsten, omdat dat is wat mensen willen, is ook wat mager.

Tenzij een mens alleen politicus wordt om precies te doen wat mensen willen en dat dan democratie noemen.

Reageren kan op nrc.nl/knapen (Reacties worden openbaar na beoordeling door de redactie.)