Meer zwarte verf, minder bloemen in pastel

Niet alleen de doden worden betreurd na de aardbeving in Haïti, ook de verwoeste kunstschatten en musea. „Ik schilder nu doeken over de ramp.”

Ooit bezat het Musee Galerie d’Art Nader de grootste privécollectie van Haïtiaanse kunst ter wereld. Maar nu staat er een puinruimer van de VN op het terrein van het gewezen museum, gelegen op de top van een heuvel in het noordelijke deel van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince.

Tijdens de aardbeving van 12 januari in Haïti, waarbij meer dan 200.000 mensen om het leven kwamen, is het hagelwitte pand van drie verdiepingen voor een groot deel in elkaar geklapt. Duizenden schilderijen en talrijke beelden van Haïtiaanse kunstenaars gingen mee ten onder.

Naar schatting zijn er 6.000 van de 12.000 doeken gered, van onder anderen de aartsvaders van de Haïtiaanse schilderkunst, Hector Hyppolite (1894-1948) en Philome Obin (1892-1986). „Maar velen zijn er beschadigd. Dat kost jaren om die te restaureren”, zegt George Nader, manager en zoon van de oprichter van het museum, dat werd geopend in 1992.

Zijn vader, George S. Nader, was de collectie begonnen in 1966. Veel geschiedenis is weggevaagd door aardbeving, met onder meer doeken uit de jaren twintig. „Een groot deel van ons culturele erfgoed is in puin opgegaan”, zegt Nader.

Andere toonaangevende galerieën en musea zijn eveneens met de grond gelijk gemaakt of zwaar beschadigd, zoals het ruim zestigjarige Centre D´Art. Een van de grondleggers van het Centre D´Art, de Amerikaan Dewitt Peters, heeft er mede voor gezorgd dat Haïtiaanse kunst in het buitenland erkenning kreeg.

Onder de verloren schilderijen bevinden zich werken van Philippe Dodard, een bekende Haïtiaanse schilder en kunstkenner. Dodard: „Het is een ongekende tragedie, met zoveel doden. Ontelbare kunstschatten, van schilderijen tot kerken, zijn verpulverd.”

Zelf zat Dodard in zijn auto op 12 januari toen de grond op en neer begon te golven. Om zich heen zag hij gebouwen ineenstorten en gillende mensen op de vlucht voor de dood. „Die beelden laten je nooit meer los. Na de aardbeving heb ik alleen maar grote doeken over de ramp geschilderd. De eerste van de serie heet Ontsnapt, omdat ik de schok heb overleefd, terwijl veel vrienden zijn heengegaan.”

In Galerie Marassa, in de Pétion Ville wijk, is de klap eveneens hard aangekomen. Michèle Frisch, eigenaresse van de ruim drie decennia oude galerie, is een groot deel van haar collectie kwijtgeraakt. Voor de beving had de galerie twee ruimtes. Eentje staat er vandaag ongebruikt leeg. „Ik had een enorme verzameling keramiek, werk van Dodard, maar zij is volledig vernietigd”, vertelt Frisch. Een van de andere kunstenaars die zij vertegenwoordigde, de 80-jarige Alix Roy, overleefde de beving niet.

In haar galerie hangen typische Haïtiaanse doeken, zoals de buitenwereld ze doorgaans kent. Kleurrijke taferelen, dromerig, van de natuur, de oogst op het land. Frisch zegt: „Haïtiaanse kunstenaars hebben vaak een positieve kijk op het leven. Ze drijven op hoop, portretteren een maatschappij zoals die zou moeten zijn.” Tegelijkertijd laten ze zich eveneens inspireren door politieke omwentelingen en natuurrampen. „Na zulke gebeurtenissen zal je even geen bloemen en bomen zien op de doeken.”

Schilder Dodard gaat een stap verder. Hij spreekt van een nieuwe school, van na de aardbeving. Dodard zegt: „Wij zijn overweldigd door de aardbeving. Het wordt nooit meer zoals voorheen. Ik zie nu een kunstenaar als Frantz Zéphirin taferelen schilderen van mensen die in de rij staan voor voedsel.” Zelf heeft de internationaal bekende Zéphirin (42) zich in het verleden een historische animalist genoemd. In zijn werken van voor de aardbeving verwijst hij geregeld naar Bijbelse figuren in combinatie met dieren of half mensdieren. Nu laat hij zich inspireren door de actualiteit van zijn land.

In galerie Marassa komt Sebastien, een opkomende schilder binnenlopen. De 29-jarige Sebastien, die geen achternaam gebruikt, is een exponent van de nieuwe generatie Haïtiaanse kunstenaars. Hij is lid van Les Artistes de la Grande Rue, een experimentele beweging uit de verpauperde wijk Grande Rue in de hoofdstad. Zijn werk wordt binnenkort vertoond in Miami en in Parijs. Sinds de aardbeving is de schilder overgestapt van blauw en pastelkleuren naar zwart-wit en zelfs zwart-roze. Het zijn ongekende kleurencombinaties binnen de Haïtiaanse schilderkunst. De Amerikaanse schilder Jean-Michel Basquiat , die een Haïtiaanse vader had, is zijn grote voorbeeld. Hij zegt: „Na de beving laten de Haïtianen hun de donkere kant zien.”

Dan vertelt hij over de gebeurtenis die zijn huidige werk heeft getekend. Hoe een blanke vrouw na de aardbeving onder het puin lag, levend. Alleen op de voorwaarde dat zij 25.000 dollar zou betalen, wilden omstanders haar helpen. Een actie die mogelijk haar oorsprong heeft in de extreem scheve inkomensverdeling in het land: een groot deel van de economie is in handen van een piepkleine minderheid van blanken en mulatten. „Het was als een boze droom, onwerkelijk”, zegt de zacht pratende Sebastien.

Na de aardbeving heeft de schilder de vernietigde stad verruild voor een plaatsje in de bergen. Angst voor een nieuwe aardschok heeft hem naar een atelier in de bossen gedreven. Een van zijn recente werken is een zwart-wit doek met een afbeelding van een geest die waakt over een gewonde Haïtiaan. Via een raamkozijn met een opening komt nog wat licht binnen. Hij zegt: „Ondanks de tragiek van ons land, is er nog steeds hoop.”