Leider Balkenende is heus niet omstreden

De discussie over de positie van CDA-leider Balkenende ebt maar niet weg. Maar nu nog wisselen is geen reële optie meer. Heeft Jan Peter Balkenende nog de magie van vorige verkiezingen?

Het sterke gevoel van eenheid en onderlinge loyaliteit, waarvoor het CDA het recept lijkt te hebben, is vervreemdend en verstikkend gaan werken. Herstel van vertrouwen van de achterban in de politieke top van het CDA is noodzakelijk. Het CDA is te zeer een bestuurderspartij.

Het waren, zeker voor het CDA, heldere en pittige conclusies. Ze werden opgeschreven door de commissie-Gardeniers, na de verkiezingsnederlaag van 1994. Ook in 2010 roepen die waarnemingen veel herkenning op. Voor de buitenstaander zijn bij het CDA nauwelijks prikkelende discussies over maatschappelijke dilemma’s te bespeuren – wat overigens weinigen binnen de partij lijken te betreuren. Scheidend fractievoorzitter Pieter van Geel was een meester in het oplossen van problemen – achter de schermen. Van hem geen visievolle betogen in de Tweede Kamer. Als Kamerleden worden geconfronteerd met gevoelige uitspraken van partijleden, is de reactie vaak voorspelbaar: „Ik verwijs echt even naar voorlichting.”

Nu mort de achterban al weken over het leiderschap van Jan Peter Balkenende. Maar in de partijtop wordt gedaan alsof er niks aan de hand is. Ook in 1994 signaleerde de commissie-Gardeniers een moeizame verhouding tussen partijtop en ‘de basis’: „Aan voldoende ‘luistervaardigheid’ blijkt het te hebben ontbroken.”

Geen enkele partij heeft natuurlijk behoefte om enkele maanden voor verkiezingen over het leiderschap te gaan discussiëren. En het CDA kan als de beste de rijen gesloten houden, dat zit in de genen van de partij. Daarom is de openlijke onvrede opmerkelijk.

Gisteren waren het geen lokale of regionale CDA’ers met kritiek op Balkenende, maar een landelijk politicus, met een behoorlijke machtsbasis in de partij. Het Twentse Kamerlid Annie Schreijer-Pierik, dat in 2006 bijna 32.000 voorkeurstemmen kreeg, zei dat Balkenende er alsnog mee moet stoppen. Wéér een keer met hem de verkiezingen in, kan het CDA zich niet veroorloven, zei ze. „We dreigen de derde of vierde partij van het land te worden.” Mensen waren op hem uitgekeken, zei ze: „Je draagt toch ook niet twaalf jaar lang dezelfde bloemetjesjurk?” Ze hekelde ook het gebrek aan open discussie binnen het CDA. „De partijtop heeft meteen besloten. Het lijkt er op dat ze met elkaar de baantjes aan het verdelen zijn.”

Schreijer was door haar fractie „niet afgebrand”. Er waren meer mensen met zorgen, zei ze gistermiddag. Toch zijn er geen fractiegenoten die haar openlijk steunen. Die gingen juist over tot damage control, de een wat minder ontspannen dan de ander. Kamerlid Madeleine van Toorenburg: „Ik ga er niets over zeggen. U begrijpt wel waarom niet.” Kamerlid Pieter Omtzigt: „Ik zeg er niets over. Je moet bij Sybrand van Haersma Buma zijn.” De CDA-fractiesecretaris wil wel ingaan op het leiderschap. Hij kent geen twijfel: „Het was volstrekt logisch dat het partijbestuur Balkenende heeft voorgedragen. En daar is een sterk argument voor dat steeds sterker wordt: het gaat straks over de economie en daar ligt zijn kracht.”

Voor de partijtop zijn er veel redenen om de demissionaire premier te blijven steunen. Er is niet een gedroomd alternatief, zoals de PvdA die wel had. Met het alsnog wegsturen van Balkenende, tekent de partij voor een nederlaag. Maar er zijn niet alleen negatieve argumenten. Balkenende leidde de partij in drie landelijke verkiezingen naar een eerste plaats. CDA’ers verwachten, of hopen, dat iets van die magie nog aan hem kleeft en dat hij vooral vele kiezers buiten de Randstad weet te trekken. Zij zien in hem nog steeds de man die je met gerust hart je portemonnee kan toevertrouwen.

Zo moet hij ook kiezers naar zich toetrekken: door zich op te werken als dé man die Nederland op een verantwoordelijke manier door vier jaar van moeilijke bezuinigingen kan leiden. De verkiezingen over de economie laten gaan, is voor het CDA daarom van essentieel belang. Een strijd tussen aanstaand PvdA-lijsttrekker Job Cohen en PVV-leider Geert Wilders, zal vooral over integratie gaan. En in discussies over dat onderwerp heeft Balkenende nauwelijks een rol van betekenis gespeeld. CDA-strategen halen deze dagen daarom graag de Amerikaanse president Bill Clinton aan. Die verwierf roem met de ene zin waarmee hij de buitenlands-politieke kracht van zijn tegenstander wegvaagde: „It’s the economy, stupid.” CDA’ers wijzen er nu al graag op dat Cohen geen verstand heeft van economie en dat Balkenende voor 2006 heeft bewezen te kunnen hervormen.

Maar zijn critici binnen de partij zien juist het omgekeerde. De Balkenende van nu is niet meer die van 2006. Zijn acht jaar lange premierschap van vier kabinetten heeft hem beschadigd en versleten. Zijn belangrijkste troef, dat hij stabiliteit, veiligheid en (financiële) degelijkheid biedt, is voor tegenstanders steeds makkelijker te weerleggen. Dan maar beter nog iemand als de 61-jarige Cees Veerman, de in de partij gezaghebbende oud-landbouwminister die Schreijer-Pierik gisteren noemde. Die vindt ze „frisser” dan Balkenende. Veerman zou aan dergelijke speculaties snel een eind kunnen maken, maar hij laat weten geen commentaar te geven. Volgens campagneleider Michael Sijbom is de kans bijna nihil dat er voor de sluitingstermijn van 12 april nog een tegenkandidaat komt.

De partij lijkt dus een leiderschapswissel voor 9 juni te kunnen voorkomen. Zo tekent zich weer een parallel met 1994 af: het CDA gaat de verkiezingen in met een omstreden lijsttrekker. Als het CDA niet de grootste wordt, vertrekt Balkenende, net als Elco Brinkman in 1994. Het duurde toen zeven jaar voordat de partij weer een eerste man vond die het CDA terug aan de macht bracht, na twee traumatische leiderschapswissels. Van Haersma Buma zegt niet jaloers te zijn op de soepele overdracht bij de PvdA: „Ik zou het teleurstellend vinden als wij ook iemand uit de oude doos halen.”

Voor CDA’ers die niet meer in Balkenende geloven, lijkt dat meer campagneretoriek dan waarheid.