Geen tijd om adem te halen in de tankkoepel

Lebanon. Regie: Samuel Maoz. Met: Oshro Cohen, Yoav Donat, Michael Moshonov, Itay Tiran. In: 15 bioscopen. ****

„De oorlog in 360 graden”, zo omschreef regisseur Samuel Maoz tijdens het laatste Filmfestival Rotterdam zijn debuutfilm, Lebanon. Deze film over de Eerste Libanese Oorlog van 1982, onderscheiden met een Gouden Leeuw van het Filmfestival Venetië, staat te boek als een controversieel meesterwerk. Dat begon afgelopen najaar, toen de film inzet was van anti-Israëlische protesten tijdens het filmfestival van Toronto. In Israël was de film omstreden door z’n anti-oorlogsstandpunt. Arabische bloggers verweten Lebanon kortzichtigheid omdat hij geen objectief beeld geeft.

Dat laatste is ook helemaal niet de inzet van deze bewust subjectieve film: het beperkte standpunt is nu juist de essentie. Lebanon, net als vergelijkbare films als Beaufort van Jospeh Cedar en de animatiefilm Waltz with Bashir van Ari Folman, zit jonge soldaten dicht op de huid, kruipt bijna in hun huid. Zo reflecteert een generatie, vaak kinderen van Holocaustoverlevers, op de eerste oorlog die zij uitvocht.

Lebanon maakt ons deelgenoot van de chaos en de verwarring van een slagveld. Zelfs al waan je je veilig in een tank, een ogenschijnlijk simpele missie kan vreselijk uit de hand lopen. Omdat de soldaten niet gedreven worden door kadaverdiscipline maar door instincten: angst, overlevingsdrang. Koelbloedig bouwt Maoz de spanning op door de ‘vijanden’ die de soldaten voor hun loop krijgen steeds weer nieuwe ethische dilemma’s te laten representeren: een auto, een oude man, een moeder die haar kind zoekt.

Die 360 graden van Maoz slaan in eerste instantie vooral op de filmische methode. Lebanon speelt zich vrijwel geheel af in de tank waarmee de vier Israëlische militairen Asssi (de commandant), Schmulik (de schutter), Yigal (de chauffeur) en Hertzel (de lader) Zuid-Libanon binnendringen. Claustrofobisch is hun oorlog. Bedompt. Angstzweet, urine, olie, bloed druipen langs de wanden en verzamelen zich tussen de ijzeren richels op de vloer.

De camera zit er de hele film tussen gepropt, als een indringer. De enige blik op de buitenwereld is die door het vizier van mitrailleurschutter Schmulik – gebaseerd op de eigen ervaringen van regisseur Maoz. De wereld is overzichtelijk in vieren gedeeld door het mikkruis. Schmulik is als de latere filmmaker vanuit zijn geschutskoepel misschien in staat om de wereld in 360 graden te bestrijken, maar we zien er steeds maar een angstaanjagend klein stukje van.

Dat filmische in elkaar laten vallen van vorm en inhoud is het ware genie van deze film. Het is eerder gedaan, natuurlijk. De Duitse onderzeebootfilm Das Boot (Wolfgang Petersen, 1982) gebruikte hetzelfde procedé. Al is het nu allemaal nog net een beetje donkerder, smeriger en benauwder. Maar bovenal zet Maoz zijn hoofdpersonen onder voortdurende druk, zoals Kathryn Bigelow doet in haar recente Oscar winnende film The Hurt Locker, die haar onderwerp ook omschrijft als de ‘360-graden-oorlog’.

Er is geen tijd om te ademen. Geen tijd om na te denken. Je zit er middenin. De posttraumatische stress slaat al toe.

Lebanon is een van die films die ons eerder iets wil laten ervaren dan vertellen. Hij wil laten zien wat het betekent om beperkt zicht te hebben, iets waarvoor film het perfecte medium is. Hij wil laten voelen wat het betekent om niets anders te kunnen doen dan orders opvolgen – vuur! Omdat er uit lijfsbehoud gewoon niets anders opzit dan op de autoriteit of het inzicht van anderen te vertrouwen. Omdat je zelf te weinig ziet. En misschien schiet de ander wel eerst. Maar zeker weten doe je het nooit. Niet eens of er wel een ander is. Dat lijkt me een volmaakte metafoor voor oorlog.