Een portret van Atatürk in pistachenoten

Arnon Grunberg reist van Istanbul naar Bagdad. Deze keer bezoekt hij een pistachenotenfabriek.

Ayhan Daðcýlar heeft in Marburg medicijnen gestudeerd. Zijn studie heeft hij nooit afgerond, maar zijn Duits is uitstekend. In Gaziantep heeft hij een lijstenmakerij annex winkel met schildersbenodigdheden.

Daðcýlar zegt: „Gaziantep is de grens, wij zijn de laatste westerse stad, hierna wordt het anders.”

„U bedoelt,” zegt ik, „hierna komen de barbaren?”

Daðcýlar lacht. „Hierna wordt het anders,” herhaalt hij.

Vanuit Gaziantep zal ik verder reizen met de trein. Sinds kort gaat er weer een trein van Gaziantep naar Mosul. Gaziantep staat bekend om zijn uitstekende eten en zijn pistachenoten. Op zondagochtend bezoek ik een pistachenotenfabriek iets buiten de stad. De directeur van de fabriek haalt mij af bij het hotel, samen met zijn vrouw die niet zijn vrouw blijkt te zijn maar volgens haar visitekaartje ‘quality assurance manager’.

De directeur, tevens aandeelhouder van de pistachenotenfabriek, die overigens Vitamin heet, luistert naar de naam Ilhan Eralp. Eralp draagt een coltrui, met daarover een jasje. De quality assurance manager loopt op All Stars. In zijn kantoor hangt een portret van Atatürk. Dat is niet bijzonder in Turkije, maar het portret is gemaakt van de schillen van pistachenoten en de noten zelf.

Eralp zegt: „We zijn de eersten die op het idee zijn gekomen om kunst te maken van pistachenoten, maar dat is natuurlijk niet wat we hier doen. Er zijn twee soorten pistachenoten, de Turkse en de Iraanse. De Turkse zijn beter dan de Iraanse. Er zijn pistachenoten die gemaakt worden om als snack te eten, of pistachenoten die bestemd zijn voor de voedselindustrie. Wij leveren uitsluitend aan de voedselindustrie, met name chocoladefabrikanten.”

Mijn vertaalster zegt: „Er zijn veel Turkse bakkers in Nederland, die zijn misschien ook geïnteresseerd in uw pistachenoten.”

De directeur antwoordt: „Ik heb geen behoefte aan Turkse bakkertjes in Nederland.”

Soms vrees ik dat deze reis voor mij en mijn vertaalster slecht zal aflopen. Ik vermoord mijn vertaalster en zal de rest van mijn leven gemarteld worden in een Turkse gevangenis.

Voor we de fabriek ingaan moeten we zakken om onze schoenen doen en een hoofdkap op. Alleen de directeur zet niets op zijn hoofd. De fabriek lijkt op een ziekenhuis.

Na een half uur gaan we naar huis maar de directeur en zijn quality assurance manager blijven achter in de verlaten fabriek.

Ik durf er mijn vermogen om te verwedden dat ze onder het kunstwerk van pistachenoten een nummertje zullen maken.

(wordt vervolgd)