De tafelbordenwarmer

Sommige auto’s hebben stoelverwarming. Dat was deze winter, als je eens in zo’n auto terechtkwam, bijzonder prettig. Zo’n stoelverwarming lijkt gevoelsmatig wel een beetje op een lopende band: je hebt het gevoel dat je zelf lekker licht doorloopt, en dat doe je ook, maar die band doet mee. Bezitters van een elektrische fiets zeggen dat over hun rijwiel: ze trappen wel degelijk maar alles valt ze licht. Zo heb je ook in zo’n stoel het gevoel dat je eigen verwarmingssysteem het behoorlijk goed doet. Al hebben sommige mensen eerder het gevoel dat ze in hun broek hebben geplast, althans dat zeggen ze.

Maar misschien zeggen ze dat alleen om de mensen met de koude billen die graag in zo’n warme stoel zitten te plagen.

Hoe dan ook verlang ik wel eens naar zo’n stoelverwarming voor de borden. Ja, ik weet best dat je borden kunt voorverwarmen door ze in warm water in de gootsteen te zetten, of ze even in de oven te doen als die toch warm is.

Maar als je nu gewoon de tafelbordenwarmer aan zou kunnen zetten, dat zou toch heel veel problemen schelen?
Ik weet trouwens ook wel, zeg ik er nog maar even bij, dat er speciale bordenwarmers bestaan. Maar dan moet je weer ergens zo’n rek kwijt kunnen.

Ik dacht meer aan iets futuristisch, dat er in het tafelblad, onopmerkelijk, op de plaatsen waar meestal borden gezet worden, een soort ringen aangebracht zouden zijn die je aan kon zetten, op elk gewenst moment. Met een of ander modern soort warmte die niet meteen je houten tafelblad opschroeit.

Ik dacht eraan toen ik laatst gepocheerde zalm met pasta en kruidenboter at – dat is alleen lekker als het echt warm is allemaal, zodat de boter heerlijk smelt over de pasta en de vis die van buiten warm is en van binnen lauw want lekkere wilde zalm maken we al láng niet meer door en door gaar. Maar binnen de kortste keren was alles enorm aan het afkoelen. En toen wilde ik dus de instantbordenwarmer aanzetten.
Je kunt ook zeggen: ik wilde liever iemand zijn die daar van tevoren even aan gedacht had.

Zo. Niemand is ooit zo omstandig op het belang van een warm bord gewezen als de lezers van deze rubriek vandaag. En dat alles om een heel eenvoudig recept met succes op te kunnen dienen. Het smaakt overigens heerlijk, net een beetje vaag Thais en het idee is uit Dirk-Jan Zonnevelds The Dutchman’s kitchen, dat helaas uit de handel wordt genomen – dus wie het nog wil hebben moet rennen (uitg. Unieboek).

Citroengrasboter bij zalm

  • 125 g roomboter
  • 2 el kokosmelk
  • 1 teentje knoflook
  • 1 stengel citroengras
  • 1 tl kurkuma
  • geraspte schil van 1 limoen
  • 4 moten wilde zalm
  • 300 g tagliatelle

Roer de boter en de kokosmelk tot ze een geheel vormen. Verwijder de buitenste bladeren van een stengel citroengras, snijd het harde onderstukje en de droge bovensprieten eraf en hak het dikke gedeelte heel fijn. Hak ook de knoflook fijn, rasp de schil van een limoen (niet te hard raspen, het wit is bitter) en vermeng dat alles met de kurkuma (geelwortel) en wat peper en zout met de boter. Schep de boter op aluminiumfolie, maak er een rol van en laat die opstijven in de ijskast.

Kook de tagliatelle volgens aanwijzing op het pak maar draai het gas een minuut eerder uit. Leg de ontdooide zalmmoten 2 minuten bovenop de pasta, zo pocheren ze precies goed.

Giet de pasta af, leg zalm en pasta op de voorverwarmde borden en geef er royaal van die heerlijke boter bij.