Wetenschap heeft nu altijd nut

De universiteiten hebben een methode bedacht om het maatschappelijk nut van wetenschap te meten. Sommige onderzoekers zijn bang voor de gevolgen.

Kleitabletten bekrast met spijkerschrift. Universitair docent Jan Dercksen onderzoekt in Leiden aan de hand van die voorwerpen de geschiedenis van het Assyrische rijk in het tweede millennium voor Christus. Hij publiceerde over de landbouw in de buurt van Kanesj en de markt voor vlees en graan in die stad, die ligt in het huidige Turkije.

Wat is het maatschappelijk nut van dit soort onderzoek? Die vraag is actueel omdat vorige week universiteitenvereniging VSNU, samenwerkingsverband van hogescholen HBO-raad, onderzoeksfinancier NWO en onderzoeksinstantie het Rathenau Instituut een methode presenteerden die het mogelijk maakt de maatschappelijke impact van wetenschappelijk onderzoek vast te stellen.

Tot nu toe werd de kwaliteit van onderzoek vooral gemeten aan de hand van het aantal publicaties van onderzoekers en hoe vaak die worden geciteerd door andere onderzoekers. In de nieuwe methode telt ook mee of het onderzoek bruikbaar is voor bijvoorbeeld innovatie in het bedrijfsleven of voor het oplossen van maatschappelijke problemen.

Het oude Assyrië is in tijd en plaats een flink stuk verwijderd van de Nederlandse actualiteit, maar Dercksen denkt dat ook zijn vak bruikbare praktische inzichten te bieden heeft. In december ontving hij van NWO zes ton voor een onderzoek naar de gevolgen van migratie in het oude Midden-Oosten. „De resultaten die dit onderzoek gaat opleveren, zijn ook relevant voor de problemen rondom integratie waarmee we momenteel in Nederland te maken hebben.”

Voor Dercksen staat bij het opstellen van een nieuw onderzoeksvoorstel de wetenschappelijk nieuwsgierigheid altijd voorop, zegt hij. „Maar ik weet dat financiers het belangrijk vinden dat het onderzoek ook praktische aspecten heeft.” En dus buigt hij zich de komende jaren over de vraag of Kanesj een ‘early multi-cultural urban centre’ genoemd kan worden.

Peter van den Besselaar is hoofd Science System Assessment bij het Rathenau instituut en hoogleraar an de Vrije Universiteit. Hij is verantwoordelijk voor het ontwikkelen van de methodiek waarmee het maatschappelijk nut van wetenschap in kaart wordt gebracht. „Er gaat veel geld om in de wetenschap. Dat wordt om twee redenen geïnvesteerd: om kennis te laten toenemen en om innovatie te stimuleren. Op dat eerste element worden onderzoekers sinds de jaren negentig afgerekend tijdens periodieke visitaties, maar de maatschappelijk impact van hun werk werd tot op heden niet goed vastgesteld. De universiteiten hebben te kennen gegeven dat dit wel moet gebeuren.”

In het door het Rathenau Instituut opgestelde stuk waarin de meetmethode uit de doeken wordt gedaan, worden voorbeelden gegeven van maatschappelijk nuttige wetenschappelijke productie: ‘een database voor jeugdcriminaliteit’ en ‘nieuwe interventies in een zorgprogramma’. Volgens Van den Besselaar is het belangrijk dat deze output op waarde wordt geschat. „Veel wetenschappers die toegepast onderzoek doen, vinden dat ze er bij de huidige wijze van beoordelen bekaaid van afkomen. Zij steken misschien wat minder tijd in zuivere wetenschap, maar produceren wel veel nuttige kennis. ”

Komt de fundamentele wetenschap niet onder druk te staan, nu onderzoekers expliciet wordt gevraagd zich te buigen over de maatschappelijke waarde van hun werk? Van den Besselaar denkt van niet. „De methode is geschikt voor zowel toegepast als fundamenteel onderzoek. Ook is die niet alleen gericht op individuele wetenschappers. Deze methode om maatschappelijke impact van onderzoek in kaart te brengen, kan inzicht geven in het landelijk functioneren van de wetenschap. Maar ik ben me ervan bewust dat de kans bestaat dat universiteiten al hun medewerkers langs deze meetlat gaan leggen.”

Hoogleraar Jan de Boer, snaartheoreticus aan de Universiteit van Amsterdam, is er niet gerust op. Hij houdt zich bezig met natuurkunde op de allerkleinste schaal, een vakgebied dat niet snel praktische toepassingen oplevert. „Ik vind het prima dat er bij het toewijzen van onderzoeksgeld rekening wordt gehouden met het maatschappelijk nut dat wetenschap kan opleveren. Maar daar zijn we de laatste tijd wel in doorgeschoten. Het gaat in de wetenschap nu bijna net zoals in de politiek: niet de inhoud is belangrijk, maar de media-aandacht die iets kan opleveren. Die ontwikkeling moet niet verder gaan.”

De Boer draagt zijn steentje bij aan de maatschappij omdat veel van de mensen die hij opleidt hun weg vinden naar het bedrijfsleven. Toch wil hij nadrukkelijk een lans breken voor zuivere wetenschap. „De vraag naar het nut van wetenschap, is dezelfde als de vraag naar het nut van cultuur. Sommige zaken zijn belangrijk, zonder dat dit direct is uit te drukken in economisch gewin.”