'Technologie voor omschakeling is er al'

Milieuwerkgroepen van zes politieke partijen hebben elkaar gevonden in een ambitie om alle energie in Nederland in 2050 duurzaam te maken.

Een Noordzee vol met windmolens. Snelwegen met alleen maar auto’s die op biodiesel rijden, of op groene stroom. Perfect geïsoleerde huizen en kantoren waarvan de daken vol liggen met zonnepanelen.

Het zijn vergezichten die opdoemen bij het lezen van het document Nederland krijgt nieuwe energie, dat vandaag is gepubliceerd. Het roept op tot een energierevolutie. In 2050 moet Nederland al zijn energie halen uit hernieuwbare bronnen als wind, zon en biomassa. Geen olie meer, en ook geen kolen, uranium of aardgas.

Het is om meerdere redenen een baanbrekend document. Het is opgesteld door de milieu- en energiewerkgroepen van zes politieke partijen (CDA, ChristenUnie, D66, GroenLinks, PvdA, SGP). Het is voor het eerst dat er zo’n breed politiek draagvlak is om de energievoorziening van Nederland volledig te verduurzamen. Een zevende ondertekenaar, de milieuwerkgroep van de VVD, heeft zich gisteren plotseling teruggetrokken.

Het document is om nog een andere reden bijzonder. Het ligt op ramkoers met veel gevestigde belangen. Want als Nederland in 2050 geen olie meer mag gebruiken, kan een bedrijf als Shell er geen druppel benzine of diesel meer verkopen. Het zal moeten overstappen op biobrandstoffen. En stroomproducenten als het Belgische Electrabel en het Duitse RWE mogen niet langer elektriciteit opwekken met kolen, gas of uranium. Die zullen rigoureus moeten switchen naar windenergie, of centrales op biomassa.

Initiatiefnemers van het document zijn Marco Witschge (D66, werkgroep duurzame ontwikkeling) en Klaas van Egmond, directeur van het Utrechts centrum voor aarde en duurzaamheid.

Witschge: „Het belangrijkste dat we duidelijk willen maken is dat het mogelijk is. De technologie om onze samenleving om te laten schakelen van fossiele naar hernieuwbare energie is er al lang. We moeten alleen manieren vinden om die overgang te stimuleren.”

Van Egmond: „Eigenlijk gaat het terug op de kernvraag rond milieu en economie. Kosten milieumaatregelen geld, of kunnen ze ook iets opleveren? Nog altijd heerst in grote delen van Nederland het idee dat het alleen maar geld kost. Maar groene technologieën kunnen wel degelijk winstgevend zijn. De vraag ernaar zal de komende decennia alleen maar groeien. Olie en gas worden schaarser. Daar moeten alternatieven voor komen. Duurzame alternatieven, want we zitten ook nog eens met de klimaatopwarming. Er komt een prijs te staan op het uitstoten van broeikasgassen.”

Waarom maakt Nederland tot nu toe maar moeizaam vorderingen op het gebied van duurzame energie?

Witschge: „Omdat er geen helder doel is, geen visie. Daardoor wordt de discussie erg versnipperd. De ene keer gaat het over wel of niet een extra kerncentrale, de andere keer over de criteria voor biomassa. Als de politiek nu gewoon zegt: in 2050 is onze energievoorziening volledig hernieuwbaar, dan heb je een duidelijk kader en zullen veel discussies verdwijnen.”

Van Egmond: „Het beleid was de afgelopen decennia erg grillig. De overheid stimuleerde zonnepanelen en zette dan plots zo’n maatregel weer stop omdat die te veel succes had en een te groot beslag ging leggen op de subsidiepot. Zo ging het een aantal keren. Het heeft investeerders in groene technologieën weggejaagd.”

U pleit onder meer voor één ministerie voor Energie. Waarom werkt het nu niet?

Van Egmond: „Het ministerie van Economische Zaken en het ministerie van Milieu zitten elkaar regelmatig in de weg.”

In de wandelgangen heet het dat voormalig minister Jacqueline Cramer van Milieu wel een visie had, maar geen politieke kracht. En minister Maria van der Hoeven van Economische Zaken had wel politieke kracht, maar geen visie.

Van Egmond glimlacht. „Dat is mooi uitgedrukt.”

Hoe zit het met de lobby van de gevestigde macht? Heeft die ook remmend gewerkt?

Witschge: „De gevestigde macht is sterk in Nederland. Met name Shell lobbyt veel. Ik kan het vanuit de industrie ook wel begrijpen. Ze hebben nou eenmaal veel gevestigde belangen. De Rotterdamse haven is wereldwijd de grootste haven voor fossiele energie. De gevestigde macht zal niet uit zichzelf zulke grote stappen gaan zetten. Dat moet de politiek opleggen.”

Pakt uw plan niet rampzalig uit voor bedrijven die veel stroom en gas verbruiken? Want energie uit wind en zon is nu nog duur. Jaagt u ze niet het land uit?

„Als die bedrijven extra kosten krijgen kun je kijken of je ze op een andere manier kunt compenseren. Bijvoorbeeld via een verlaging van de inkomstenbelasting.”

Wat betekent uw plan voor de drie kolencentrales die nu in Nederland worden gebouwd?

Witschge: „Die bouw moet gestopt worden. We realiseren ons dat de Nederlandse overheid zich daarmee in een lastig parket manoeuvreert, maar het is waanzin om nog centrales te bouwen die op fossiele brandstoffen draaien en die er nog 50 tot 60 jaar staan. De schattingen zijn dat zonnepanelen in Nederland over een jaar of vijftien concurrerend zijn met grijze stroom. Windmolens op land zijn dat al over een jaar of zeven.”

Hoe is het document eigenlijk tot stand gekomen?

Witschge: „We hebben vijf avonden georganiseerd waarbij we talloze sprekers hebben uitgenodigd om te praten over energiezaken. Adviseurs van McKinsey en Boston Consulting Group, de directeur van KEMA, een hoogleraar transitiemanagement.”

Van Egmond: „De collegezaal in Utrecht die we hadden afgehuurd zat iedere keer tot de nok toe vol.”

Witschge: „Toen hebben we een document opgesteld dat nog een paar keer is rondgegaan totdat ieder zich erin kon vinden. We noemen het ‘De verklaring van Utrecht’.

Van Egmond: „Het succes van deze aanpak is hoopgevend. Wellicht zou het ook kunnen werken bij andere grote thema’s die een langetermijnvisie nodig hebben, zoals de AOW en de herziening van het belastingstelsel.”