Smul er nog één keer van

In Qatar wordt vergaderd over bescherming van de blauwvintonijn.

Maar de kans dat ook Japan de vangst en verkoop gaat verbieden, is nihil.

Erop of eronder: dat is volgens milieu- en natuurorganisaties de inzet voor de Atlantische blauwvintonijn – een van de grootste nog levende vissen in Europese wateren – bij de vergadering van de internationale Conventie voor de wereldhandel in bedreigde plant- en diersoorten (CITES). Die begon zaterdag, in Doha, de hoofdstad van Qatar, en duurt twaalf dagen.

Tijdens de bijeenkomst, waar 175 landen bij aangesloten zijn, wordt gestemd over een voorstel om de sterk bedreigde blauwvintonijn op de zogenaamde appendix I van de CITES te plaatsen. Dit is een lijst van diersoorten die de strengste bescherming genieten en waarin internationale handel verboden is. Dat zou als gevolg hebben dat het voornaamste deel van de grootschalige vangst effectief geblokkeerd wordt.

Organisaties als Wereldnatuurfonds en Greenpeace hebben hun hoop op de CITES-vergadering gevestigd, nadat andere pogingen om de vangst van blauwvintonijn te stoppen de afgelopen jaren op niets uitliepen. „Dit is de bijeenkomst waarin regeringen hun rug recht moeten houden om de blauwvintonijn van de ondergang te redden en niet langer te buigen voor de kortetermijnbelangen van een uit de hand gelopen hightech visindustrie”, aldus marinebioloog en tonijnspecialist Sergi Tudela van het Wereldnatuurfonds.

Volgens wetenschappelijke schattingen is de voorraad Atlantische blauwvintonijn sinds de vorige eeuw met 85 procent afgenomen. Dit is vooral gebeurd sinds vissers deze spectaculaire vis, die honderden kilo’s zwaar en meer dan drie meter lang kan worden, vanaf de jaren negentig op systematische wijze vangen in de Middellandse Zee. Zij doen dit op het moment dat de blauwvintonijn zich voortplant. Na de vangst verdwijnt de vis voor enkele maanden in ronde netkooien, daar mesten ze de tonijn vet. Vervolgens wordt de tonijn geslacht en voor verreweg het grootste deel naar Japan getransporteerd voor de sushi- en sashimi-industrie.

Sinds de alarmerende terugval van de populatie staat de blauwvintonijn symbool voor het onvermogen om te voorkomen dat grotere vissoorten in snel tempo worden uitgeroeid. „Daarbij staat niet alleen het voortbestaan van de toekomst van de visserij op het spel, maar ook de gezondheid van het grootste ecosysteem dat wij in deze wereld kennen”, vertelt de Franse zeebioloog en specialist in overbevissing, Daniel Pauly.

Hij wijst met de beschuldigende vinger naar ICCAT, de internationale organisatie voor het beheer van de Atlantische blauwvintonijn. De ICCAT sloeg de afgelopen decennia de waarschuwingen van zijn eigen wetenschappelijke commissie in de wind en stelde vangstquota vast die volgens experts aanzienlijk te hoog waren. Daarnaast was fraude met de registratie van vangsten een algemeen voorkomend verschijnsel. En er was een bloeiende handel in illegaal gevangen tonijn.

Al in 1992 werd voorgesteld om een moratorium op de tonijnvangst in te stellen. „We zijn nu achttien jaar verder en de zaken zijn op een verschrikkelijke manier verkeerd gegaan”, zegt Willem Wijnstekers over de bescherming van de blauwvintonijn. Wijnstekers treedt sinds vorig jaar op als de secretaris-generaal van de CITES-conventie. „De betrokkenen komen nu naar CITES omdat andere instrumenten niet werken en het dus tijd is voor een drastischer aanpak.”

Het afdwingen van een effectief beleid van vangstmaatregelen en een eventueel moratorium werd tot nu toe steeds geblokkeerd door de EU en landen als Spanje, Frankrijk en Italië, naast Japan. Japanse handels- en industrieconglomeraten als Mitsubishu hebben grote belangen in de markt voor blauwvintonijn.

Hoewel de vis slechts een klein deel van de totale markt voor tonijn uitmaakt, gaat het om een handel waarin jaarlijks vele honderden miljoenen euro’s omgaan. Natuurorganisaties wijzen erop dat de machtige tonijnlobby het beleid naar zijn hand weet te zetten.

Vorig jaar werd vanuit Monaco het initiatief genomen om de blauwvintonijn op te nemen op de lijst van bedreigde diersoorten waarin handel verboden is. De afgelopen maanden sloten steeds meer Europese landen zich daarbij aan. Ook de Europese Commissie, voorheen vaak het struikelblok, ging om. De Verenigde Staten, waar reeds jaren een zeer stringent quotabeleid geldt, had zich al eerder voorstander getoond van de maatregel, zodat de noodzakelijke tweederde meerderheid voor het voorstel binnen handbereik lijkt te liggen.

Japan toonde zich de afgelopen weken nog steeds fel tegenstander van het verbieden van de handel. Het land vindt dat de dreiging van het uitsterven van de blauwvintonijn sterk wordt overdreven. Daarnaast zien Japanners het eten van de tonijn – en de blauwvintonijn in het bijzonder – als een onmisbare culturele verworvenheid. Japan heeft al laten doorschemeren dat het zich niets zal aantrekken van een eventueel verbod.

Waarnemers op de conferentie zagen de afgelopen dagen hoe het land probeert om Afrikaanse kuststaten over te halen tegen te stemmen, waarbij gedreigd wordt dat straks Europese tonijnvissers voor hun kusten komen vissen. Dat laatste is echter niet waarschijnlijk, omdat de Europese schepen zijn gebouwd voor de Middellandse Zee en niet voor de Atlantische Oceaan.

De CITES-conferentie lijkt zo niet alleen een krachtmeting te worden tussen de grote handelsblokken en de natuurbewegingen, maar ook tussen Japan, Europa en de VS. Voorstanders van een vangstverbod wijzen daarbij op de nodige addertjes onder het gras. Zo wil de Europese Unie het verbod pas laten ingaan in 2011.