Scan laat zien waar iemand aan denkt

Gedachtelezen met hersenscans is weer een klein stapje dichterbij gekomen: neurowetenschappers hebben aangetoond dat ze aan het patroon van hersenactiviteit van mensen kunnen zien aan welk van drie eerder getoonde filmpjes die mensen denken. Ze beschrijven hun onderzoek in een artikel in Current Biology dat eind vorige week online is gezet.

De tien mannen en vrouwen die aan het onderzoek mee deden kregen drie ultrakorte filmpjes te zien, van zeven seconden elk, waarin telkens een andere actrice een alledaagse handeling uitvoerde, zoals een brief posten of een koffiebekertje weggooien. De proefpersonen bekeken elk filmpje maar liefst vijftien keer. Ze konden zich de drie filmpjes levendig herinneren.

Dat moesten ze vervolgens ook doen, met hun hoofd in een MRI-machine, terwijl er een fMRI-scan van hun hersenen werd gemaakt. Zo’n fMRI-scan (functional magnetic resonance imaging) maakt de doorbloeding in verschillende hersengebieden zichtbaar. Naarmate een gebied sterker doorbloed is, is het actiever: dan gebruikt het meer zuurstof.

De neurowetenschappers keken naar de hippocampus van hun proefpersonen. Dat is het hersengebied waar herinneringen worden opgeslagen. En naar de entorinale schors, die informatie aan de hippocampus levert, en de parahippocampale cortex, het gebied om de hippocampus heen. Elk filmpje leverde een eigen activiteitspatroon op. Het maakte daarbij niet uit of de proefpersoon zelf bedacht welk filmpje hij of zij weer voor de geest wilde halen, of dat de onderzoekers een bepaalde opdracht gaven.

Bij elk van de proefpersonen bleek het mogelijk om te zeggen aan welk filmpje hij of zij dacht, op basis van het patroon van hersenactiviteit dat de onderzoekers zagen. Vooral bij de hippocampus was dat duidelijk, bij de andere twee hersengebieden wat minder. Ook als de proefpersonen zich de filmpjes keer op keer voor de geest hadden gehaald, bleven de patronen van hersenactiviteit stabiel. Dat betekent dat nu nog specifieker kan worden onderzocht hoe we informatie in de hippocampus en het gebied eromheen opslaan.