Poppetjes

‘Werk, werk, werk. Dat zal altijd boodschap nummer één zijn van de PvdA.”

Aldus Wouter Bos vlak voor hij ontslag nam.

Een leider van de Arbeiderspartij die midden in een crisis zijn baan opzegt en in zijn afscheidsspeech waarschuwt voor de oplopende werkloosheid – dat kan alleen in Nederland, denk ik. Cisca Dresselhuys was er zo door van slag dat ook zij pardoes haar gedachtengoed vergat. Diep teleurgesteld aanschouwde Cisca de voltooiing van de emancipatie. „Wéér een man die het gezin als smoes gebruikt”, constateerde ze bedompt – alsof zonder al die luierverschonende vaderfiguren de arbeidsmarkt niet al krap genoeg was. Op de feministische meetlat zit Cisca nu ergens tussen Bas van der Vlies en André Rouvoet in.

Verwarrende tijden.

Jammer dat Hans van Mierlo net nu is overleden. De man die het partijenstelsel wilde opblazen ten gunste van een direct gekozen premier, krijgt in blessuretijd alsnog zijn zin: het partijprogram heeft zijn bestaansrecht verloren, slechts de poppetjes doen er nog toe. De vraag is alleen of Van Mierlo het zo bedoelde. Van democratische vernieuwing is nooit sprake geweest, eerder van democratische verarming. Politiek als paardenrace met Maurice de Hond als bookmaker. ‘Het gaat tussen Balkenende en Bos! Nee, tussen Pechtold en Wilders! Nee, tussen Wilders en Cohen!’ Intussen is er nog geen zinnig debat gevoerd. Het journaille is alleen geïnteresseerd in wie wie uitsluit.

Dat wil zeggen: als er geen persconferentie van Jan des Bouvrie is, tenminste. Want dan loopt men massaal uit om een glimp op te vangen van de cel waar ’s lands bekendste meubelmaker mishandeld is. Jan houdt een schetsontwerp van het plaats delict omhoog: dáár moest hij onder een papieren deken slapen. En kreeg hij rijst uit de magnetron geserveerd. De zaal luisterde met afgrijzen. Waarom ze uitgerekend hem moesten hebben? Simpel, zei Jan: „Omdat ik een Bekende Nederlander ben.” 341 verslaggevers schreven instemmend mee.

Elk nadeel heb z’n voordeel.

Op dat moment presenteerde de PvdA haar nieuwe leider. ‘We want Job! We want Job!’, scandeerde de achterban. En ik maar denken dat ze het over banen hadden.

Rob Wijnberg