'Onnodig grievend'

Mythes grijpen razendsnel om zich heen in het moderne mediatijdperk en de nieuwste mythe is dat Job Cohen niet zo’n goed debater zou zijn. Vreemd.

Als nou iemand de afgelopen jaren met name in het integratiedebat, zoals dat op de televisie gevoerd werd, zijn mannetje stond, dan was het Cohen wel.

Op hoffelijke, maar besliste wijze zette hij iedereen op zijn plaats, of het nou Paul Cliteur of Ayaan Hirsi Ali was. Dat was juist het eerste dat mij aan hem opviel: de alerte onverstoorbaarheid waarmee hij zich de tegenstanders van het lijf hield.

Al die debatten lijken opeens vergeten, er resten alleen die tien seconden waarin Cohen in een Nova-uitzending van 29 januari 2008 uit zijn slof schoot tegen PVV’er Hero Brinkman. We krijgen dat fragment nu steeds te zien, maar zonder de elf minuten die eraan voorafgingen. Daarin weerlegde Cohen geduldig één voor één de argumenten van Brinkman.

Het ging over misstanden in de Amsterdamse El Tawheed-moskee waar Cohen blind voor zou zijn geweest.

Toen Brinkman tegen het einde in arren moede maar weer eens herhaalde dat Cohen „laf” en „naïef” was, besloot Cohen zijn laatste woord te gebruiken om hem de mantel uit te vegen.

Cohen: „Er is daar het nodige aan de hand, en dat moet je heel goed in de gaten houden, en dat doe ik ook vanaf het allereerste begin. Als u het goedvindt, wil ik nog één ding zeggen. U heeft nu een paar keer gezegd dat ik de slechtste burgemeester van Nederland ben. Dat staat u vrij. Mag ik daaraan wel toevoegen dat ik dat onnodig grievend vind. En ik vind eerlijk gezegd dat u en ook de andere leden van uw partij dat zó vaak doen dat dat polariserend werkt en polariseren leidt tot haat, en haat is nog nooit iemand beter van geworden.”

Twan Huys: „En dan heeft u het over Geert Wilders.”

Cohen: „Ja.”

Brinkman: „Polariseren is het nieuwe, moderne woord om anderen monddood te maken voor degene die zegt wat hij vindt en wat hij ziet. En meneer Cohen, u bent niet alleen de slechtste burgemeester, maar in mijn beleving ook de meest naïeve van Nederland.”

Dit moment wordt Cohen nu voorgehouden als zijnde een blunder, een teken dat hij een zwak debater zou zijn.

„Denkt u dat u goed bent in het debatteren op het scherp van de snede?” vroeg Jeroen Pauw hem in Pauw & Witteman voor hij het fragment liet zien.

En daarna constateerde Pauw, licht smalend: „Als je dat al onnodig grievend vind, dan krijg je straks nog een hoop voor je kiezen.”

Cohen vroeg hem om andere voorbeelden, maar die had Pauw niet – en die zijn er ook niet.

Cohen had ook tegen Pauw kunnen zeggen: „Wat is er nou eigenlijk mis mee als ik iemand één keer duidelijk maak dat hij zich onbeschoft gedraagt? Ik vind juist dat we dat in Nederland vaker moeten durven doen.

„Ik heb hem niet uitgescholden, zoals hij mij uitscheldt, ik heb hem alleen gezegd dat ik zijn aanval onnodig grievend vindt. Ja, daarmee laat ik merken dat zulke beledigingen mij raken, maar waarom moet ik daarvan een geheim maken?

„Niets menselijks is mij vreemd. Ik ben die ik ben – Cohen. En dat rijmt ook nog.”

Het is als slogan zelfs beter dan dat weeïge Yes we Cohen.