Met geblindeerde bus naar bewaakt stadion

Ook sport lijdt in India en Pakistan onder de vele terroristische aanslagen.

Bij het WK hockey in India werden 20.000 agenten en paramilitairen ingezet.

Rehan Butt kijkt bedroefd. Gek wordt de Pakistaanse hockeyer van de muren van hotel Le Meridien in New Delhi. Het kan hem allemaal gestolen worden, de fonkelende luxe in het immense atrium, de winkeltjes met zijde, edelstenen en tapijten, de koffiebar, de lange tafels met exquise gerechten in de eetzaal. Vanuit zijn kamer kijkt hij al weken neer op militairen met machinegeweren die zich voor het spelershotel hebben verschanst achter een berg zandzakken. Alleen met een geblindeerde bus mocht hij naar buiten – onder militaire begeleiding naar het nog veel zwaarder bewaakte hockeystadion. „Alleen mogen we niet de straat op”, zegt Butt (29), geboren in Lahore, maar thuis in Laren, waar hij uitkomt voor de lokale hockeyclub. „We leven hier in een kooi.”

Sinds India en vooral Pakistan werd overspoeld door een bloedige golf terroristische aanslagen geldt dat voor alle sporters in Zuid-Azië. Vorige week was het precies een jaar geleden dat de Sri-Lankese nationale cricketploeg in Lahore door terroristen onder vuur werd genomen, op weg naar het stadion. Acht mensen kwamen om het leven, verschillende spelers raakten gewond.

Dat bloedbad, aangericht op een moment dat de meeste buitenlandse sportploegen Pakistan toch al meden om de aanhoudende binnenlandse gewelddadigheden, betekende feitelijk het einde van internationale sport op Pakistaans grondgebied. „Het gaat nog jaren duren voordat er weer iemand naar Pakistan komt”, zegt Wouter Tazelaar. De Nederlandse oud-international was tot afgelopen vrijdag assistent-coach van de Pakistaanse hockeyploeg. Na de historische laatste plaats op het WK in New Delhi, afgelopen weekend gewonnen door Australië, was hij gedwongen zijn biezen te pakken, net als de rest van de begeleiding. De spelers, inclusief Rehan Butt, beëindigden uit schaamte massaal hun interlandcarrière.

Het betekent een nieuw dieptepunt in de sportgeschiedenis van Pakistan, dat de afgelopen jaren de ene na de andere dreun te verwerken kreeg. Dankzij de terreurdreiging raakte het land steeds meer geïsoleerd en zag het zelfs de organisatie van het WK cricket (2011) verdwijnen naar India, Sri Lanka en Bangladesh.

Maar ook India werd hard geraakt. Niet alleen het land, ook de Indiase sportwereld veranderde voorgoed door de terreuraanval op Mumbai in 2008, waarbij bijna tweehonderd doden vielen. Sindsdien is ook in India de veiligheid het belangrijkste onderwerp van gesprek bij internationale evenementen, van de Volvo Ocean Race tot het tennistoernooi van Mumbai of de nationale cricketcompetitie (IPL) die vorig jaar om veiligheidsredenen in zijn geheel in Zuid-Afrika werd afgewerkt. Een jaar geleden weigerde het Australische Davis-Cupteam in Chennai te spelen uit angst voor gewelddadigheden van de naburige Tamil Tijgers in Sri Lanka. Die afzegging gaf India de vrije doortocht naar de wereldgroep.

Ook het WK hockey werd even bedreigd toen een aan Al-Qaeda gelieerde militantenleider uit Kashmir met aanslagen dreigde op Indiase sportevenementen, waaronder het WK en de Gemenebestspelen, later dit jaar. Een aanslag in Pune voor het WK, met zestien doden, zette de verhoudingen nog eens extra op scherp. Het Indiase antwoord lag al lang klaar: 20.000 man aan politie en paramilitairen die een ware veiligheidsdeken legden over het nationale hockeystadion en de officiële WK-hotels.

Net als de Pakistaanse en Indiase sporters heeft Wouter Tazelaar leren leven met de terreurdreiging en de zware beperking van de bewegingsvrijheid die het gevolg is van de beveiliging. Maar bang is hij niet. „Het aantal terreurdoden in Pakistan valt nog altijd in het niet bij de verkeersdoden in Europa”, zegt hij. Tazelaar vindt echter dat niet alleen de sporters op het Indiase subcontinent in een kooi leven. „Sinds 11 september 2001 geldt dat voor de hele wereld.”

Ook de Nederlandse spelers kijken na een maandje ‘New Delhi’ niet meer op van een soldaat met een mitrailleur bij de lift naast de hotelkamer, de checkpoints op straat, de scans, de detectiepoortjes of de geigertellers die bij de ingang van het hockeystadion snuffelen naar radioactieve straling. „Als ik langs zo’n geweer loop, denk ik wel eens: als-ie maar niet per ongeluk afgaat”, zegt Amsterdammer Floris Evers lachend. „Maar als van tevoren heel veel angst bestaat voor aanslagen is het logisch dat er heel strenge maatregelen worden genomen.”

In tegenstelling tot de Pakistanen ging hij de afgelopen weken gewoon de stad in en merkte niets van enige dreiging, integendeel. „Ik lach naar de mensen en ze lachen allemaal terug. Ze vinden het prachtig dat wij hier zijn”, zegt Evers.

De Pakistanen kenden die luxe niet. „Sommige jonge spelers zijn stiekem de stad in gegaan”, zegt Rehan Butt in de lobby van zijn hotel. „Ik heb ze niet tegengehouden. Ze hielden het niet meer uit. Volgens hen hebben we zo slecht gepresteerd omdat we vier weken gevangen hebben gezeten. Een sporter moet zich ook kunnen ontspannen. De mensen in Pakistan zagen het zelfs op televisie aan mijn gezicht. Ze vroegen waarom ik er zo vermoeid uitzie. Het is deprimerend.”

Maar wat Butt veel meer pijn doet, zijn de gevolgen van de terreurdreiging voor het hockey in zijn land. „Dat buitenlanders niet meer in Pakistan willen spelen, is heel slecht voor ons hockey. Jongeren haken af als ze hun helden niet meer kunnen zien spelen. Langzaam bloedt het hockey dood. Het is anders dan cricket. Hockey wordt op straat niet veel gespeeld.”

Butt roept de hockeywereld op India en Pakistan te blijven steunen. „Jullie moeten in India en Pakistan komen spelen. Natuurlijk zijn er problemen met terrorisme. Maar de regering zorgt voor heel strenge beveiliging, net als hier in Delhi. Als buitenlanders niet meer naar Pakistan komen, winnen de terroristen. Please come to Pakistan. De spelers vinden het geweldig om in onze landen te spelen. Ze worden hier onthaald als voetbalsterren in Europa.”

Hij vindt steun in de cricketwereld, waar voormalige sterren als Ian Botham (Engeland), Kapil Dev (India) en Steve Waugh (Australië) vorige week opriepen niet te buigen voor terreur. „We kunnen niet toegeven aan terroristen”, zei Waugh. „Iedereen moet gewoon blijven spelen. Maar de spelers moeten het wel helemaal zelf kunnen beslissen.”

Wouter Tazelaar verwacht dat Pakistan ooit terugkeert op de internationale sportkalender, maar dan zal de regio eerst drastisch moeten veranderen, denkt hij. „De Amerikanen moet uit Afghanistan zijn en daarna moet de toestand eerst helemaal tot rust komen.”

En hoewel dat moment niet om de hoek lijkt te liggen, is men in Pakistan hoopvol. „De Amerikanen overwegen te gaan onderhandelen met de Talibaan en India heeft aangeboden de vredesbesprekingen met Pakistan te hervatten”, zei de voormalige Pakistaanse cricketer Zaheer Abbas vorige week in de Indiase editie van Sports Illustrated. „Hardliners verzachten.”

Hij verwacht dat de wereld er voor Pakistan over twee jaar een stuk beter uitziet.