Marokkanen in cijfers

‘Criminele Marokkanen’ is in korte tijd een algemeen etiket geworden. Zo publiceerde het Korps Landelijke Politieke Diensten (KPLD) vorige week een analyse van de ‘Marokkaanse daderpopulaties’ in Nederlandse gemeenten. Daarin werden maatstaven gepresenteerd als absolute en relatieve ‘Marokkanen-druk’ en de ‘ernst-ladder’ voor Marokkanenproblematiek in gemeenten.

Alles om Den Haag een maatstaf te geven om extra budget eerlijk over gemeenten te kunnen verdelen. Gouda blijkt deze nieuwe criminologische statistiek aan te voeren. Eén op de drie daders is er Marokkaan, hetgeen neerkomt op 0,55 procent van het totale aantal Gouwenaren. Hoe het staat met de oververtegenwoordiging van andere etnische categorieën, is niet duidelijk. Het totale aantal criminelen gemeten per gemeente levert de volgorde Rotterdam, Amsterdam, Den Haag, Utrecht, Tilburg, Nijmegen op. Gouda komt dan met 1.066 criminelen uit op plaats 14, tussen Ede en Zeist.

Iedere statistiek heeft haar problemen en deze dus ook. De onderzoekers merken zelf op dat ‘oververtegenwoordiging’ per definitie relatief is. Als het criminaliteitsniveau ergens sowieso hoog is, dan valt het met de oververtegenwoordiging van Marokkanen al snel mee. Verder zijn opsporingsgegevens ook een product van politieprioriteit. De verhoogde publieke aandacht voor Marokkanen vertaalde zich hoogstwaarschijnlijk ook in hogere aangifte en aanhoudingscijfers.

Hoewel de analyse over ‘daderpopulaties’ zegt te gaan, is dat geen hard gegeven. Het gaat niet om een vergelijking van ophelderingspercentages. Maar om personen over wie ‘bij de politie de overtuiging bestaat’ dat ze een misdrijf pleegden. Ook hier wordt dus gekeken door een politiebril. Verder zijn deze Marokkanen in werkelijkheid Nederlanders. Zij het met ouders die in Marokko werden geboren.

Wat hier dus zichtbaar wordt, is een integratievraagstuk met sociale, economische en culturele oorzaken van de tweede generatie Marokkanen. Over deze Nederlandse jongens met Marokkaanse achtergrond is meer bekend. Zo zijn er serieuze aanwijzingen dat zij eerder voor minder ernstige misdrijven in preventieve hechtenis komen dan autochtone jongens. Uit vergelijkend onderzoek bleek dat Marokkaanse jongens in hechtenis mínder emotionele en gedragsproblemen hebben dan autochtonen. Dat zou kunnen wijzen op een lagere drempel bij justitie om deze groep in te sluiten. De meest paradoxale uitkomst van dit onderzoek, van wetenschappers van het NICIS Institute, is wel dat vooral Marokkaanse jongens die zich sterk op Nederland oriënteren, crimineel worden. „Juist Marokkanen die deel uit willen maken van de Nederlandse samenleving, die hun toekomst op willen bouwen in Nederland, zijn extra gevoelig voor het leven in een maatschappij die weinig positief staat tegenover hun eigen etnische groep.” Als dat waar is, dan geven de statistieken vooral frustratie en boosheid weer. Het beeld van de rellen in de Parijse banlieue dringt zich dan op. ‘Criminele Marokkanen’ is een begrip dat meer verbergt dan opheldert.