Leerling wil liever iets uit een boek leren

Docenten op het mbo zijn meer ‘competenties’ aan het afvinken dan dat ze leerlingen iets bijbrengen, zeggen ze.

De leerlingen klagen over nutteloze vakken.

Ze wil gewoon leren. Uit boeken. Met examens die toetsen wat ze heeft geleerd. Met docenten die haar kunnen bijscholen.

Nu heeft de school van Esra Abdioglu (22), het regionaal opleidingscentrum Zadkine in Rotterdam, het competentiegericht onderwijs ingevoerd. Ze is derdejaars leerling directiesecretaresse. „Als je mij vraagt wat ik leer, dan is dat niet veel. Niets eigenlijk.”

Het competentiegericht onderwijs (cgo) in het mbo is een onderwijsvernieuwing die al jaren onder vuur ligt. Begin dit jaar kondigde staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) aan dat de verplichte invoering van de vernieuwing zou worden uitgesteld, tot 2011. Dat was al het tweede uitstel. Nu heeft de Tweede Kamer het onderwerp ‘controversieel’ verklaard. Weer uitstel.

Waarom roept het competentiegericht onderwijs zulke hevige reacties op?

Esra legt uit waarom de vernieuwing volgens haar niet deugt. Haar leraren zijn „niet goed voorbereid” en ze leert de verkeerde dingen. „Alle dingen die je als directiesecretaresse hoort te kennen, zoals een agenda beheren, telefoon opnemen, dat leren we hier niet. Notuleren leren we onvoldoende om het goed te beheersen, merkte ik op mijn stage.” Met de overgang naar het cgo zijn de oude eindtermen verdwenen. Wat een leerling moet kunnen, wordt praktisch getest. Wat ze wel krijgt, is een vak als ‘burgerschap’. Volstrekt nutteloos, vindt Esra. „Over politiek en meningsvorming en zo. Het is veel te makkelijk. Ik haal alleen maar negens.”

Hoe wil ze het dan? Esra: „Ik wil dingen uit mijn hoofd leren. Ik heb liever dat ik iets uit boeken leer, met eisen die vastliggen. Ik wil meer kennis. Een schriftelijk examen met theorie. Extra instructie.” Het Zadkine was niet bereikbaar voor commentaar.

Eigenlijk moet de onderwijsvernieuwing een combinatie bieden van kennis, vaardigheden en beroepshouding. Deze elementen worden samen ‘competenties’ genoemd. Een directiesecretaresse kan worden getoetst op grammatica (kennis), notuleren (vaardigheid) en integriteit (beroepshouding).

De lijst met te toetsen onderwerpen per opleiding, het ‘kwalificatiedossier’ genoemd, is dik. Zo dik, dat docenten klaagden dat ze de competenties meer aan het afvinken zijn dan dat ze hun leerlingen daadwerkelijk iets bijbrengen. Ook zeggen docenten dat ze te snel nieuwe versies van die kwalificatiedossiers te verwerken krijgen. Zoals Marianne Kos, die onder andere het vak Burgerschapsvakken doceert aan het ROC Midden Nederland: „Het is een bijna onmogelijke opgave.” Inhoudelijk is ze blij met het competentiegericht onderwijs, maar sinds de introductie in 2007 heeft ze ieder jaar te maken met een nieuwe kwalificatiedossier, dat telkens opnieuw worden herschreven. „Dat betekent dat we in drie jaar al drie maal een nieuw curriculum hebben moeten schrijven”, zegt Kos, die naast haar docentschap ook betrokken is bij het schrijven van de lessen. „Eigenlijk werk ik 24 uur, maar kan op dit moment maar 4 uur per week lesgeven, omdat ik voortdurend bezig ben met het schrijven van dossiers.”

Ze wijst erop dat alle opleidingen samenwerken met bedrijven waar de mbo’ers stage lopen. „Die moeten op hun beurt ook op de hoogte worden gebracht van de veranderde eisen. De examens moeten worden herschreven. En er komen steeds maar weer nieuwe versies, waar is dat nou voor nodig?”

De kwalificatiedossiers worden vastgesteld door de ‘kenniscentra’. Deze week maakten de vereniging van mbo-scholen (MBO Raad) en het bedrijfsleven bekend dat ze hun greep op het onderwijs zullen versterken door samen te bepalen hoe het onderwijs moet worden ingericht. De autonome kenniscentra verliezen terrein, is de bedoeling. Zou het de druk van Kos en haar collega’s verlichten? Zij betwijfelt het. „Voor ons ligt weer opnieuw een verandering, in 2010. En in 2011 zou er dan opnieuw een verandering moeten komen.”

Deze snel opeenvolgende veranderingen zetten het vaak al overbelaste ROC-personeel verder onder druk, zegt Kos. „Ik héb het te doen. Maar ik zou mijn directeur willen voorstellen om komend jaar burgerlijk ongehoorzaam te zijn. Nu eens een keer níet meegaan met een verandering.” Maar niet meegaan zou betekenen dat de financiering wordt stopgezet.

Esra heeft geprobeerd om haar beklag te doen bij zowel het ministerie van Onderwijs als bij de Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB), tot dusverre zonder resultaat. Ze is somber over haar verdere opleiding. „Eerst droomde ik ervan om naar het hbo te gaan, op mijn eerdere opleiding voor secretaresse op niveau 2 ging het heel goed. Maar door dit gedoe met het cgo zie ik het niet meer zitten. Voor mij hoeft het niet meer.”