Kies nu voor een kiesdrempel

De malaise in de politiek komt door de vele partijen, stelt Hans Hoogervorst. Een districtenstelsel is beter en een kiesdrempel valt snel in te voeren.

De Nederlandse politiek is de afgelopen twintig jaar volkomen versplinterd geraakt. Recente opiniepeilingen laten zien dat geen enkele partij nog boven dertig zetels uitkomt. Voor een meerderheid in de Tweede Kamer lijkt een coalitie van meer dan drie partijen onafwendbaar.

De versplintering wordt in de hand gewerkt door de lage drempels in ons electorale systeem. Er zijn weinig parlementen in de wereld waar een partij met minder dan 1 procent van de stemmen gekozen kan worden. Alleen in België en Israël heeft men een vergelijkbaar stelsel en ook daar zijn de problemen van stabiele machtsvorming groot.

Het electoraat hunkert naar politiek leiderschap, maar dat is in ons land nauwelijks te realiseren. Een duidelijke keuze uit twee mogelijke coalities en politieke leiders wordt de kiezer vrijwel nooit voorgelegd. De meeste partijen weigeren voorafgaand aan de verkiezingen een coalitievoorkeur uit te spreken.

De kiezer kan kiezen uit een veelheid van partijen. Maar wat heeft hij daaraan? Hoe meer partijen er aan de verkiezingen meedoen, des te moeilijker het voor de kiezer wordt een strategische stem uit te brengen op het door hem gewenste kabinet. Je zou zelfs kunnen zeggen dat de invloed van de kiezer omgekeerd evenredig is aan de keuzemogelijkheden die hij heeft. Veel mensen hebben tijdens de laatste verkiezingen op Balkenende gestemd om Bos uit de regering te houden of vice versa. Slechts zeer weinig mensen waren uit op een coalitie van CDA en PvdA. Het feit dat die coalitie er toch kwam, heeft bij veel kiezers het gevoel versterkt dat verkiezingen in Nederland een tombola zijn geworden. Daardoor gaat de kiezer steeds grilliger stemmen.

Door de beweeglijkheid van de kiezer wordt het voor regeringspartijen steeds moeilijker om een stevig beleid neer te zetten. Als gevolg van de crisis staan we in Nederland voor grote uitdagingen waarvoor moedig beleid nodig is. Maar het voeren van een hervormingsbeleid is een politiek hachelijke zaak. De vruchten van impopulaire maatregelen laten immers vaak lang op zich wachten en de kans op electorale afstraffing ligt altijd op de loer. Maar het wordt helemaal moeilijk als je als kabinet weet dat de kiezer voortdurend alle kanten op kan vliegen en dat nog doet ook. De neiging pijnlijke ingrepen uit de weg te gaan en te verzanden in compromissen, wordt dan wel heel groot.

Bovengenoemde ontwikkelingen zullen op den duur onvermijdelijk leiden tot aantasting van de kwaliteit van de politiek-bestuurlijke elite van ons land. Het lot van politici is altijd onzeker geweest, maar wordt langzamerhand een wel heel hachelijke zaak. Het aanzien van de politiek is gedaald, terwijl het persoonlijke afbrandrisico sterk is toegenomen. Het is geen toeval dat politici ineens ontdekken dat zij meer tijd met hun gezin willen doorbrengen. Het is dan ook de vraag of in de toekomst nog voldoende talent zich tot een politieke carrière zal voelen aangetrokken.

Het is duidelijk dat we toe moeten naar een systeem waarin het aantal deelnemende partijen drastisch wordt beperkt, en waarin de verkiezingen in essentie gaan om een wedstrijd tussen twee politieke blokken. Welk kabinet er komt wordt dan door de kiezer bepaald, en niet door een langdurig informatieproces in de achterkamer. De kiezer krijgt zijn macht dus weer terug. Hij zal zich minder vrijblijvend opstellen, want zijn stem doet er weer toe. Ook zal het makkelijker worden een stabiele meerderheid in de Kamer te vinden en een politiek fundament te scheppen voor de hervormingen die nodig zijn. Het politieke leiderschap waaraan veel mensen behoefte hebben, zal betere kansen krijgen zich te ontwikkelen.

Voor een politiek tweestromenland is het nodig dat het maximum van het aantal partijen op vier à vijf komt te liggen. Met een dergelijk aantal zal er stabielere coalitievorming plaatsvinden. De kiezer zal in de regel bij de verkiezingen met een duidelijke keuze tussen twee politieke kampen worden geconfronteerd.

Dit kan worden bereikt door het invoeren van een districtenstelsel, waarbij voor een radicale (Engelse) of een meer gematigde (Franse) variant kan worden gekozen. Invoering van een districtenstelsel zou bovendien tot gevolg kunnen hebben dat de band tussen kiezer en gekozene wordt versterkt. Nadeel van deze optie is dat zij een grondwetswijziging vergt, een moeizaam politiek traject.

De meest kansrijke optie is invoering van een kiesdrempel van ongeveer 5 procent. Zo’n drempel zou tot een consolidatie van het partijpolitieke bestel leiden. Aantrekkelijk hieraan is dat een grondwetswijziging niet nodig is. De staatscommissie Cals-Donner heeft dat al in 1967 vastgesteld. Veertig jaar na dato is de tijd aangebroken nu eindelijk iets met deze suggestie te doen.

Hans Hoogervorst (VVD) was minister van Financiën en van Volksgezondheid. Sinds 2007 is hij voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten.