'Je kan een beter mens worden'

Waar Huis van Bewaring Dordrecht

Aanwezig mannelijke gedetineerden

Dienst kerkdienst

‘Waar blijven ze?” vraagt de dominee. Hij heeft zijn crèmekleurige toga met paarse sjerp aan, drie oudere vrouwen zijn al lang klaar met het schikken van de stoelen, de tafel met de vele kaarsen en een vaas met tulpen. De pianist had al een deuntje ingezet maar hield er weer mee op.

De bezoekers werden om 10:45 uur verwacht, het is nu 10:55 u. Hoe presteer je het om te laat komen in zo’n gereguleerde omgeving als de gevangenis?

We zijn in Dordrecht, tijdens een dienst voor de gedetineerden in het Huis van Bewaring. Eerder, na de vanzelfsprekende veiligheidscontroles, kregen we het verschil tussen de gevangenis en het Huis van Bewaring uitgelegd.

In de gevangenis zijn de rechtsprocedures al voorbij en weten de mensen waar ze aan toe zijn. In het Huis van Bewaring heerst onzekerheid, over de straf, over de thuissituatie, in sommige gevallen kan het drie jaar duren.

In het Huis van Bewaring heerst ook een strenger regime: je hebt maar een uurtje voor luchten, recreatie of kerkdienst, voor de rest zit je opgesloten. In de gevangenis zijn de deuren overdag open en mag je werken, tuinhekjes maken, oude fietsen opknappen.

„Ze komen om kwart over elf”, zegt de dominee nadat hij heeft opgebeld, „het dagrooster is veranderd. En dat hoor ik nu pas.”

Tegenwoordig wordt alles landelijk geregeld: het rooster niet alleen, maar ook of je een eigen tv-toestel of dekbed mag hebben. Niet meer dus: een tv-toestel kun je huren. Het maakt de boel niet rustiger.

Onder begeleiding van cipiers komen de gedetineerden binnen. De meesten in gemakkelijke kleren, slechts een enkeling op z’n zondags.

Naast de piano staat een Afrikaanse trommel en een van de gedetineerden begeleidt daarmee de pianist, waardoor een vrolijke sfeer ontstaat. De dominee vraagt enkele keren om stilte en legt onze aanwezigheid uit. „Ik wil niet op de foto”, roept iemand, waarop de dominee zegt dat dat ook niet mag van justitie.

De dienst begint met een lied, maar geen enkele gedetineerde zingt mee. Ze zitten er wel ernstig bij, en niet alsof ze alleen maar even uit hun cel wilden. Antillianen, Surinamers, Oost-Europeanen, blanke Nederlanders, allemaal bovengemiddeld gespierd, tatoeages, gouden tanden, zoals je ook in gevangenisseries op televisie ziet.

De dominee leest uit de Brieven van Paulus: „Wat ik doe, doorzie ik niet, want ik doe niet wat ik wil, ik doe juist wat ik haat. Maar wanneer mijn daden in strijd zijn met mijn wil, dan erken ik dat de wet goed is. Dan ben ik het niet die handelt, maar de zonde die in mij heerst. […] Wat ik verlang te doen, het goede, laat ik na; wat ik wil vermijden, het kwade, dat doe ik.”

Het is griezelig toepasselijk, en je zou bijna aan deze mannen willen vragen wat ze ervan denken. Maar er wordt alweer gezongen, althans door de dominee en de drie vrijwilligsters, de mannen hebben nu meer aandacht voor de fotografe.

Ze stoten elkaar aan als ze de camera op de handen van iemand richt, de betrokkene zelf moet er hevig van blozen.

De sfeer wordt langzaam meer ontspannen, de dominee spreekt boeiend en maakt vlotte verwijzingen naar hun situatie: „Je kunt een ander mens worden”, besluit hij zijn preek.

„Amen”, zegt iedereen.

Dan is er weer muziek, de piano en de man die toch heel aardig trommelt. De gedetineerden raken in hun element, sommigen zitten zelfs licht te swingen op hun stoel, het is er heel opgewekt, buiten schijnt de zon, maar ik realiseer me ineens wat de pianist speelt: Go down Moses, Let My People Go.

Suggesties sturen aan ramdas@nrc.nl