Iran claimt overwinning in strijd om internet

Met harde en zachtere maatregelen probeert de Iraanse regering internet onder controle te krijgen.

In een zaaltje in West-Teheran nemen tientallen Iraanse pro-regeringsbloggers deel aan een seminar over ‘acht maanden cyberoorlog’. „We zijn hier om harde strijd in een zachte oorlog te vieren”, zegt een jonge presentator. Hij staat naast een uitsnede van piepschuim van een islamitische soldaat die de letters ‘www’ heeft veroverd.

„Jullie zijn de jonge officieren in deze oorlog!” zegt hij tegen het publiek. „De Verenigde Staten en hun Iraanse bondgenoten zijn deze strijd begonnen, en jullie hebben hen tegengehouden!” Het publiek prijst in koor de profeet Mohammed voor deze overwinning in de strijd om het internet.

De bijeenkomst is een van de meer verfijnde maatregelen die de autoriteiten hebben genomen om het web onder controle te krijgen. Daartegenover staat de arrestatie van dertig mensen in het afgelopen weekeinde op verdenking van deelname aan een „Amerikaans cyberoorlog”-netwerk. Staatsmedia brachten mensenrechtenactivisten, ballingen en oppositiegroepen in verband met een Amerikaans budget ter ondersteuning van Iraanse oppositiemedia, overigens zonder duidelijke onderbouwing voor hun beschuldigingen.

Iran heeft de oorlog verklaard aan internet. In de ogen van het leiderschap is het web het belangrijkste front in een westerse propagandaoorlog. „Ze proberen de islamitische republiek te verslaan door internet te gebruiken”, zei opperste leider ayatollah Ali Khamenei in januari.

Er zijn ongekende maatregelen genomen om te voorkomen dat de oppositie gebruikmaakt van westerse websites, e-mail en sociale netwerken zoals Facebook en Twitter om protesten te organiseren of informatie te verspreiden.

‘Cyberpolitie’, inlichtingendiensten van de Revolutionaire Garde en de politie hebben miljoenen buiten- en binnenlandse websites geblokkeerd. Online-agenten controleren Farsi-talige weblogs en sites waar vaak kritiek op de regering wordt geuit. Ze maken nep-accounts aan voor Facebook en brengen zo in kaart welke mensen met wie in contact staan.

Een vier jaar oud plan voor ‘nationaal internet’ is uit de kast gehaald. Dan zouden de autoriteiten kunnen bepalen welke websites in Iran te zien zijn, in plaats van ongewenste sites te blokkeren.

Tegelijk is ‘cyberwetgeving’ aangenomen die het mogelijk maakt om mensen die online grenzen overschrijden, aan te pakken. Webloggers die „heiligheden te schande maken”, een zeer brede beschuldiging, kunnen gevangenisstraf krijgen als ze het religieuze systeem in twijfel trekken.

Dus iedere keer als Banafsheh (28) haar laptop aanzet om haar populaire oppositieblog bij te werken, weet ze dat de cyberpolitie op de deur kan kloppen.

„Ze hebben mijn blog gefilterd. Nadat ik het adres had veranderd hebben ze het weer gefilterd”, zegt ze in een interview per e-mail. Evenals de andere activisten die zijn geïnterviewd voor dit artikel weigert ze uit veiligheidsoverwegingen haar achternaam of de naam van haar blog te noemen. „De volgende stap is een aanval door hun hackers of, in het ergste geval, mijn arrestatie.”

Vorige week stond Washington bedrijven als Microsoft en Google toe sommige gratis programma’s ook voor Iran beschikbaar te stellen. Tot dan konden de Iraanse activisten, en hun tegenstanders, geen gebruikmaken van onlinegereedschap om hun boodschap te verspreiden.

Een paar maanden geleden probeerde Banafsheh Google’s nieuwste browser ‘Chrome’ te downloaden, die ook offline werkt. Zeer handig in een land waar de autoriteiten het internet geregeld uitzetten. Maar in plaats daarvan verscheen er een bericht op haar scherm: „Error 404, u woont in een verboden land.”

Een woordvoerder van Google laat weten dat het bedrijf er hard aan werkt om de programma’s, waaronder ook Google Earth, beschikbaar te maken voor de Iraanse markt.

Voor veel bloggers komt de verandering te laat. „Tijdens de onrust had het wellicht een effect gehad. Maar nu is het slechts een symbolische daad”, zegt Mehdi, die maandelijks duizenden bezoekers trekt op zijn weblog.

Hij en Banafsheh, samen met sommigen van de andere circa 20 miljoen Iraanse internetgebruikers, weten de digitale firewalls van de Iraanse staat te omzeilen door anti-filtersoftware te gebruiken. Maar dat wordt steeds moeilijker. Rond gevoelige dagen met mogelijk anti-regeringsprotesten, zoals deze week de viering van het pre-islamitische vuurfeest, wordt bandbreedte sterk gereduceerd om te voorkomen dat mensen informatie verspreiden.

„Alle kranten zijn verboden, op straat treffen we veiligheidstroepen, het internet is ons laatste bastion”, zegt Mehdi.

Maar de staat kijkt steeds indringender mee. „Wees een medewerker van het schone internetproject”, staat op een pamflet dat op het seminar voor pro-regeringsbloggers wordt uitgedeeld. „Meldt alle verdachte sites direct aan bij het ministerie van Islamitische Leiding en Cultuur.”

„Wees waakzaam, wees actief”, zegt de presentator van de bijeenkomst. „We hebben jullie nodig voor onze overwinningen op het internet.

Met medewerking van Kay Armin Serjoie