In Oost-Jeruzalem wordt altijd gebouwd

De aangekondigde bouw van 1.600 woningen in Ramat Shlomo is onderdeel van Israëlische inspanningen Jeruzalem ondeelbaar te maken.

Daar is het, wijst Nisim Cohen, inwoner van Ramat Shlomo, naar een dal dat er vredig bij ligt. Over deze plek is de afgelopen dagen een groot conflict ontstaan tussen Israël en de Verenigde Staten.

Ramat Shlomo is een jonge, maar verpauperde ultraorthodoxe nederzetting in bezet Oost-Jeruzalem. In dat rotsachtige dal komen, als het aan de Israëlische regering ligt, 1.600 appartementen. De geplande huizen liggen straks bijna pal aan de Palestijnse wijk Shuafat. „Wat maakt het uit”, zegt Nisim Cohen, een dertiger die als klusjesman werkt. „De Amerikanen zeggen: dat is slecht voor de Palestijnse staat. Ik zeg je: er komt nooit een Palestijnse staat, tenminste niet voordat de messias komt. We kunnen daar dus net zo goed bouwen.”

Met happen land tegelijk gaat de joodse kolonisatie in Oost-Jeruzalem door. Iedere dag bouwt Israël in en rond het Palestijnse deel van de stad. De circa 250.000 Palestijnen in Oost-Jeruzalem, op Jordanië veroverd tijdens de Zesdaagse Oorlog van 1967, worden inmiddels volledig omringd door nederzettingen, die volgens internationaal recht illegaal zijn. Er wonen ruim 200.000 kolonisten.

De Amerikaanse vicepresident Biden was net in Israël toen minister Yishai van Binnenlandse Zaken de plannen aankondigde. Yishai leidt de ultraorthodoxe Shas-partij, die veel aanhang heeft in Ramat Shlomo. De Amerikanen reageerden woedend op de vernedering, die een einde maakte aan de nog niet eens begonnen, indirecte dialoog tussen Israël en de Palestijnen. De Palestijnse president Abbas weigert te praten met Israël zolang de bouw in Oost-Jeruzalem doorgaat. Netanyahu bood zijn excuses aan over de timing, maar trok de bouwplannen niet in.

De toekomst van Jeruzalem, centrale stad voor islam, jodendom en christendom, is cruciaal voor de Israëlisch-Palestijnse verhoudingen. De Palestijnen willen van Oost-Jeruzalem hoofdstad van hun toekomstige staat maken. Israël noemt Jeruzalem zijn ‘eeuwige en ondeelbare’ hoofdstad en voegt met hijskranen en bulldozers de daad bij het woord. Op de bezette Westelijke Jordaanoever mag dan een tijdelijke en beperkte bouwstop zijn afgekondigd, in Oost-Jeruzalem gaat er de laatste maanden een tandje bij.

De toekomstplannen zijn nog ambitieuzer. Volgens de Israëlische organisatie Ir Amim (stad voor de volken), die de bouw in bezet gebied volgt, wil Israël binnen de gemeentegrenzen van Oost-Jeruzalem de komende jaren 50.000 appartementen bouwen.

Dat de Amerikaanse regering woedend reageerde op de aankondiging van de nieuwe huizen in Ramat Shlomo, lag alleen aan de timing, zegt Khalil Tufakji. Hij was lang als geograaf werkzaam voor de PLO, en onderzoekt nu de bouw in Oost-Jeruzalem. „Wie het dossier volgt”, zegt hij, „weet dat er altijd gebouwd wordt. Het gaat niet om een project hier of daar, dit gebeurt elke maand. Het is een bewuste strategie, die opdeling in een Israëlisch en een Palestijns deel onmogelijk moet maken.”

Tufakji noemt de internationale aandacht voor Ramat Shlomo daarom „nogal willekeurig”. „Al sinds premier Golda Meir [1969-1974] probeert Israël de slag om Jeruzalem te winnen op twee fronten: demografie en geografie. Geografisch heeft het gewonnen, ruim 85 procent van Oost-Jeruzalem is onder volledige Israëlische controle. Maar demografisch krijgt het het maar niet voor elkaar.” Ruwweg eenderde van de bevolking van Jeruzalem is Palestijns – een percentage dat niet daalt.

Volgens de Israëlische onderzoeker Orly Noy van Ir Amim laat de strategie van de kolonisatie van Oost-Jeruzalem zich als een ui afpellen. „Er ligt een brede schil van nederzettingen om Jeruzalem. Dat zijn grote blokken, die het gebied demografisch ingrijpend moeten veranderen. Ze snijden de inwoners van Oost-Jeruzalem af van de Westelijke Jordaanoever. Die zijn door de regering opgericht, net zoals de nederzettingen pal naast of tussen Palestijnse wijken, zoals Ramat Shlomo.”

De binnenste schil van de ui is de kleinste, maar volgens Noy met zeker zo veel gevolgen voor de stad. „Kolonisten proberen ook greep te krijgen op Palestijnse wijken, zoals Sheikh Jarrah en Silwan. De regering gedoogt dat.”

In Sheikh Jarrah hebben kolonisten bezit genomen van de huizen van enkele Palestijnse families. In Silwan, waar volgens de kolonistenbeweging Elad de bijbelse koning David heeft gewoond, moeten 88 huizen wijken voor een archeologisch park. Silwan, dat Stad van David moet gaan heten, is nu nog een strategisch belangrijke verbinding tussen de Oude Stad, waar de voor joden en moslims heilige Tempelberg ligt, en de zuidelijke Palestijnse wijken.

Shuafat is een Palestijnse wijk met twee gezichten. Een deel bestaat uit statige Arabische huizen, het andere is een vluchtelingenkamp. Deze wijk, die de 1.600 appartementen van Ramat Shlomo naast zich krijgt, is in de verdrukking geraakt. Abu Kida, eigenaar van het lokaal beroemde eethuis Shark, tekent aan tafel de situatie uit. „We zitten opgesloten. Kijk maar. In het noorden en oosten liggen de nederzettingen Pisgat Ze’ev en Neve Ya’akov. In het westen ligt Ramat Shlomo, ten zuiden French Hill. Dan loopt hier een hoge muur. Je ziet het, we kunnen geen kant meer op.”

De wijk lijdt ernstig onder de kolonisatie, zegt Abu Kida. Al tientallen jaren heeft hij zijn restaurant aan de hoofdweg van Shuafat. Maar de loop is eruit. „Dit was de doorgaande weg tussen Jeruzalem en Ramallah. Nu is het een stille weg, met een beroerde infrastructuur. De huizen zijn mooi, gebouwd toen het hier nog goed ging. Maar met de wijk gaat het slecht. Als we straks aan de kant van Ramat Shlomo helemaal worden ingebouwd, zal het alleen maar verder achteruitgaan.”