Einde aan ruim twee eeuwen zelfstandig chic privébankieren in Duitsland

Het oude Duitse bankhuis Sal. Oppenheim, waar discretie sinds de oprichting in 1789 met hoofdletters wordt geschreven, is gisteren officieel verkocht aan Deutsche Bank, de grootste bank van Duitsland. Naar verluidt voor 1 miljard euro. Daarmee is een eind gekomen aan ruim twee eeuwen zelfstandig privébankieren op het hoogste en chicste niveau.

Wat bijna onvoorstelbaar was, is uiteindelijk toch gebeurd: Sal. Oppenheim heeft z’n zelfstandigheid verloren. De schuldenlast door de kredietcrisis en een kostbare en onhandige deelname in het inmiddels failliete Duitse warenhuisconcern Arcandor/Karstadt hebben het gerenommeerde bankhuis aan de bedelstaf gebracht. Deutsche Bank mag zich de redder van Sal. Oppenheim noemen, voor een prijs die algemeen als een prikje wordt gezien.

Sal. Oppenheim had in 2008 een balanstotaal van 41,4 miljard euro. Er werken ongeveer vierduizend mensen. Graaf Matthias von Krockow, de bestuursvoorzitter die bij Oppenheim verantwoordelijk wordt gehouden voor de catastrofale gang van zaken met Amerikaanse hypotheken – aanleiding van de kredietcrisis – en de latere deelname in Arcandor, is op een zijspoor gemanoeuvreerd. De bankiers van Deutsche Bank hebben het nu voor het zeggen.

Het was de jonge Joodse commissionair Salomon Oppenheim die in 1789 de bank oprichtte, met zetel in Bonn en later in Keulen. Sal. Oppenheim hield zich aanvankelijk bezig met de financiering van de Rijnvaart en de spoorwegen. Abraham Oppenheim, een nazaat van Salomon, werd voor zijn verdiensten in de Pruisische adelstand verheven; sindsdien heet de familie Von Oppenheim. Na de oorlog maakte Oppenheim naam als financier van het automerk Audi. De bank heeft veel vermogende privéklanten, voor wie het een grote schok was dat Oppenheim in het rood raakte.