De nachtmerrie van acteurs als speelse vaudeville

Theater Rosencrantz & Guildenstern zijn dood, door ‘t Barre Land. Gezien: 11/3 Kikker, Utrecht. Tournee t/m 22/5. Inl.: www.barreland.nl. ****

„De acteur van welstand moet niet de gestipte lijn volgen, maar in zwaaiende beweging opkomen die voor de aanschouwer de hele ruimte benut”. Acteur Vincent van den Berg is Johannes Jelgerhuis, de 18de-eeuwse theaterpedagoog die nu niemand meer kent. Het is een schitterende scène bij gezelschap ‘t Barre Land. Over de vloer tekent Jelgerhuis die gewraakte, rechte lijn.

Officieel speel ‘t Barre Land het toneelstuk Rosencrantz & Guildenstern are dead uit 1966 van Tom Stoppard. Er is zelfs een fraaie, nieuwe vertaling gemaakt. Stoppards tekst is de briljante weergave van een acteursnachtmerrie: tussen de coulissen wachten Hamlets twee vrienden op de juiste aanwijzingen om het stuk De moord op Gonzago te spelen. Maar ze kennen de plot niet, kunnen hoofd- en bijrollen niet van elkaar onderscheiden en raken hopeloos verstrikt in schijn en werkelijkheid, spel en waarheid.

Wat ‘t Barre Land in feite nu brengt, is een volkomen losgeslagen en vrije bewerking van Rosencrantz & Guildenstern are dead . Alles zit erin: Hamlet natuurlijk, ook Eindspel en Wachten op Godot van Beckett, onze eigen Jelgerhuis en zelfs de befaamde Britse acteur Sir John Gielgud.

Het decor bestaat uit verouderde toneelattributen als lampen, doeken, hijsmachines en katrollen. Een plankier verbeeldt het toneel; sta je erop, dan ben je op; sta je ernaast, dan ben je af. Voorwaarde voor een voorstelling als deze is dat de toeschouwer op de hoogte moet zijn van alle ins- en outs, de duizelingwekkende verwijzingen; ook moet je mee kunnen gaan in het soms bizarre spelplezier van de leden, die elk realisme mijden. Als er bloed vloeit, dan verbeeldt een rode zakdoek het vocht. Een schermscène lijkt meer op een bokswedstrijd, terwijl een andere speler het scherp van twee degens tegen elkaar tikt.

De acteurs zwelgen in ouderwetse retoriek, en het volgende moment spelen ze helder en modern. Van een hoorcollege theatergeschiedenis moduleert Rosencrantz & Guildenstern naar een opgetogen vaudeville over verwarring en zelfs wanhoop die acteurs kunnen bevangen: hoe werkelijk is toneelspel? Waarom spelen we eigenlijk toneel? Wat is een rol? Deze stijl is schitterend; als toeschouwer kun je er, net als de spelers, behoorlijk gedesoriënteerd door raken. En dat is dan ook exact de bedoeling.