CPB: schroef bezuiniging iets terug

Forse aanpassingen in de rijksbegroting zijn onvermijdelijk en lijken in omvang op die tijdens de jaren tachtig. Volgende kabinetten moeten 29 miljard euro besparen; vele miljarden minder dan het kabinet inschatte.

Die ingreep is nodig om de kosten van vergrijzing, crisis en gezondheidszorg op te vangen, zo heeft het Centraal Planbureau (CPB) vanmorgen bekendgemaakt.

Met name de hogere levensverwachting resulteert in stijgende kosten waardoor de „staatsschuld zal exploderen”, zei CPB-directeur Coen Teulings. Omdat de zorguitgaven zoveel sneller groeien dan de economie, gaat het CPB ervan uit dat de bovenmatige groei door burgers betaald moet worden. Het eigen risico bij de zorgverzekering zal daardoor stijgen van 165 naar 775 euro per persoon per jaar, heeft het CPB becijferd. De politiek kan er volgens Teulings ook voor kiezen de premies van zorgverzekeringen te verhogen of in de kosten te snijden.

De CPB-directeur is duidelijk milder over omvang en noodzaak van bezuinigingen op korte termijn dan het kabinet. Dat zinspeelde eerder tot 35 miljard ombuigingen bovenop het besluit om de AOW-leeftijd naar 67 te verhogen. „Het is niet duidelijk waar dat bedrag vandaan komt”, zei Teulings vanochtend. „Wij hebben het nu zorgvuldig uitgerekend.”

Volgens hem is „de economische theorie niet eenduidig” over hoe snel zo’n tekort van 29 miljard euro moet worden weggewerkt. „Alles wat je nu doet, doe je later niet. Het moet eens betaald worden. Het is niet heel dramatisch als je bezuinigingen een kabinetsperiode uitstelt.” Maar hoe langzamer het gat wordt ingelopen, hoe hoger de rekening wordt voor toekomstige generaties, waarschuwde Teulings.

Door de crisis is de Nederlandse economie 5 procent van haar omvang „kwijtgeraakt”, een verlies dat volgens het CPB nauwelijks meer wordt goedgemaakt door toekomstige groei. De ramingen voor het bbp zijn lager dan voor eerdere kabinetsperiodes.

Op korte termijn vallen de gevolgen voor de arbeidsmarkt en koopkracht mee. Het aantal werklozen stijgt naar een half miljoen in 2010/2011; 6,5 procent van de beroepsbevolking. De koopkracht stijgt de volgende kabinetsperiode gemiddeld met 0,25 procent.

CPB-cijfers: pagina 13