Alles is te koop maar bijna niets is betaalbaar

De economie van Zimbabwe is weer gaan draaien dankzij buitenlandse valuta’s, maar het leven is duur, in dollars. ‘Wisselgeld’ is vervangen door lollies en sigaretten.

Het is zaterdagochtend en Tanyaradzwa Todini – „zeg maar Tanya” – doet de weekendboodschappen. Haar voorraden zijn op. Maar anders dan een jaar geleden liggen de schappen van de supermarkten weer vol. „Alles is te koop”, zegt de 24-jarige alleenstaande moeder. „Maar veel is onbetaalbaar.”

Nadat de Zimbabweaanse dollar in 2008 een inflatierecord had bereikd van rond de 12 miljoen procent op jaarbasis, schafte de in februari 2009 aangetreden overgangsregering van president Mugabe en voormalig oppositieleider Tsvangirai de nationale munt af. Bedrijven mogen nu zaken doen in Amerikaanse dollars, in Zuid-Afrikaanse randen, in Britse ponden en in de Botswaanse pula. Met harde valuta’s kunnen ze weer voedsel importeren. Terwijl in hoofdstad Harare eigenlijk alleen de dollar gebruikt wordt, is in het zuiden van het land, bij de Zuid-Afrikaanse grens, vooral de rand in zwang.

In de OK supermarkt nabij Epworth, een van de armste voorsteden van de hoofdstad Harare, liggen de zakken maïsmeel weer metershoog opgestapeld. Onontbeerlijk, dit meel, om sadza van te maken: een kleverige pap die veel Zimbabweanen voor ontbijt, lunch en diner op tafel zetten. Vult goed, maar voedt niet. Todini sjort een zak van vijf kilo los. Daar kan ze zo’n twee weken mee vooruit.

‘Product of Zimbabwe’, staat er met grote letters op de zak meel. De prijs: 3,65 dollar. Ook de suiker (2,45 dollar voor twee kilo) en het zelfrijzend bakmeel (1,90 dollar voor een kilo) komen uit Zimbabwe zelf. Vrijwel alle andere producten die Todini in de enorme winkelwagen legt (bakolie, rijst, zout, zeep) zijn uit buurland Zuid-Afrika geïmporteerd – en in sommige gevallen „herpakt in Zimbabwe”, zoals de etiketten geraffineerd vermelden.

Per maand verdient Todini met zelfgemaakte juwelen en ansichtkaarten voor buitenlanders naar eigen zeggen rond de 35 dollar. Ze betaalt 15 dollar huur. Stromend water of elektriciteit heeft ze niet – dus dat hoeft niet betaald. Wie daar wel toegang toe heeft, is aan die rekeningen al vrijwel zijn volledige maandinkomen kwijt.

De kassajuffrouw slaat 14,52 dollar aan. Todini legt 15 dollar neer. „En wat wilt u van de resterende 48 cent? Een paar snoepjes?” vraagt de verkoopster.

Wisselgeld is er niet. Nergens in Zimbabwe. Waar in dollars gerekend wordt, is een biljet van 1 dollar het kleinste betaalmiddel. Munten zijn niet in omloop. Bij kassa’s in supermarkten staan daarom grote bakken lollies, snoepjes en chocoladerepen om de schuld bij de klant in te lossen. Sommige supermarkten verstrekken kredietbriefjes, die bij een volgende ronde boodschappen gebruikt kunnen worden. Alleen heel af en toe zijn wat verdwaalde Zuid-Afrikaanse randen beschikbaar. Maar de wisselkoers is onvoordelig: tegenover 1 dollar staat 10 rand, de waarde van februari 2009. Sindsdien is de rand op de internationale geldmarkten ongeveer een kwart meer waard geworden, maar omdat 1 op 10 zo makkelijk rekent, hebben de meeste Zimbabweaanse ondernemers die koersstijging genegeerd.

„Je kunt eigenlijk niet meer voor een enkele boodschap naar de winkel”, concludeert Todini als ze haar plastic tasjes inpakt. „Alles kost dan minimaal een dollar. En voor je het weet zit je met allemaal spullen die je niet echt nodig hebt.” In plaats van wisselgeld accepteert ze twee lolly’s voor haar zoontje en een handvol lokaal geproduceerde sigaretten om op straat te verhandelen tegen paraffine. Een sigaret vertegenwoordigt de waarde van 5 dollarcent.

Wie niet kan rekenen, is in Zimbabwe reddeloos verloren. De economie draait vrijwel volledig op contant geld: creditcards of cheques worden haast nergens geaccepteerd. Wie in een bar een drankje bestelt, wordt door de ober gevraagd maar meteen een tweede te reserveren om op een rond bedrag te komen. Fooien zijn door gebrek aan kleingeld nauwelijks gangbaar.

„De economie van Zimbabwe is dankzij de introductie van buitenlands geld weer op gang gekomen”, zegt econoom John Robertson, „maar is door schaarste aan dollars en randen nog steeds compleet verstoord.” Voor het eerst sinds 1997 groeide in 2009 het bruto binnenlands product, naar schatting met 3,7 procent. Het is vooral te danken aan de drie tot vier miljoen Zimbabweanen in het buitenland dat er nog nieuw geld binnenkomt, zegt hij.

„Het is heel simpel”, doceert Robertson. „De overheid heeft die buitenlandse deviezen ingesteld, maar er is te weinig van dat geld in omloop. Wie dollars had voordat dit legaal werd, kon ze met grote winst verkopen.” Door schaarste lijkt de munt in Zimbabwe nu meer waard dan elders. „Daarnaast hebben we een rentetarief van 15 procent, dus lenen is niet goedkoop. Tel daarbij op dat de meeste producten uit Zuid-Afrika komen en je ziet: het leven is duur in Zimbabwe. Winkels liggen vol, maar de koopkracht is afgenomen.”

Robertson volgt de economie van Zimbabwe al sinds de tijd dat het land nog Rhodesië heette en door internationale boycots tegen het blanke minderheidsregime genoodzaakt was zelf alles te produceren. Precies dertig jaar geleden werd Zimbabwe onafhankelijk. „Ik zeg niet dat het allemaal geweldige producten waren die we maakten, maar het was betaalbaar. Al het meubilair in mijn kantoor is lokaal gemaakt. Nu moet je naar Zuid-Afrika voor een bureau.”

Sinds de in 2000 begonnen plunderingen van grote commerciële boerderijen en het verval van de industrie produceert Zimbabwe bij lange na niet meer genoeg om de eigen bevolking te voeden. „Vroeger”, mijmert Robertson met iets van Rhodesische trots, „hadden we topkwaliteit zuivelproducten. Als je nu zogenaamd verse melk krijgt, dan is dat melkpoeder opgelost in water.”

Graatmagere kippen stuiven weg als een gebutst taxibusje bij de OK supermarkt voorrijdt. Het ritje naar Tanya Todini’s huis „kost 5 rand”, zegt de chauffeur – volgens de gehanteerde rekenkoers in Zimbabwe een halve dollar. Maar geen van de passagiers heeft een munt van 5 rand beschikbaar. Todini betaalt met een biljet van één Amerikaanse dollar. Het wisselgeld? 3 triljoen Zimbaweaanse dollars. Door de geldschaarste is in de informele transportsector de verder waardeloze Zimbabweaanse munt nooit uit roulatie genomen.