Zwaarste baan: aangeliefde in fusiegezin

Stiefmoeder is een beladen begrip. In gezinnen zijn tientallen alternatieven in gebruik.

Je zou denken dat de emancipatie vooral vrouwen ten goede is gekomen, maar dat blijkt toch niet helemaal te kloppen. Als een vrouw een drukke en belangrijke baan zou opgeven om meer tijd aan haar gezin te besteden, zouden veel mensen zeggen: zie je wel, ze kan het niet aan. Ze zou een vooroordeel bevestigen dat ondanks de emancipatie hardnekkig voortleeft: moederschap en een drukke baan zijn niet te combineren.

Voor mannen heeft de emancipatie wat dit betreft gunstiger uitgepakt. Lang was het algemeen geaccepteerd dat een man zijn werk boven zijn gezin of relatie stelde. Om een man die veel tijd aan huishouden en gezin besteedde werd zelfs gelachen. Het woord huisman bestaat allang, maar eind jaren zeventig kreeg het er een betekenis bij: naar het voorbeeld van huisvrouw ging het ‘man die voor het gezin en de huishouding zorgt’ betekenen. De huisman werd een geliefd type om te bespotten: een watje dat bij zijn kostwinnende vrouw onder de plak zat.

Ziehier de winst van de emancipatie voor mannen: een man die nu aankondigt met zijn drukke en belangrijke baan te stoppen om meer tijd te kunnen besteden aan zijn relatie of gezin, wordt als een held bejubeld. Bijna niemand die vraagt: was drie banen tegelijk niet een beetje veel, kon het dagelijkse werk niet beter georganiseerd, en moeten we sowieso niet eens naar de invulling van deze zware functies kijken?

En gaan die ambitieuze mannen straks, na een pauze, echt het grootste deel van hun tijd besteden aan hun relatie of gezin? Nee, natuurlijk niet. Ze worden bijvoorbeeld topman bij AkzoNobel. Van honderd uur in de week gaan ze wellicht zestig uur per week werken, maar voor de beeldvorming maakt dat niet uit: het respect om deze stap zal blijven.

Ondertussen is het met de beeldvorming rond de woorden stiefvader en stiefmoeder onverminderd treurig gesteld, zo bleek uit de ruim 130 reacties op het stukje van vorige week. De zoektocht naar goede alternatieven voor deze beladen woorden leeft in talloze fusiegezinnen, zoals iemand ze noemde.

Welke oplossingen heeft men gevonden? Mooie vondst: aangeliefde vader, moeder, zoon of dochter. Verwant hieraan: aangetrouwd (maar dan moet je wel met je nieuwe partner trouwen). Vaak genoemd: combinaties met aangewaaid en samenstellingen met aanloop- en aanleun- (inclusief aanleunopa en aanleunoma). Eveneens vaak genoemd: samenstellingen met bij- (bijmoeder, bijdochter etc.) en zorg- (zorgmoeder, zorgvader). In klank het dichtst bij stief: liefmoeder, liefdochter. In Vlaanderen reeds in gebruik: plusouder (zie www.plusouder.be). In Zweden reeds volop in gebruik: bonusmamma. Als samentrekking bij diverse families in gebruik: stoma voor ‘stiefoma’. Verder nog genoemd: samenstellingen met half-, heem-, krijg-, kunst- en schijn-.

Interessantste historische aanvulling: „Volgens mijn moeder, meer dan een eeuw geleden geboren in de Zaanstreek, waren er naast stiefbroers en -zusters die één ouder gemeen hadden, ook tafelbroers en -zusters, beiden uit een vorig huwelijk. Waarom niet stief– vervangen door tafel–?”

Waarom hebben stiefouders eigenlijk zo’n slechte reputatie? Historisch gezien zal het bevoordelen van de eigen kinderen in verband met de erfenis een rol hebben gespeeld.

Maar los daarvan: kinderen goed opvoeden is de zwaarste baan van allemaal. Voor je eigen kinderen is het soms al bijna niet te doen, bij andermans kinderen ligt de weg naar misstanden wijd open. Liefdevolle en onbaatzuchtige stiefouders, díé verdienen pas respect.