Van fobie tot bh: China pop-upt het

Kunst en architectuur vind je nauwelijks terug in de wereld van de pop-upboeken.

Het zijn de educatieve, historische en informatieve uitgaves die het goed doen.

De grootste boekhandel van Rotterdam heeft er maar een half plankje aan gewijd. In kleinere boekwinkels kom je zelfs dat halve plankje niet meer tegen. Maar op de kinderboekenbeurs die over tien dagen in Bologna opent liggen ze weer voor het grijpen: de pop-upboeken, het enige boekengenre dat de iReader of iPod nooit zal kunnen verzwelgen.

Het pop-upboek wordt vooral geassocieerd met peuters en kleuters die nog moeten leren wat een boek en een beest is. Vooral in Amerika krijgt het jongste kroost er volop mee te maken: van de onnozele Benny the Bulldozer tot de soms giftig gekleurde Walt Disney-avonturen.

Mierzoete ‘hug-boekjes’ zitten ertussen – knuffelig, want daar houdt men in Amerika van – maar vaak wel zo stevig gekartonneerd dat ze met een gerust peuterhart uit box of raam gekieperd kunnen worden. Toch hopen ouders dat hun kroost dankzij die oppoppende poezen, pauwen en prinsessen de ADHD-tekenfilms op televisie links laat liggen, en dat het zo vertrouwd raakt met de papieren wereld dat een leven zonder boeken geen optie meer is.

Er zou op deze plek geen woord aan het onderwerp zijn vuilgemaakt als amazon.com geen ‘personal recommendation’ had gestuurd over Birdscapes. Die aanbeveling was terecht: Birdscapes, uitgegeven door het Cornell Lab of Ornithology, Amerikaans equivalent van de Vogelbescherming Nederland, biedt in die uitgave ingenieus gepop-upte landschappen – woestijn, regenwoud, moeras, toendra, weidegrond etcetera – met elk hun eigen specifieke vogelpopulatie. Daar blijft het niet bij: alle soorten die zich bijna natuurecht in die driedimensionale panorama’s ophouden, flierefluiten er authentiek én in stereo op los via onzichtbare led-batterijtjes. De stampsnavelende specht en tweetonige uil hebben het hoogste woord, net als de kwebbelende pinguins die het op hun rotsplateau moeten opnemen tegen het bulderen van de oceaan.

Birdscapes is slechts één voorbeeld van de vele interessante en soms geestige ontwikkelingen die het pop-upboek de laatste jaren, vooral in technische zin, heeft doorgemaakt. Daar is een handvol zogenoemde paper engineers debet aan. Met name de Nederlander Ron van der Meer hielp het pop-upboek uit de kinderschoenen. Hij assembleerde interactieve versies, zogenaamde Packs, boordevol pop-ups, mini-boekjes, flappen, lipjes en schuifjes. Over onder meer de geschiedenis van de muziek, over het functioneren van het brein en over de Formule 1-races, compleet met een Maserati, pits en simulatie-ruimte, allemaal in drie dimensies. Wie de regels voor autoracen en de circuits nog niet kent kan na lezing van het boek volwaardig meepraten in Zandvoort. De toegift is trouwens een cd met – geloof het of niet – één uur lang gierende motoren.

De productie van zo’n visueel gecompliceerde en ook tekstueel verzadigde uitgave kost één tot twee jaar. De paper engineer werkt, met een deskundige, een concept uit en componeert zelf uit honderden papieren onderdelen een dummy, waar pop-upboekfabrikanten in Colombia, Thailand en vooral in de zuidelijke kustprovincies van China mee aan de slag gaan. Een oplage van 1.000 exemplaren is het minimum, want de productie van een pop-upboek vergt investeringen in stansmessen en speciale papiersoorten.

In China, dat in de tweede eeuw na Christus al het papier uitvond en een eeuwenlange traditie van papierknipkunst kent, leven complete dorpen van de pop-upboeken die daar aan een lopende band handmatig lip voor lip en flap voor flap tot stand komen. Of ook Chinese kindervingertjes met de vereiste precisie de pop-ups moeten vouwen, buigen, schuiven en plakken, is onbekend.

Het scheelde niet veel of Brussel had als eerste stad in de wereld een pop-upboekenmuseum gehad. Baudouin van Steenberghe, een Belgische kunstkenner, verliefd op de toewijding, verbeelding en inventiviteit van de paper engineers, stelde daartoe zijn collectie van enkele duizenden exemplaren ter beschikking: vanaf het 16de-eeuwse Cosmographia via Duitse uitgaven uit WO II tot en met het uitklapbare Grand Cirque Internationale, ontworpen door de destijds razend populaire Duitser Lothar Meggendorfer. Diens 19de-eeuwse, aandoenlijke kinderboeken met beweegbare dieren, acrobaten en goochelaars, die wereldwijd in groten getale werden gekocht, komen nu weer in herdruk uit. Van Steenberghe had grootse plannen met zijn museum, maar hij overleed in 2008.

Liefhebbers moeten nu hun toevlucht zoeken tot de openbare collectie van de Universiteit van Berkeley, Californië. En lid worden van The Movable Book Society, om informatie en ideeën uit te wisselen met zo’n 450 andere verzamelaars. Nuttig, want op wat beterft architectuur en beeldende kunst valt er nog veel te winnen in de pop-up-wereld. De welvende bouwwerken van Frank Gehry zijn als ‘maquettes’ al in een chique pop-upeditie verwerkt, evenals de architectuur van Frank Lloyd Wright, wiens ‘Plan for a Greater Bagdad’ (1958) als facsimile is mee verpakt. Ook Berlijn heeft zijn oude en nieuwe bouwkunst in drie dimensies geboekstaafd. Maar waar blijft de Rem Koolhaas-editie of een boek over het ‘nieuwe’ Rotterdam?

Hoewel hier pas een fraai pop-upboek over de schilderijen van Magritte is gepresenteerd, neemt de beeldende kunst, net als de architectuur, in de pop-upwereld een minieme plaats in, terwijl juist deze discipline zich daar optisch en perspectivisch zo goed toe leent. Damien Hirst gaf jaren geleden wél een ‘movable’ boek uit, Damienhirst geheten, dat inmiddels in prijs is vervijfvoudigd. De eigenzinnige Belg Patrick van Caeckenbergh liet in zijn Atlas des Idéations absurdistische collages en sculpturen achter flappen schuilgaan. Aan Vermeer is eveneens een fijnzinnige, Franse uitgave gewijd, Cachettes et Secrets. En natuurlijk was fotograaf William Wegman zo slim een ‘doe-het-zelfboek’ te produceren van zijn geportretteerde honden, die je door het omslaan van halve pagina’s in steeds weer een andere uitdossing kan steken.

Maar deze uitgaven gaan ten onder in het internationale mer à boire van educatieve, historische, informatieve en cinematografische edities: over de films van Hitchcock en Walt Disney, over dinosaurussen en de maanlanding van de Apollo, over nachtmerries en fobieën, over archeologische resten van het oude Egypte en Pompeï. En niet te vergeten: The Pop-up Book of Sex, dat alleen kinderen onder de twaalf nog verrassingen zal bieden. Zelfs de geschiedenis van de bh is in Hoorah for the Bra in drie dimensies uitgegeven, inclusief Madonna in de brassière van ontwerper Jean-Paul Gaultier.

Valt er dan eigenlijk nog wel wat te pop-uppen? Want de kunst- en architectuurwereld mag dit type boek dan niet al te serieus nemen, op andere terreinen blijft genoeg aanbod over.

De Pop-up Bookshop is te vinden op www.popupbookshop.com