'Straks ben ik de laatste christen in Syrië'

Arnon Grunberg reist van Bagdad naar Istanbul en doet verslag van zijn belevenissen. Vandaag Aleppo. Aflevering 8 van een serie.

Wie van Antakya in Turkije naar Aleppo in Syrië reist, moet bij Bab Al-Hawa de grens over. Hier wordt van de grens nog werk gemaakt: prikkeldraad en hekken die opzij worden geschoven om auto’s één voor één binnen te laten.

Aan de Syrische kant van de grens wordt de reiziger begroet door diverse portretten van Bashar al-Assad, de president van Syrië.

Ali, volgens mijn vertaalster een Arabier die in Turkije woont, brengt dagelijks reizigers van Antakya naar Aleppo. Later zal blijken dat hij zich ook heeft toegelegd op het smokkelen van thee en benzine vanuit Syrië naar Turkije. Sigaretten en whisky worden eveneens via Bab Al-Hawa Turkije binnen gesmokkeld.

Hotel Baron in Aleppo is beroemd – Agatha Christie heeft er gelogeerd – maar in verval. Kort na aankomst meldt zich een man in de receptie die een gesprek met mijn Turkse vertaalster begint.

„Zo’n leuke man,” zegt mijn vertaalster, „hij spreekt Armeens.”

Mijn assistente, die eerder in Syrië is geweest, meent dat mannen die onverwacht in hotellobby’s opduiken om joviale gesprekken te voeren voor de Mukhabarat werken, de Syrische geheime dienst.

’s Avonds spreek ik met Issa Touma, een Syrische fotograaf maar ook de drijvende kracht achter galerie Le Pont in Aleppo en organisator van een fotografiefestival en een festival voor kunst van vrouwen, beide in Aleppo. Hij draagt een hoed, die hij afzet als we in café Oriento een glas wijn gaan drinken.

„Ik heb de pech in een kloteland te zijn geboren,” zegt Touma. „De meeste christenen zijn weggegaan. Ik heb tegen de overheid gezegd: ‘Straks ben ik de laatste christen in Syrië.’ Een paar jaar geleden organiseerde ik een concert in een station. De akoestiek was er zo goed dat ze er meteen een moskee van hebben gemaakt. Dat is vrijheid in het Midden-Oosten: moskeeën.”

Bij de wijn krijgen we wortels en komkommer, waaraan Touma zich tegoed doet.

„De werkelijke macht in dit land ligt bij de Mukhabarat,” zegt hij. „Ik heb een serie foto’s gemaakt getiteld Dansen voor de grote vader. Dat zijn foto’s waarop Syrische burgers gedwongen worden voor Assad te dansen, maar de Mukhabarat durft niets tegen me te beginnen.”

Nog een wortel.

„Er zijn hier moslims met maar één vrouw, maar dat zijn rijke moslims die op christenen willen lijken. Iedereen doet in Syrië alsof de moslims en de christenen goede vrienden zijn, maar ik vertrouw de moslims niet.”

(wordt vervolgd)