Sensitief pianospel van hoogste niveau

Klassiek Krystian Zimerman, piano. Chopin. Gehoord: 14/3 Concertgebouw Amsterdam.*****

‘Zijn bij ons de rozen nog altijd zo trots op hun vlammende kleuren? Zingen de bomen nog altijd zo mooi in de maneschijn?’ Dergelijke vragen borrelden op bij de dichter Heinrich Heine als hij luisterde naar het delicate pianospel van Chopin (1810-1849), die méér nog dan uit Polen volgens hem afkomstig was uit het land van Mozart, Rafaël en Goethe. Die fonkelende kleurenrijkdom, dat nachtelijke geruis en een onmetelijke edelmoedigheid typeerden ook het fenomenale Chopin-spel van de Poolse meesterpianist Krystian Zimerman.

Verstild zat Zimerman achter zijn eigen Steinway, die hij meeneemt naar alle podia. Maar wat hij met een minimum aan bewegingen uit de vleugel tevoorschijn toverde was muzikaal van een ongehoorde schoonheid en pianotechnisch bijna onvoorstelbaar. Al bij de eerste noten van de Nocturne nr. 5 in Fis, op. 15 nr. 2 was er sprake van een ongekende verfijning, eruditie en poëzie. Meanderende melodielijnen verhieven zich met onnavolgbare gratie boven stromende gebroken drieklanken.

De meeste pianisten schieten vroeg of laat in de stress in de meedogenloos kolkende materie van het openingsdeel van de Tweede Sonate. Ze struikelen over hun vingers, zodat de cascade aan noten scheuren gaat vertonen als bij een muur die op instorten staat. Maar bij Zimerman was alles omgekeerd. Waar anderen uit de bocht vliegen voerde hij de snelheid nog net een beetje op, zonder ook maar één noot te missen. Alle afzonderlijke brokstukken met middelpuntvliedende kracht vloeiden uiteindelijk toch weer samen in een huiveringwekkend epos, dat volmaakt helder was in zijn harmonische samenhang en overvleugelende spankracht.

De Marche funèbre nam met zo’n macabere intensiteit en extradimensionale sonoriteit bezit van de ruimte, dat het letterlijk doodstil werd in de immer door geritsel en gekuch verstoorde Grote Zaal. Grillig als het Noorderlicht dansten daarna de ongrijpbare noten van de finale. Spiritualiteit is een hol begrip geworden. Maar in de sublieme interpretaties van het Scherzo nr. 2 in Bes, op. 31, de Sonate nr. 3 in b., op. 58 en de Bacarolle in Fis, op. 60. getuigde Zimermans sensitieve pianospel van waarachtige spiritualiteit, de bron van waaruit ook Chopin zijn verdroomde stukken componeerde.