Na technische Bos, nu vaderlijke Cohen

Job Cohen voorziet in de behoefte aan bindend leiderschap in een verdeelde samenleving. Hij kan de PvdA verder brengen dan Bos had gekund, stelt Ruud Koole.

Het vertrek van Wouter Bos sluit een politieke carrière af die sterk bepaald werd door heftige politieke turbulentie. Bos maakte zijn entree in de nationale politiek in de periode van de Paarse kabinetten, waarin hij in 2000 tot staatssecretaris van Financiën werd benoemd. Hij vertrekt nu als politiek leider, nadat hij als vakkundig minister van Financiën Nederland door de kredietcrisis had geloodst en in januari van dit jaar in de Den Uyl-lezing fel afstand had genomen van het neoliberalisme.

Het laat zien hoe het denken van Bos zich ontwikkelde. Het Paarse geloof in de zegeningen van marktwerking, dat door de achterban van de partij overigens veel minder werd gedragen dan door de toenmalige partijtop, was losgelaten. Dat was niet alleen het gevolg van de kredietcrisis.

In mei 2002 werd de aanhang van de PvdA bij de verkiezingen gehalveerd. Die dreun bood ook kansen. Voortaan konden partijleden de lijsttrekker rechtstreeks kiezen. Dat werd Wouter Bos, waarna de PvdA het verlies in 2002 vrijwel geheel goedmaakte.

Nadat de formatiepoging met het CDA in 2003 was mislukt en de PvdA in de oppositie ging, werd de inhoudelijke vernieuwing van de PvdA aangevat. Een speciale commissie-Patijn legde de basis voor een nieuwe opstelling in het debat over integratie en immigratie. In 2005 werd bovendien een nieuw beginselprogramma vastgesteld. Bos bemoeide zich zeer intensief met al deze discussies en gaf de partijvernieuwing vaart.

Soms had de partij moeite hem te volgen. Dat leidde wel eens tot spanning. Maar steeds maakte Bos indruk met zijn werkkracht en intelligentie. Zijn snelle en flexibele geest stelde hem ook in staat om in te spelen op andersluidende denkbeelden in de partij of veranderende inzichten in de samenleving. Dat bleek onder meer bij de opstelling van het nieuwe beginselprogramma. In de eerste versie van het programma kwam de term ‘kapitalisme’ nog niet voor. Dat werd vanuit de partij gecorrigeerd. Bos accepteerde dergelijke correcties, maar waakte er wel voor dat de kritiek op het kapitalisme niet zou doorschieten in afkeer van het bedrijfsleven, dat zijns inziens de ‘oude PvdA’ teveel had gedomineerd.

Uiteindelijk resulteerde zijn zoektocht naar een antwoord op de Fortuyn-revolte en de gevolgen van de kredietcrisis in de Den Uyl-lezing van dit jaar. Hij vond met die lezing aansluiting bij de ‘klassieke’ sociaal-democraten in zijn partij die eerder wel eens hadden gefronst bij eerdere voorstellen.

Bos maakte hiermee waar wat hij begin 2004 in een interview had gezegd. Hij signaleerde toen twee stromingen in de partij en zag het als zijn opdracht om die bij elkaar te houden: één die terug wilde naar de klassieke sociaal-democratie uit de jaren zeventig, en één die van de PvdA een grote sociaal-liberale middenpartij wilde maken. Dat is hem gelukt.

De waardering voor de Den Uyl-lezing kwam ook voort uit de behoefte bij grote groepen kiezers aan richtinggevende verhalen. Meer dan ooit is er sprake van een battle of the narratives, een strijd tussen verhalen. Wat je er verder ook van vindt, PVV-leider Wilders heeft een verhaal. Andere partijen kunnen niet volstaan met doorwrochte en doorgerekende verkiezingsprogramma’s met vele concrete punten.

Allereerst moet een sterk waardengeladen verhaal worden verteld met eigen beginselen en een wenkend toekomstperspectief. Bos formuleerde met zijn Den Uyl-lezing een links verhaal, maar dan wel modern links.

Nu zal iemand anders dat wenkende verhaal moeten vertellen. En dat wordt vrijwel zeker oud-burgemeester van Amsterdam Job Cohen.

De komst van Cohen komt voor de PvdA op een goed moment. De behoefte aan bindend leiderschap in een verdeelde samenleving is met de opkomst van Wilders en het niet overtuigende premierschap van Balkenende (CDA) groot. Meer dan de technisch bekwame Bos, kan Cohen in die behoefte voorzien. Zijn ervaring als een boven de partijen staande burgervader helpt hem daarbij. Bovendien wordt Cohen niet geassocieerd met de val van het kabinet en de moeizame verhoudingen binnen die coalitie. Rust en stabiliteit straalt hij van nature uit. En Cohen kan de positieve lijn van de laatste weken waarschijnlijk verder doortrekken dan Bos had gekund.

Inhoudelijk zal het verschil met Bos niet groot zijn. Ook Cohen zal een modern links verhaal moeten houden wil hij in de battle of the narratives kunnen zegevieren.

In zijn speech waarin hij zijn kandidatuur voor het lijsttrekkerschap bekend maakte, schetste Cohen de contouren van dat verhaal. Hij bouwde voort op de ideeënontwikkeling in de partij, noemde het beginselprogramma met name en pleitte in het verlengde daarvan voor een fatsoenlijke, solidaire samenleving met goede publieke voorzieningen, met de democratische rechtsstaat als baken; waarin niemand aan de kant staat. Hij staat nu voor de opdracht dat algemene verhaal handen en voeten te geven in een periode waarin aan grote bezuinigingen niet te ontkomen valt. Het hoog houden van het principe van ‘eerlijk delen’ is daarbij de eerste grote uitdaging.

Cohen koos voor het eigen sociaal-democratische verhaal, zonder zich sterk af te zetten tegen andere partijen. Wanneer hij dat kan volhouden tijdens de campagne, terwijl zowel PVV als CDA er graag een strijd met de PvdA van willen maken, heeft de PvdA het beste van twee werelden: die strijd is er dan toch en kan de PvdA veel strategische stemmen opleveren, terwijl Cohen als een vader des vaderlands bij uitstek het symbool kan worden van een gedeelde in plaats van een verdeelde samenleving.

Ruud Koole is hoogleraar politicologie aan de Universiteit Leiden. Hij was van 2001 tot 2007 voorzitter van de PvdA. Onlangs publiceerde hij Mensenwerk (Bert Bakker), herinneringen aan zijn tijd als partijvoorzitter.