Na het einde

Verhalen hebben altijd een einde. Dat is misschien wel het meest onwaarschijnlijke eraan – tenzij het einde de dood is natuurlijk, dan klopt het wel. Maar ‘toen leefden ze nog lang en gelukkig’ of ‘en daar is hij door de Amerikanen bevrijd’ of ‘ze is genezen van kanker’ dat zijn allemaal maar zinnen die dienen om een eind te maken aan het vertellen terwijl er nog van alles te vertellen valt.

Maar dat vergeten we graag. Hoe leefde Helena na de val van Troje, hoe Odysseus na zijn thuiskomst? Die verhalen zijn minder bekend en worden minder herhaald. Hoe Menelaos, Helena’s man, toen de Trojanen verslagen waren, op zoek ging naar zijn vrouw om haar te doden. Maar zij opende haar kleed en toonde hem haar borsten, nog altijd mooi, nog altijd de hare. En hij herkende haar als degene die ze voor hem was en doodde haar niet en nam haar mee.

Het wordt ergens verteld – in Lysistrata? – ik weet het niet meer. In de Odyssee zien we Helena weer thuis bij Menelaos in Sparta, waar Telemachos het echtpaar opzoekt. Ze zit dan met een breimand of zoiets. En ze is nog steeds mooi. Helena moet altijd mooi zijn.

Nu ja, ik dacht aan haar en aan het verder gaan van een leven ná het verhaal over dat leven toen ik een poosje geleden in de rechtszaal in München naar John Demjanjuk keek, die lag te luisteren naar zijn eigen leven. Niet het gedeelte van zijn leven dat de reden is dat hij daar ligt, het deel doorgebracht in het Russische krijgsgevangenkamp en in Sobibor, het verschrikkelijke verhaal van de taken die de bewakers uitvoerden in de vernietigingskampen. Nee, er was een onderzoeksrechter aan het woord die had uitgezocht hoe het verder ging.

Op een dag was de oorlog afgelopen, maar het leven was daarmee niet afgelopen. Demjanjuk, die toen nog Iwan heette en geen John, die nog gewoon een ontheemde Oekraïner was, moest ook toen voort. De nazi’s, voor wie hij gewerkt had, waren verslagen. Hij had dienstgenomen in een Russisch leger dat aan de zijde van de Duitsers vocht, het leger van generaal Vlasov, waarmee hij door Duitsland was getrokken. Sommigen, zei de onderzoeksrechter, meenden dat hij meegegaan was tot in Tsjechoslowakije.

Demjanjuk, die onbeweeglijk op dat bed lag terwijl zijn Oekraïense tolk al deze dingen in zijn oor vertaalde, schudde ineens zijn hoofd. „Nee”. Nee, hij was niet mee geweest naar Tsjechoslowakije. Op niets anders reageerde hij.

Je mag niet concluderen dat de rest dus allemaal waar is, maar even denk je dat dan toch. Het lijkt zo waarschijnlijk allemaal, zo’n jongen van begin twintig, die in een heel verkeerde wereld is terechtgekomen, dingen heeft gedaan die hij niet had moeten doen, het gevoel gehad heeft dat hij weinig te kiezen had. Hij kon niet terug naar Oekraïne, want hij had in een landverradersleger gediend. Voor de Amerikanen was hij ook fout, want hij had met de Duitsers meegevochten. De Duitsers konden hem niet meer helpen. Dus hij moest een verhaal gaan maken van zijn leven, een nieuw verhaal, één waarmee hij weg kon komen. En dat heeft hij gedaan, hij vertelde de vluchtelingenorganisatie dat hij vrachtwagenchauffeur was geweest in Sobibor of boer – zijn nieuwe levensgeschiedenis stond niet meteen vast. Boer leek misschien bij nader inzien gunstiger als hij als immigrant geaccepteerd wilde worden. Hij had lotgenoten, andere Oekraïense jongens die ook naar Amerika wilden. In Amerika gingen ze bij elkaar in de buurt wonen en begonnen het verhaal van daarvoor te vergeten. Daarvoor waren ze slachtoffers van het lot. Nu leefden ze.

Zo ongeveer zal het gegaan zijn. Jarenlang moet hij gedacht hebben dat hij dat alles – de oorlog, de kampen, de machteloosheid, het vechten, het thuisloos zijn – achter zich gelaten had. En dan komt het terug, zijn verhaal, aanvankelijk in onherkenbare gedaantes, maar steeds nauwkeuriger. Tot hij op een dag in een rechtszaal in München een geschiedenis hoort met nog maar één enkel schoonheidsfoutje erin. Daarbij schudt hij zijn hoofd.

Wie ernaar luistert, naar dat leven, huivert om de lotgevallen en de keuzes, om de illusie van keuzes. Mensen leven en doen, maar weloverwogen kiezen, ach. Niet alleen het lot, ook onze eigen beperkingen maken dat we zo vrij niet zijn. Zeker niet als iemand door zo iets groots als een oorlog en een totalitaire staat vermalen dreigt te worden.

Hoe leeft iemand met een verborgen geschiedenis die naar vermogen vergeten moet worden? Breuken in een leven zijn onbevredigend. Als de grote geschiedenis erop los ranselt is het of iemand ooit een geweldig pak slaag gehad heeft, dat moet worden vergeten. Zo ziet Demjanjuk het misschien – geslagen door het lot, opgestaan, doorgeleefd. En nu moet hij zijn hele leven alsnog uiteengerafeld horen en zich ervoor verantwoorden.

Over Helena wordt ergens gezegd, door Aischylos: „Zij deed wat niet gedaan mocht worden.” Dat klinkt alsof er bijna los van opzet, vrijheid, verantwoordelijkheid, dingen zijn die niet mogen, dan is er een grens overschreden, ook als de dader er maar betrekkelijk weinig aan kon doen. Zulke dingen nemen geen einde.

Levens stoppen niet als de soldaten terug zijn naar huis, als de kelder is opengegaan en het meisje bevrijd is, als de hartoperatie gelukt is, de scheiding is uitgesproken. Je moet verder leven met wat er gedaan is en gebeurd is en vaststellen dat niets is afgelopen, ooit.

Wult u reageren? Dat kan op nrc.nl/vos