Lehman kreeg hulp van ABN

Lehman Brothers slaagde er voor het faillissement in50 miljard dollar aan verplichtingen tijdelijk van de balans te halen. Een van de banken die daaraan meewerkte, was ABN Amro.

De Londense tak van ABN Amro heeft in februari 2008 geholpen met het verdoezelen van de slechte staat van de balans va de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers. Dat blijkt uit het rapport van de jurist Anton R. Valukas, dat sinds vrijdag openbaar is.

Valukas onderzoekt de teloorgang van Lehman Brothers, dat op 15 september 2008 failliet ging en de rest van de financiële wereld in haar val meesleepte. Vorige week werd al bekend dat vlak voor de ineenstorting van de vijfde zakenbank van de VS omvangrijke boekhoudfraude gepleegd was („materieel misleidend”, noemt valukas het in zijn 2.200 pagina’s tellende rapport) met als doel de balans van Lehman gunstiger te doen lijken dan die was. De transacties gebeurden met instemming van Lehman-baas Richard Fuld, aldus Valukas.

ABN was een van de tegenpartijen in de zogenoemde repo 105-transacties die Lehman gebruikte om zijn balans op te poetsen. Deze 105-repo’s (afkorting voor repurchase agreements, waarbij leningen korte tijd worden overgedragen aan tegenpartijen met de afspraak ze later weer terug te kopen) waren boekhoudkundige technieken die door Lehman bedacht waren en in totaal voor 50 miljard dollar tijdelijk aan het zicht onttrokken.

De 50 miljard werd via constructies met tegenpartijen tijdelijk buiten de balans van de bank geplaatst. Dit gebeurde eind 2007 en begin 2008, de twee kwartalen voordat de bank definitief implodeerde, mede vanwege een te grote schuld ten opzichte van het eigen vermogen. Die schuldpositie, de facto de afhankelijkheid van Lehman van geleend geld, was door de repo-105-transacties versluierd.

Het was voor Lehman erg lastig banken bereid te vinden als tegenpartij op te treden in dergelijke transacties, omdat wel duidelijk was dat die eigenlijk niet door de beugel konden. In het rapport van Valukas staan e-mails geciteerd waaruit blijkt dat banken die meededen aan de transacties hoge provisies in rekening brachten.

De betrokken banken wisten dat Lehman de transacties nodig had om afwaarderingen door kredietbureaus te voorkomen. Bij zulke afwaarderingen zouden beleggers het vertrouwen in Lehman verliezen en was de bank waarschijnlijk al eerder onderuit gegaan.

Lehman deed in het begin vooral zaken met KBC in België, Mizuho en Mitsubishi in Japan, het Zwitserse UBS en het Britse Barclays. Na het uitbreken van de kredietcrisis, in augustus 2007, werd het steeds moeilijker voor Lehman om tegenpartijen te vinden voor de transacties.

ABN Amro, dat eind 2007 al was overgenomen en opgesplitst, bleek in februari 2008 bereid mee te werken. Het onderdeel dat met Lehman in zee gaat is dan al overgenomen door Royal Bank of Scotland, maar wordt in het rapport van Valukas omschreven als de Londense poot van ABN Amro. Ook Deutsche Bank stapt in 2008 nog in de 105-repo’s.

Lehman, dat de repo’s al sinds 2001 kleinschalig gebruikte, was gedwongen zaken te doen met niet-Amerikaanse banken, omdat Amerikaanse advocatenkantoren geen toestemming gaven voor de transacties. Lehman liet de transacties lopen via Lehman International, dat in Londen gevestigd was. Londen, dat in die tijd nog probeerde de koppositie van Wall Street over te nemen als belangrijkste financieel centrum ter wereld, hanteerde op meerdere fronten een lichter toezicht dan de VS.

Valukas zegt dat ook andere (Amerikaanse) banken gebruik maakten van de 105-repo’s, maar dat die vanaf halverwege 2007 zijn gestopt met deze transacties. Toezichthouders eisten vanaf dat moment meer transparantie van banken over hun schuldposities, mede vanwege de kredietcrisis.

Valukas citeert in zijn rapport ook werknemers van Lehman die sceptisch zijn over de repo-transacties. Een hoogeplaatste Lehman-medewerker noemt de repo’s „een van de drugs waar we gebruik van maakten”. Valukas concludeert dat Lehman uiteindelijk door een veelheid aan fouten ten onder ging.

Lees het rapport via nrc.nl/economie