Iedereen in Berlijn verliest bij degradatie Hertha BSC

Precies een jaar geleden was Hertha BSC koploper van de Bundesliga. Nu staat de voetbalclub laatste en lijkt degradatie zeker. „We kunnen niet dieper zinken.”

Hertha BSC heeft de moed bijna opgegeven. De Berlijnse voetbalploeg kan zich alleen in theorie nog handhaven in de Bundesliga, de Duitse eredivisie. Sinds de verloren wedstrijd zaterdag tegen FC Nürnberg staat degradatie vrijwel vast. Het zou een blamage en een historische paradox zijn als een wereldstad als Berlijn dadelijk een voetbalclub herbergt die zich slechts op regionaal niveau kan meten. Als Hertha degradeert „verliezen we allemaal in Berlijn”, schrijft vandaag de Berlijnse Tagesspiegel in een commentaar op de voorpagina.

De Griekse invaller Angelos Charisteas, ooit werkzaam voor Ajax en Feyenoord, schoot de Berlijnse illusies in de 92ste speelminuut aan flarden. Tot dat moment bestond er nog hoop dat Hertha aansluiting zou vinden bij de teams net boven de degradatiezone. Maar Hertha verloor met 2-1. Trainer Friedhelm Funkel maakte na het eindsignaal een gebaar van grote vertwijfeling. Manager Michael Preetz was in tranen. En honderd van de meer dan vijftigduizend fans die naar deze beladen thuiswedstrijd waren gekomen, gaven hardhandig uiting aan hun frustratie.

Ze stormden het veld op, bewapenden zich met de stokken van de cornervlaggen en wat ze verder konden vinden, koelden hun woede op de dug-out en renden in de richting van de feestvierende spelers van FC Nürnberg. Die zochten ijlings de beschutting van de catacomben op, hun supporters in het bezoekersvak joelend achterlatend. De spanning in het Berlijnse Olympiastadion was om te snijden. De ongewapende stadionwachten grepen niet in; naar later bleek „om de situatie niet te laten escaleren”. Buiten het stadion gingen fans van Hertha en FC Nürnberg elkaar te lijf. Kort daarna reden extra eenheden van de ME het stadionterrein op en begon de knokpartij pas goed.

Het demasqué was compleet: de verloren wedstrijd, de vrijwel zekere degradatie en het morele verval door rellen en geweld. „We kunnen niet dieper zinken”, zei de 26-jarige Hertha-fan Stephan Pohl, die met moeite de vechtende meute achter zich had gelaten.

Precies een jaar geleden voerde Hertha Berliner Sport-Club de Bundesliga aan. In een thuiswedstrijd op 14 maart 2009, tegen Bayer Leverkusen, waren spandoeken te zien die preludeerden op het kampioenschap dat de Berlijners, naar het leek, niet kon ontgaan.

Dat was het hoogtepunt; daarna begon een neergang die niemand precies heeft kunnen verklaren. De ploeg wist met moeite het seizoen als vierde af te sluiten. In de zomer werd manager Dieter Hoeness ontslagen, de man die Hertha na een paar verloren jaren weer aanzien gaf, maar die de club ook opzadelde met een miljoenenschuld.

Na de zomerstop bracht trainer Lucien Favre een onzeker team in het veld, zonder de getalenteerde spits Andrej Voronin. Wat daarna gebeurde, laat zich snel vertellen: er werd bijna geen wedstrijd meer gewonnen. Favre werd ontslagen; Friedhelm Funkel werd binnengehaald, een coach met een vechtersmentaliteit maar zonder fantasie. Hij liet Hertha verdedigend en op de counter spelen.

Het heeft niets gebracht: de Berlijners hebben vijftien punten en staan strak onderaan. In de veeleisende Bundesliga is de kans miniem dat Hertha zich nog aan degradatie weet te onttrekken. „Onze situatie is niet verbeterd. De eerste helft was goed, maar daarna hebben we onze doelkansen niet verzilverd. Als je dat verzuimt, word je afgestraft”, zei een ontgoochelde Funkel na afloop van het degradatieduel.

Het is niet voor het eerst dat Hertha in zwaar weer komt. Sinds zijn oprichting in 1892 is de club vele malen in problemen geweest. Degradatie zou geen novum zijn. Maar het zou wel ongerijmd zijn: de sportgekke metropool Berlijn, met een uitstraling en aantrekkingskracht tot ver buiten de landsgrenzen, zou opeens geen voetbalteam meer in de Bundesliga hebben.

Geen Berlijner, haast geen Duitser die zich dat kan voorstellen. Maar supporter Stephan Pohl zegt, terwijl hij een nabijgelegen metrostation inloopt: „Misschien moeten we vast gaan wennen aan de gedachte dat we straks tegen Union spelen.”

FC Union Berlin speelt een divisie lager, in de tweede Bundesliga. Het is de ploeg van het ‘andere’ Berlijn, met zijn stadion in de wijk Köpenick, in het uiterste oosten van de stad. Een club met een geschiedenis die net zo traditierijk en problematisch is als die van Hertha, waarbij de communistische jaren nadrukkelijk hun stempel op Union hebben gezet.

De veelgeplaagde manager Michael Preetz (41), ooit topscorer bij Hertha, liet na de wedstrijd z’n tranen de vrije loop. Met een zakdoek in de hand stond hij verslaggevers te woord. „Ik ben jaren bij deze club. Dit gaat me aan het hart. Alleen een blauw-wit wonder kan ons nog redden.” Blauw en wit zijn de clubkleuren van Hertha.

Het ‘wonder’ zal zich waarschijnlijk in de tweede Bundesliga moeten voltrekken. Het zal wennen zijn. Voor Berlijn is de tweede divisie meer dan een maat kleiner. Het is een zeldzame vernedering voor een stad die sinds zijn hereniging in het teken van vooruitgang heeft gestaan – en niet van teruggang.