Het wij-gevoel van de Buitenhofcolumnist

Waar haalt Wilders ondanks Cohen nog steeds al die aanhangers vandaan?

Misschien dat ik er nooit erg goed over had nagedacht, maar gisteren kwam het antwoord: van Syp Wynia, medewerker van Elsevier, en sinds kort de rechtse excuus-columnist van de linkserige praatrubriek Buitenhof. De aanhangers komen volgens hem wekelijks met honderden tegelijk binnen via het programma Opsporing Verzocht.

Daar zou ik zelf nooit opgekomen zijn, maar verdomd, nou je het zegt, Syp. In dat programma zien de mensen elke keer schimmige beelden van bewakingscamera’s die in de winkel van een kleine Nederlandse zelfstandige (zelf door de crisis al haast aan de bedelstaf) laffe inbrekers hebben vastgelegd, terwijl ze onze hardwerkende landgenoot een paar tientjes afhandig maken. Weliswaar kun je de gezichten van de misdadigers zelden of nooit herkennen, maar je moet wel blind zijn als je niet meteen ziet om welke soort mensen het gaat. ‘Altijd’, zei Syp in zijn column, ‘zijn het licht getinte, negroïde, donkergekleurde of Noord-Afrikaanse types.’

Hij zei het er niet bij, maar hij bedoelde natuurlijk tuig. Hij bedoelde volk waarmee Cohen graag knuffelt en kopjes thee drinkt. Hij bedoelde straatterroristen met wie de Partij van de Arbeid op Nederlands grondgebied een multicultiparadijs wil inrichten. Als ze wel eens gepakt worden blijken ze steevast Ali, Achmed of Mohamed te heten.

Als televisiekijkers daar week in week uit mee geconfronteerd worden, gaan ze zich op een dag toch vanzelf op hun Nederlandse identiteit bezinnen? En op wie anders tussen de goedpraters, de softies, de boelbijmekaarhouders en de wegmetonzers kunnen ze als fatsoenlijk staatsburgers dan beter uitkomen dan op Geert Wilders? Vroeger rekenden ze op Balkenende, die hen in fatsoen zou voorgaan. Maar is er sinds 2002 in hun stadsgrachten en tegen hun huismuren ook maar een halve liter minder wildgeplast dan vóór die tijd? Beloften! Geert komt met daden. Twee keer op straat je gulp opengeritst? Terug naar Marokko. Dat zal ze leren.

‘En als het nou een blanke is?’, werd mij laatst gevraagd door iemand die dol is op allochtonen, maar z’n kinderen naar een witte school stuurt.

‘Heb jij in Opsporing Verzocht ooit een blanke gezien?’, vroeg ik bijna verontwaardigd.

‘Nee’, gaf de ander toe. ‘Het is daar altijd een beetje de aggenebbisj penoze, mannen met een zaklantaren van de Hema en een zelfgebreide bivakmuts – die heten meestal ook inderdaad Ali, Achmed of Mohamed. Ze moeten af en toe iets stelen omdat ze anders morgen niet te eten hebben. Daar mag je ook wel eens aan denken: de sociale kant van het vraagstuk. Het is trouwens kenmerkend zoals Opsporing Verzocht exclusief op kruimeldieven jaagt. Het blanke werk slaan ze over.’

‘Hoezo het blanke werk?’, maakte ik me nu mede namens Syp Wynia echt kwaad.

‘Heb je’, vroeg hij weer, ‘in dat programma ooit een oproep gehoord om te getuigen tegen een blanke schurk?

‘Waar hèb je het over?, kon ik mijn woede niet langer onderdrukken.

‘Heeft Opsporing Verzocht ooit consequent opgeroepen om de moord op Willem Endstra op te lossen? Om de relatie tussen Holleeder an Dirk-Jan Paarlberg te onderzoeken? Om achter de precieze rol te komen van Jan des Bouvrie in de georganiseerde ontwerpwereld, of eindelijk eens alles boven water te krijgen over de vastgoedsector, over Mieremet, over Mink Kok, over de betekenis van Yab Yum als treftpunt? Dat laten ze schieten, omdat het om blank gaat’.

Ik liet hem uitrazen, haalde adem en troefde hem kalm af:

‘Ook Syp zal hun daden niet goedkeuren. Maar je weet wat de oude Roosevelt nog eens heeft gezegd over een bevriend Zuid-Amerikaans land dat zich misdroeg als een son-of-a-bitch, wat Amerikaans is voor rotzak. Of course they are SOB’s, zei hij, but they are our SOB’s’.