Een slimme marketingtruc of een echte verzoener

Onmiddellijk na Cohens toespraak vrijdag gonsde het van het enthousiasme over zijn leiderschap.

Hoe komt het dat hij als de verlosser wordt gezien?

Hier wordt geschiedenis geschreven en daar wil ik bij zijn. Dat dacht rechtenstudente Annemart Somers (26) toen ze vrijdagmiddag stiekem het afgeladen partijbureau van de Partij van de Arbeid binnenglipte, achter een groep journalisten aan.

Stel dat Job Cohen straks premier wordt, dacht ze. Dan kon zíj zeggen dat ze erbij was, aan de Amsterdamse Herengracht. „En het was zo goed, zo cool. Ik had achteraf het gevoel dat ik vier flessen wijn op had, zoveel adrenaline ruiste er door mijn lichaam.”

Al een jaar geleden besprak ze met haar moeder en broertje wie er tegenwicht zou kunnen bieden aan Geert Wilders, vertelt Somers. „Samen kwamen we erop uit dat Cohen de enige politicus was met het charisma en de leiderschapskwaliteiten die Wilders aan zou kunnen.”

Vrijdagmiddag om 15.19 uur, als Job Cohen zich „met grote overtuiging” voorstelt als kandidaat-lijsttrekker voor de PvdA, heeft hij er op netwerksite Facebook binnen een kwartier honderd fans bij. ‘Yes we Cohen’, heet de groep, opgericht door twee fans die niet bij de partij bekend zijn. De profielfoto: Cohen in de gekleurde campagneplaat van de Amerikaanse president Barack Obama. En omschrijving van de groep: Support Job Cohen for minister president. Let’s give those Wilders voters a run for their money!

Om 15.31 had Cohen er nog eens honderd supporters bij, en dat ging in rap tempo door, tot gisteravond de teller de 7.000 passeerde. Op de site zijn Cohen-filmpjes te vinden en een link naar een online Cohen-T-shirtwinkel. Bijna iedereen die op de pagina van de groep een reactie plaatst is positief. ‘Eindelijk.’ ‘De job voor Job.’ ‘Prettige verrassing voor politiek Nederland.’ ‘Ik zou er bijna PvdA van gaan stemmen.’

De lancering van Job Cohen als nieuwe kandidaat-lijsttrekker was doordacht. Met een zelfgeschreven toespraak presenteerde de burgemeester van Amsterdam zich als een staatsman. Hij wil burgemeester van heel Nederland worden.

Nooit eerder was Cohen rechtstreeks verkiesbaar, altijd werd hij benoemd. Door de ‘boel bij elkaar te houden’ probeert hij Nederland weer hoop te geven. Hoe hij het zal doen als gekozen partijleider voor de sociaal-democraten, is de vraag.

Hij begon goed. In de laatste opiniepeilingen is hij de favoriete kandidaat voor het premierschap. Zijn partij verdringt in de dagkoersen de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders van de eerste plaats.

Hoe komt het dat Job Cohen als verlosser wordt gezien? Is hij de redder in de economisch zware tijden? Kan de verzoenende Cohen het winnen van de autoritaire Wilders? En belangrijk: zal Cohen zijn beeld als „bindend leider” de komende 87 dagen, tot aan de verkiezingen, kunnen volhouden?

Cohen brak in zijn rede met de polariserende campagneclichés die verschillen tussen partijen uitvergroten en inspelen op de angst van kiezers. Hij brak met het land van Wilders, waarin, volgens de PvdA, onverschilligheid, tweedeling en onverdraagzaamheid centraal staan. In plaats daarvan schetste Cohen een toekomst waarin Nederland de verdeeldheid heeft overwonnen, met hem in de rol van crimefighter. Hij verkondigde een eigen sociaal-democratische boodschap. „Iedereen heeft recht op een fatsoenlijk bestaan.” Met hier en daar een vleugje Balkenende: „Samen de schouders eronder.” En: „Je hier thuis blijven voelen, aarden in ons land.”

„Je reinste marketing”, briest Hans Hillen, oud-campagnestrateeg bij het CDA. „Job Cohen pakt ons merk af. Hij zegt wat onze Justitie-minister Hirsch Ballin de afgelopen jaren deed. Er zit te veel licht tussen slagzin en inhoud. Je kunt alleen drager van de hoop blijven als je geschraagd wordt door een sterke inhoudelijke missie. Die mis ik. Job Cohen kijkt betrokken, gedraagt zich fatsoenlijk, maar verder is er nog te weinig.”

Zo mist Hillen in de rede van Cohen een stevige economische onderbouwing. Cohen heeft het nog over ‘welvaart eerlijk verdelen’, terwijl de werkloosheid oploopt, de staatsschuld alleen maar blijft toenemen en Nederland steeds verder vergrijst. Hillen: „Dit is een louter conservatieve boodschap. Alles houden wat je hebt. Ik geef je op een briefje dat de samenleving zo de boot mist. Hoezo welvaart verdelen? Die moet je eerst verdienen.”

Ook SER-lid Hans Kamps, die het verkiezingsprogramma voor de PvdA schrijft, is bang dat „economie een zwakke kant is” van Job Cohen, zeker in vergelijking met de analytische, inhoudelijke bijdrage van Wouter Bos. Maar is dat een probleem? Welnee, zegt PvdA-econoom Rick van der Ploeg, die met Cohen in het tweede paarse kabinet zat. „Job Cohen zal zich omringen met mensen die een kei zijn op dat vlak. Dat is zijn stijl. Hij luistert en luistert en luistert, geeft een duwtje hier, een zetje daar en krijgt het daarmee voor elkaar. En laten we wel wezen: bij Bos zat zijn kennis hem ook in de weg.”

Wouter Bos, zegt Rick van der Ploeg, werd knettergek als Balkenende de vergadering voorzat zonder dat hij zijn zaakjes kende, en partijpolitieke spelletjes speelde. „Dat verpestte de chemie tussen die twee. En daarna zat het land op slot. Dat zal Cohen veel minder makkelijk overkomen. Die is meer mellow, zoekt liever oplossingen dan ruzie.”

Nog even over het ontbreken van een eigen sociaal-economische agenda: Cohen redt het wel met twee uurtjes studeren, verwacht historicus Maarten van Rossem. Hij stond voor de PvdA op de lijst bij de gemeenteraadsverkiezingen in Utrecht. Laten we niet naïef doen, zegt hij: „Alsof de verkiezingscampagne over economische en financiële kennis gaat. De campagne gaat over sfeer, gevoel, slogans die in goede aarde vallen. Of over een rel over hoofddoekjes in Almere, maar in elk geval niet over wezenlijke zaken. Bovendien heb ik géén van de andere huidige partijleiders ooit kunnen betrappen op enige financiële kennis.”

Andere vraag is of Cohen het gaat redden tegen Wilders. PvdA-senator Klaas de Vries is daarvan overtuigd. Opgetogen: „Geen impulsieve onzin, of spontane kretologie. Job komt altijd met iets weloverwogens. Daarin heeft hij de tegenargumenten verdisconteerd. Het is een door en door beschaafde man die niks heeft met gescheld en geroep. Dat is wat we zo langzamerhand nodig hebben: dSat de mensen een gezonde afkeer ontwikkelen tegen scheldende politici.”

Maar CDA’er Hillen sluit niet uit dat Wilders in staat is Cohens verzoeningsballon door te prikken. Want het gaat er buitengewoon ruw aan toe in Den Haag. „Job Cohen zit al acht jaar op de reservebank. Hij heeft zijn glans opgebouwd aan de zonnige kant van de straat en nu komt hij op het schellinkje, waar met modder wordt gegooid en gesmeten.”

Of weten we niet meer hoe het Zalm verging, toen hij Van Aartsen moest vervangen als lijsttrekker? „Hij verschrompelde van lachende heerser naar duikende leider die niet wist hoe snel hij zijn paleis weer moest invluchten.”

Een voorproefje van de wedstrijd ‘Job versus Geert’ kregen televisiekijkers januari 2008 te zien. In de studio van het actualiteitenprogramma NOVA zat Job Cohen tegenover PVV-Kamerlid Hero Brinkman, tevens oud-politieman in Amsterdam. Brinkman noemde Cohen herhaaldelijk ‘de slechtste burgemeester van Nederland’. Ook zei hij dat Cohen laf was en en naïef, omdat hij de kans niet had gegrepen de omstreden Amsterdamse moskee El Tawheed te sluiten.

Cohen schoof nu en dan ongemakkelijk heen en weer op zijn stoel, maar ontweek de persoonlijke aanvallen en bleef bij de feiten rond de moskee. Pas tegen het eind van het gesprek zei Cohen dat hij Brinkmans uitlatingen „onnodig grievend” vond. Dat zulke krachttermen polariserend werken en oproepen tot haat. Waarop Brinkman hoonde: „Polariseren is het nieuwe moderne woord om mensen monddood te maken.”

„Als Job Cohen op deze manier zijn eigen verhaal blijft vertellen”, zegt oud-campagnestrateeg van de PvdA Erik van Bruggen, „als staatsman met rust en fatsoen, dan wint hij het van Geert Wilders.”

Zo kan Cohen de komende 87 dagen het electoraat aan zijn kant krijgen, denkt ook Maarten van Rossem: „Rustig blijven, niet boos worden. Je fatsoenlijk en vaderlijk blijven opstellen.” Bovendien, zegt Van Rossem, „moeten we niet vergeten dat die gekke Geert maar namens 17 procent van de kiezers spreekt. Hij staat nu op 26 zetels in de peilingen: alle populistische bewegingen die hem voorgingen, zoals de LPF van Pim Fortuyn en Rita Verdonk, bleven steken op ongeveer dat aantal zetels. Dat betekent dat 83 procent van de burgers andere gedachten heeft, en niet wil meegaan in dat polariserende, populistische geneuzel.”

Dat soort nuances is belangrijk om te maken in verkiezingstijd. Een campagnefout over de economische crisis, een blunder op tv, en de leider kan binnen een dag de loser van de campagne zijn. De meeste kiezers zweven, per slot van rekening. Een overstap naar een andere partij – lees: persoon – is zo gemaakt.

En dan ligt de droom van Annemart Somers en de duizenden Facebook-fans in duigen.