'Dusty' verzand in gekibbel

Theater Dusty: You don’t have to say you love me, door Harry Kies Theaterproducties. Gezien: 8/3 in Schouwburg, Leiden. Tournee t/m 29/5. ***

Zangeres Dusty Springfield stierf in 1999 aan borstkanker. Dat staat vast. Maar dat ze, onmiddellijk nadat ze ongeneeslijk ziek was verklaard, naar Amsterdam vloog en haar manager en haar broer naar haar hotelkamer liet komen, is verzonnen – als raamwerk voor de voorstelling Dusty: You don’t have to say you love me.

Dat suggereert een finale afrekening met twee mensen die belangrijk voor haar waren. En bovendien biedt zo’n constructie ruimte aan alles wat over de fameuze popzangeres met de stralende stem te vertellen valt. Het kan allemaal ter sprake komen: hoe het roomse meisje Mary O’Brien haar verlegenheid verstopte achter het ogenzwart en de opgekamde pruiken van de ogenschijnlijk zelfbewuste diva, hoe er desondanks een diepe neerslachtigheid bij haar doorbrak en hoe getroebleerd haar liefdesverhoudingen met vrouwen vaak waren.

De vraag is alleen wat Dick van den Heuvel, die het script schreef en de sobere regie voert, eigenlijk wil vertellen. Zodra er iets dramatisch op gang lijkt te komen, is het weer tijd voor een song uit het Springfield-oeuvre. Houvast krijgen de personages in Dusty niet.

Dat geldt in de eerste plaats voor Audrey Bolder in de hoofdrol, maar ook voor Janke Dekker als de manager, en Casper Gimbrère als broer. Ze houden iets onbestemds. Als de tekst in gekibbel verzandt, is er weinig spannends meer aan. Alle drie zijn capabele vocalisten, niet met het unieke stemgeluid van Dusty Springfield, maar ze zingen wel met zo veel zorg dat ze iets van weemoed oproepen.