De stijl van Cohen

Het is zuiver dat burgemeester Cohen vrijdag meteen is teruggetreden, nu hij hoogstwaarschijnlijk de nieuwe PvdA-leider wordt. Hij had in de komende maanden in Amsterdam niet geloofwaardig boven de partijen kunnen staan, zoals een burgemeester betaamt.

Vooral ook omdat Cohen, toen hij zich publiekelijk kandidaat stelde voor de PvdA, zijn hoofdstedelijke bestuursstijl tot inzet van de verkiezingsstrijd maakte. Bijna om de zin zei hij iets waarin het woord „samen” weerklonk.

Die woordkeus spoorde met de wijze waarop hij zijn burgemeesterschap sinds 2001 heeft vervuld. Met zijn aversie voor grote woorden en zijn soms wat paternalistische retoriek heeft Cohen een depolariserend stempel gedrukt op Amsterdam, in een tijd waarin het land bol stond van etnische en religieuze polarisatie, een paar politieke moorden, talloze criminele liquidaties en electoraal hoogwater.

Het beeld is mede daarom na negen jaar grotendeels positief. De wijze waarop hij de stad na de moord op Theo van Gogh onder controle had, heeft het meest tot de verbeelding gesproken. Maar ook op minder verhitte momenten was zijn dempende stijl effectief. Ook al gingen de zeeën hoog, de dijken hielden stand. De uitslag van de raadsverkiezingen illustreerde dat begin deze maand weer. Net als in het onrustige jaar 2002 onttrok Amsterdam zich ook ditmaal enigszins aan de landelijke trend.

Tegenstanders hebben Cohen verweten vooral slappe thee te drinken met bijvoorbeeld vertegenwoordigers van de islam. Wat ze niet wisten of niet wilden weten, was dat hij die representanten ook wel eens autoritair op het stadhuis ontbood, maar dat niet aan de grote klok hing om zinloze escalatie te voorkomen. Als het begrip geen negatieve klank zou hebben, zou Cohen in positieve zin kunnen worden getypeerd als een moderne regent.

Al deze lof wil nog niet zeggen dat Amsterdam er in alle opzichten florissant bij ligt. Financieel is de stad er slecht aan toe. Er komen zoveel ingrijpende bezuinigingen aan, dat de vraag gerechtvaardigd is hoeveel beleidsvrijheid het stadsbestuur nog heeft.

Die noodzaak tot sanering wordt niet alleen veroorzaakt door het budgettaire fiasco van de nieuwe metrolijn. Ook de recessie heeft grote gevolgen voor de stad. De afgelopen decennia heeft Amsterdam veel kaarten gezet op de financiële dienstverlening. Die is door de bankencrisis in diskrediet geraakt. Amsterdam zal moeten voorkomen dat het via artikel 12 onder curatele van het Rijk wordt geplaatst. Tegelijkertijd moet de stad nadenken over een andere en veelzijdiger sociaal-economische infrastructuur. En dat kost geld.

Wethouder Asscher (Financiën, PvdA), momenteel locoburgemeester, neemt de honneurs waar en heeft aangeboden dit voorlopig te blijven doen. Gemeenteraad en commissaris van de koningin zullen niettemin voortvarend aan de slag moeten om een opvolger te kiezen. Die zal het, in de schaduw van Cohen, niet makkelijk krijgen in Amsterdam.